Einde inhoudsopgave
Uitkoop van minderheidsaandeelhouders (VDHI nr. 125) 2014/9.4.3.c
9.4.3.c Een eerdere peildatum: het verschuiven van dezelfde peildatum
mr. T. Salemink, datum 01-07-2014
- Datum
01-07-2014
- Auteur
mr. T. Salemink
- JCDI
JCDI:ADS602320:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Den Boer (2002), p. 342-343; Ingelse (2012), p. 35.
Volgens Den Boer kan de OK volstaan met wijziging van haar rechtspraak. De wet biedt volgens mij niet de ruimte om eerst de vordering tot uitkoop toe te wijzen en vervolgens in een tweede arrest de partijen te veroordelen tot de overdracht van de aandelen en betaling van de uitkoopprijs. De wet bepaalt in art. 2:92a/201a lid 6 en art. 2:359c lid 7 BW dat de OK bij de toewijzing van de vordering de partijen tevens veroordeelt tot betaling van de prijs en de overdracht van de aandelen.
Evenzo Norbruis (2003), p. 573.
Evenzo Josephus Jitta onder JOR 2000/170 en Norbruis (2003), p. 573.
Een eerdere peildatum is volgens mij wel mogelijk door het moment waarop de OK de gedwongen overdracht toewijst in de procedure naar voren te halen.
Ik pleit daarom voor het ‘opknippen’ van de uitkoopregeling, waarin de beslissing over de toewijzing van de vordering en de discussie over de vast te stellen prijs uit elkaar worden gehaald. De OK beslist eerst kort nadat arrest is gevraagd over de vordering. Vervolgens kan (indien nodig) een discussie over de vast te stellen uitkoopprijs volgen. Als peildatum geldt het moment waarop de OK de vordering toewijst: dit is het tijdstip waarop het waarde-risico op de aandelen overgaat. De peildatum komt hierdoor eerder in de procedure te liggen, maar komt naar mijn mening niet in strijd met het eigendomsrecht van art. 1 EP EVRM (hiervoor onder b).
Den Boer en Ingelse deden eerder al een vergelijkbaar voorstel.1 Anders dan de eerstgenoemde auteur ben ik van mening dat een wetswijziging hiervoor noodzakelijk is.2 Ook de uitkoopregeling in Duitsland gaat uit van een dergelijk systeem. Zie over mijn voorstel tot ‘opknippen’ van de uitkoopregeling § 10.2.3.
Dit systeem heeft als belangrijk voordeel dat het risico van een ‘informatie-gat’ (hiervoor sub a) vermindert, omdat de periode tot aan de peildatum aanzienlijk korter is. In het geval van een deskundigenonderzoek is het risico zelfs uitgesloten, omdat de deskundige de aandelen kan waarderen tegen een anterieur tijdstip. Daarnaast kan het vereiste van een deskundigenverklaring voor aansluiting bij de prijs van een voorafgaand bod vervallen, omdat de periode tussen het bod en de peildatum voor de waarde van de aandelen relatief kort is (§ 9.3.2 sub b).
Een ander voordeel is dat de uitkoper de peildatum voor de waardering van de aandelen adequater kan inschatten. Hij kan hierdoor een beter voorstel doen voor een billijke prijs.3 Daarnaast pleit ik ook voor het opnemen van regels met betrekking tot het vaststellen van de uitkoopprijs (§ 9.2.3). Dit alles verkleint de kans dat de uitkoper geen redelijk voorstel doet, met mogelijke discussies over de prijs en vertraging van de procedure tot gevolg.
Tot slot kan de uitkoper, op het moment dat de OK de vordering toewijst, direct beginnen met het integreren van de doelvennootschap binnen de groep.4 Hij hoeft niet te wachten totdat de prijs daadwerkelijk is vastgesteld, omdat hij geen risico loopt dat de herstructureringen een voor hem nadelige invloed hebben op de waarde van de aandelen. Zij geschieden namelijk na het moment van de peildatum.