Het besluit van de rechtspersoon
Einde inhoudsopgave
Het besluit van de rechtspersoon (VDHI nr. 162) 2020/II.4.1:II.4.1 Inleiding
Het besluit van de rechtspersoon (VDHI nr. 162) 2020/II.4.1
II.4.1 Inleiding
Documentgegevens:
mr. K.A.M. van Vught, datum 20-11-2019
- Datum
20-11-2019
- Auteur
mr. K.A.M. van Vught
- JCDI
JCDI:ADS178723:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Aan het besluitkarakter van een negatieve, voorbereidende of interne beslissing kan worden getwijfeld. Het besluitbegrip is met handen en voeten gebonden aan een ander begrip, dat van de rechtshandeling, zodat naar overwegende opvatting strak de hand wordt gehouden aan het vereiste dat een besluit zich rechtstreeks moet richten op een rechtsgevolg (§ 2.2). De Duitse leer kiest een ruimere benadering. Algemeen neemt de Duitse doctrine aan dat elk besluit zogeheten Bindungswirkung toekomt, dat wil zeggen verbindend werkt voor de rechtspersoon en de in hem betrokkenen (§ 4.2). Dit principe overtuigt ook voor het Nederlandse recht (§ 4.3), al kan het totstandkomen van een besluit worden betwijfeld wanneer het ter besluitvorming voorgelegde voorstel is verworpen (§ 4.4). Zijn meer beslissingen als besluiten erkend, dan resteert de vraag of elk besluit rechtsgevolg heeft (§ 4.5) en hoeveel gewicht dat rechtsgevolg heeft (§ 4.6). Hoe buigzaam is de besluitendogmatiek? Tijd voor de test.