Einde inhoudsopgave
De reikwijdte van medezeggenschap (MSR nr. 63) 2014/5.7.4
5.7.4 Afbakening met bevoegdheden nationale medezeggenschaporganen.
Datum 01-01-2014
- Datum
01-01-2014
- JCDI
JCDI:ADS390897:1
- Vakgebied(en)
Arbeidsrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Kamerstukken II, 1995-1996, 24641, nr. 3, p. 15.
L.G. Verburg, Het territoir van de (Nederlandse) ondernemingsraad in het internationale bedrijfsleven, Diss. 2007, p. 390.
Kamerstukken I, 2011-2012, 32705, nr. B, p. 1. Dit volgt ook uit de uitspraak inzake British Airways. Als voorbeeld noemt de minister de situatie dat het sluiten van een bedrijfsonderdeel in één lidstaat gevolgen heeft voor relatief veel werknemers van het Europese personeelsbestand, en daarmee voor de gehele onderneming of groep van belang is.
L.G. Verburg, ‘De herschikking van de EOR-Richtlijn’, TRA 2009-5, p. 10.
L.G. Verburg, ‘De Europese ondernemingsraad: driemaal in de rechtszaal gesignaleerd!’, ArA 2007/2, p. 96.
Kamerstukken II, 1995-1996, 24641, nr. 3, p. 14.
De bevoegdheden van de eor komen niet in de plaats van de bevoegdheden van de nationale ondernemingsraden of de cor.1 In zijn dissertatie constateert Verburg echter dat samenloop van de verschillende Europese en nationale adviestrajecten een probleem is.2 In de zaak-Marks & Spencer overwoog de Franse rechter dat het wachten op een advies van de eor het nationale management niet ontslaat van zijn verplichting de Franse werknemers te informeren en te consulteren over de sluiting van het Franse filiaal. In de herschikkingsrichtlijn is dit beginsel neergelegd in de preambule onder 37. Als de eor een advies uitbrengt mag dit het hoofdbestuur niet beletten de nodige raadplegingen te houden binnen de in de nationale wetgeving en/ of gebruiken vastgestelde termijnen. Eventueel moeten de nationale wetgeving en/of gebruiken worden aangepast zodat de eor zo nodig vóór of tegelijk met de nationale organen die de werknemers vertegenwoordigen kan worden geïnformeerd. Hierbij mag het algemene niveau van bescherming van de werknemers niet worden verminderd. In iedere communautaire onderneming of groep zal moeten worden onderhandeld over de afbakening van de bevoegdheden tussen de verschillende organen.
Om de afbakening met de bevoegdheden van nationale medezeggenschapsorganen duidelijker te maken, verheldert de herschikkingsrichtlijn dat de eor alleen bevoegdheden heeft ten aanzien van transnationale kwesties. In de Nederlandse implementatie worden deze grensoverschrijdende aangelegenheden genoemd. Volgens de minister is sprake van een grensoverschrijdende aangelegenheid indien zij van belang is voor de hele onderneming of het hele concern of voor ondernemingen of vestigingen in ten minste twee betrokken staten. Elementen die kunnen worden meegenomen bij de overweging of een aangelegenheid grensoverschrijdend is, zijn het aantal betrokken staten waarvoor de aangelegenheid van belang is, het betrokken besluitvormingsniveau en het belang van de aangelegenheid voor het Europese personeelsbestand gegeven de omvang van de mogelijke gevolgen van het voorgenomen besluit.3
Bij de behandeling in de Eerste Kamer verduidelijkt de minister dat uit deze definitie volgt dat ook een aangelegenheid waarbij slechts één lidstaat is betrokken grensoverschrijdend kan zijn en dus onder de bevoegdheid van de eor kan vallen. Voorwaarde daarbij is dat die aangelegenheid voor de hele groep of het hele concern van belang is.4 Naar het oordeel van Verburg is geen sprake van een transnationale kwestie indien een besluit één lidstaat rechtstreeks raakt en door geringere omvang elders in de EU geen gevolgen heeft. Ook dient het besluit geen deel uit te maken van de besluitvorming met transnationale gevolgen.5 Ook is de betrokkenheid van het Europese management naar zijn mening onvoldoende om aan te nemen dat een besluit behoort tot de competentie van de eor.6
Zowel uit de WOR als uit de Richtlijn volgt, dat geen inbreuk mag worden gemaakt op de bevoegdheden van de nationale medezeggenschapsorganen. Ook volgt hieruit dat de eor geen andere bevoegdheden toekomt dan transnationale aangelegenheden. De nationale medezeggenschapsorganen kunnen dus geen bevoegdheden overdragen aan de eor, ook niet als het gaat om een cor die zich op hetzelfde niveau (topholding) bevindt als de eor. Een overdracht van de bevoegdheden naar de eor zou in dat geval wenselijk kunnen zijn, nu de eor al het personeel vertegenwoordigt en niet alleen het Nederlandse personeel. Door het benoemen van leden van de bog kan de (c)or invloed uitoefenen op het onderhandelingsresultaat, zodat mijns inziens het overdragen van de bevoegdheden aan de eor niet onredelijk is. Uiteraard moet het onderhandelingsresultaat dan wel voorzien in dezelfde mate van medezeggenschap als door de cor op basis van het Nederlandse recht wordt uitgeoefend.7