De weg naar schadevergoeding in het internationale gemotoriseerde verkeer
Einde inhoudsopgave
De weg naar schadevergoeding in het internationale gemotoriseerde verkeer (Verzekeringsrecht) 2010/2.5.4:2.5.4 Bescherming van bezoekende slachtoffers: de 4e Richtlijn motorrijtuigverzekering
De weg naar schadevergoeding in het internationale gemotoriseerde verkeer (Verzekeringsrecht) 2010/2.5.4
2.5.4 Bescherming van bezoekende slachtoffers: de 4e Richtlijn motorrijtuigverzekering
Documentgegevens:
mr. F.J. Blees, datum 29-04-2010
- Datum
29-04-2010
- Auteur
mr. F.J. Blees
- JCDI
JCDI:ADS397171:1
- Vakgebied(en)
Verzekeringsrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
In de meeste landen wordt overigens de functie van een van deze nieuwe instanties, het schadevergoedingsorgaan, toevertrouwd aan hetzij het Bureau, hetzij het waarborgfonds.
In dat geval immers kan de benadeelde de verzekeraar in eigen land aanspreken, hetzij omdat deze daar is gevestigd, hetzij omdat deze - als hij in dienstverrichting werkt - daar een schadeafhandelaar heeft aangesteld.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In de tweede helft van de jaren negentig groeit ook het inzicht dat met de wetgeving die dan tot stand is gebracht, in combinatie met het groenekaartstelsel, slechts een deel van de problematiek van de benadeelde in het internationale gemotoriseerde verkeer is geadresseerd. Alleen degene die slachtoffer wordt van een bezoekend motorrijtuig wordt tegemoet gekomen. Degene die in een ander land dan dat van zijn woonplaats slachtoffer wordt, verkeert nog in dezelfde positie als vanouds. Hij moet zijn aanspraken in den vreemde geldend maken, naar voor hem vreemd recht en in een taal die hij wellicht niet beheerst.
Nadat aanvankelijk binnen de Council of Bureaux nagedacht was over de vraag of de Bureaus daarvoor een oplossing zouden kunnen vinden (een daartoe strekkende overeenkomst tussen de Bureaus van de lidstaten komt zelfs tot stand maar blijkt in de praktijk niet te functioneren), treedt in 2000 de 4e Richtlijn in werking. Deze richtlijn introduceert nieuwe instanties, naast bestaande als Bureau en waarborgfonds: schaderegelaars, schadevergoedingsorganen en informatiecentra.1 Over elk van deze figuren kunnen hier kort enkele opmerkingen worden gemaakt. Belangrijk is evenwel er eerst op te wijzen, dat de 4e Richtlijn een van het regime van de le Richtlijn afwijkende werkingssfeer heeft. Niet alleen ziet de richtlijn op de omgekeerde situatie van de 1 e Richtlijn - de bezoeker is in dit kader slachtoffer en niet de aansprakelijke -, er moet bovendien aan een aantal aanvullende voorwaarden zijn voldaan. De bezoeker moet inwoner van een lidstaat zijn en het aansprakelijk gehouden motorrijtuig moet bovendien gewoonlijk zijn gestald en verzekerd in een lidstaat, en wel in een andere dan die van de woonplaats van de benadeelde.2 Onder een aantal omstandigheden en voorwaarden vallen ook ongevallen in niet-lidstaten van de EER, voor zover zij bij het groenekaartstelsel zijn aangesloten, onder de werkingssfeer van deze richtlijn, maar de bescherming die de benadeelde dan geniet is wel beperkter dan wanneer het ongeval in een lidstaat plaatsvindt.
Over de hiervoor genoemde nieuwe figuren valt hier kort het volgende op te merken. De in elke lidstaat toegelaten Wam-verzekeraars moeten in alle andere lidstaten schaderegelaars aanstellen. De benadeelde in de zin van de 4e Richtlijn kan zich na terugkomst in eigen land tot die schaderegelaar wenden. De schaderegelaar (of de verzekeraar zelf) moet, op straffe van sancties, binnen drie maanden een onderbouwd aanbod doen, dan wel een gemotiveerd antwoord geven op alle in het verzoek om schadevergoeding vermelde punten. Bij gebreke daaraan kan de benadeelde zich tot het schadevergoedingsorgaan van de lidstaat van zijn woonplaats wenden. Dat regelt de schade vervolgens in beginsel niet (onmiddellijk) zelf, maar stelt eerst de schaderegelaar en de verzekeraar in staat alsnog gemotiveerd, en wel binnen twee maanden, te reageren. Pas als een dergelijk onderbouwd antwoord ook dan uitblijft, zal het schadevergoedingsorgaan de schade zelf met de benadeelde regelen, met verhaal op het schadevergoedingsorgaan in de lidstaat van vestiging van de verzekeraar. Ook kan de benadeelde zich tot het schadevergoedingsorgaan van de lidstaat van zijn woonplaats wenden als de verzekeraar geen schaderegelaar blijkt te hebben aangesteld. Als de verzekeraar niet kan worden gevonden of als het aansprakelijk gehouden voertuig onverzekerd blijkt te zijn of als het onbekend blijft, kan de benadeelde zich eveneens tot het schadevergoedingsorgaan wenden. Anders dan ingevolge de 1 e Richtlijn staat dit stelsel niet tevens open voor derde landen. Niet-lidstaten van de EU waarvan de voertuigen in de zin van de l e Richtlijn wel gelijk worden gesteld met voertuigen uit de lidstaten (thans Andorra, Kroatië en Zwitserland) kunnen zich dus niet bij de regeling van de 4e Richtlijn aansluiten. Wel kan de benadeelde onder omstandigheden een beroep doen op de schaderegelaar en het schadevergoedingsorgaan, namelijk als het ongeval heeft plaatsgevonden in een derde land dat bij het groenekaartstelsel is aangesloten en onder de voorwaarde dat het aansprakelijke motorrijtuig gewoonlijk gestald en verzekerd is (ook tegen schade in het land van het ongeval) in een lidstaat, anders dan die van de woonplaats van de benadeelde.
De laatste, voor de praktijk zeer belangrijke nieuwe instantie, is het in alle lidstaten in te stellen of aan te wijzen informatiecentrum. Dit krijgt tot taak - onder meer door internationale samenwerking - de benadeelde en andere belanghebbenden te voorzien van de informatie die zij nodig hebben om hun schade te verhalen, zoals naam en adres van de verzekeraar, identiteit van de schaderegelaar en - indien nodig - naam en adres van de aansprakelijke zelf.