Relativiteit, causaliteit en toerekening van schade
Einde inhoudsopgave
Relativiteit, causaliteit en toerekening van schade (R&P nr. CA21) 2019/13.5:13.5 Samenvatting
Relativiteit, causaliteit en toerekening van schade (R&P nr. CA21) 2019/13.5
13.5 Samenvatting
Documentgegevens:
D.A. van der Kooij, datum 01-08-2019
- Datum
01-08-2019
- Auteur
D.A. van der Kooij
- JCDI
JCDI:ADS586248:1
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht / Aansprakelijkheid
Verbintenissenrecht / Overeenkomst
Verbintenissenrecht / Schadevergoeding
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
537. Wanneer het door de gelaedeerde hebben van een aanspraak op vergoeding van de door een aansprakelijkheidscheppende gebeurtenis veroorzaakte schade een bijzondere (verhaals)regeling op onaanvaardbare wijze zou doorkruisen, bestaat een bijzondere reden tot nadere begrenzing van de aansprakelijkheid van de laedens (§ 13.1).
Mogelijk is dat het publiekrecht onaanvaardbaar wordt doorkruist. Dit kan zich voordoen indien een overheidsinstantie bij de uitvoering van een aan haar bij een publiekrechtelijke regeling opgedragen publieke taak vanwege een onrechtmatige daad kosten maakt of anderszins schade lijdt en deze kosten of schade door middel van het privaatrecht op de laedens zou kunnen verhalen. De Hoge Raad heeft voor de situaties van kostenverhaal in Vlissingen/Rize Denizcilik, naar analogie van Windmill, een maatstaf gegeven waarmee bepaald dient te worden of privaatrechtelijk kostenverhaal de publiekrechtelijke regeling op onaanvaardbare wijze doorkruist. Niet steeds ligt het antwoord op de vraag of het verhaal van de door een overheidsinstantie bij de uitvoering van een publieke taak gemaakte kosten mogelijk is, besloten in de publiekrechtelijke regeling waarmee deze taak aan die overheidsinstantie is opgedragen. Soms volgt dit antwoord uit een publiekrechtelijke rechtsovertuiging dat de door de overheidsinstantie bij een uitvoering van bepaalde publieke taken gemaakte kosten steeds door het collectief gedragen dienen te worden. Ook het verhaal van de door een overheidsinstantie bij de uitvoering van een publieke taak geleden andersoortige schade, kan soms leiden tot een directe doorkruising van een publiekrechtelijke regeling, en soms vanwege andere tot het publiekrecht behorende noties onaanvaardbaar zijn (§ 13.2).
Mogelijk is ook dat de vennootschapsrechtelijke rechtsorde onaanvaardbaar wordt doorkruist. Dit kan zich voordoen indien door een aansprakelijkheidscheppende gebeurtenis aan een vennootschap schade wordt toegebracht en een aandeelhouder tegenover de laedens aanspraak zou hebben op vergoeding van het met die schade aan de vennootschap corresponderende waardeverlies van zijn aandelen. Het toestaan van een dergelijke aanspraak zou, bij het uitgangspunt dat de laedens de veroorzaakte schade slechts eenmaal behoeft te vergoeden, ertoe leiden dat de aandeelhouder kapitaal aan de vennootschap onttrekt en dat is in strijd met de vennootschapsrechtelijke rechtsorde, in het bijzonder met de regeling omtrent dividenduitkering. Onder bijzondere omstandigheden laat zich rechtvaardigen dat de laedens de schade (mogelijk) tweemaal vergoedt; een aandeelhouder kan dan aanspraak hebben op vergoeding van afgeleide schade zonder dat daarmee vermogen aan de vennootschap onttrokken wordt (§ 13.3).
Mogelijk is ook dat de verzekeringsrechtelijke subrogatieregeling onaanvaardbaar wordt doorkruist. Dit kan zich voordoen wanneer ten gevolge van een aansprakelijkheidscheppende gebeurtenis aan een verzekerde schade wordt toegebracht en een verzekeraar om die reden aan de verzekerde een uitkering doet. In beginsel kan de verzekeraar niet buiten de verzekeringsrechtelijke subrogatieregeling om op grond van de aansprakelijkheidscheppende gebeurtenis de laedens aanspreken tot vergoeding van de door de verzekeraar door het doen van de uitkering aan de verzekerde geleden schade (§ 13.4).