Einde inhoudsopgave
Stille getuigen 2015/1.6
1.6 Toepasselijkheid van ondervragingsrecht buiten de gevallen van artikel 6 lid 3 sub d EVRM
Mr. B. de Wilde, datum 01-01-2015
- Datum
01-01-2015
- Auteur
Mr. B. de Wilde
- Vakgebied(en)
Internationaal publiekrecht / Mensenrechten
Strafprocesrecht / Terechtzitting en beslissingsmodel
Strafprocesrecht / Voorfase
Voetnoten
Voetnoten
EHRM 26 maart 2002, appl.no. 59580/00 (dec.) (B.H./Verenigd Koninkrijk). In EHRM 26 oktober 2004, appl.no. 351/02 (dec.) (Hämäläinen e.a./Finland) en EHRM 26 oktober 2004, appl.no. 18363/02 (dec.) (Puolakka/Finland) hadden de klachten betrekking op (privaatrechtelijke) aansprakelijkheid van bestuurders van een bank voor verliezen van die bank. Omdat deze klachten niet-ontvankelijk werden verklaard, omdat niet was gebleken dat in de procedure in hoger beroep was verzocht om oproeping van de desbetreffende getuigen, kan niet met zekerheid worden gezegd dat het EHRM het ondervragingsrecht in die zaken van toepassing achtte.
Uit EHRM 20 mei 2008, appl.no. 16330/02 (Gülmez/Turkije) blijkt dat artikel 6 lid 1 EVRM van toepassing is in tuchtrechtelijke zaken. Wanneer een zaak onder het tuchtrecht valt, kan onder omstandigheden overigens sprake zijn van een criminal charge. Dit was het geval in EHRM 8 juni 1976, appl.nos. 5100/71 e.a. (Engel e.a./Nederland).
In artikel 6 lid 3 sub d evrm wordt het ondervragingsrecht expliciet gekoppeld aan een criminal charge. Dit neemt niet weg dat ook buiten het geval van een criminal charge het recht kan bestaan om een getuige te ondervragen. Zoals in § 4 werd uiteengezet, kunnen de verdedigingsrechten van artikel 6 lid 3 evrm voor een deel worden beschouwd als een uitvloeisel van het in artikel 6 lid 1evrm besloten liggende recht op equality of arms. Daarom kan het recht getuigen te ondervragen ook van toepassing zijn in zaken waarin van een criminal charge geen sprake is. Tot nu toe heeft het EHRM dat slechts expliciet overwogen ten aanzien van civielrechtelijke zaken.1 Aangenomen mag worden dat het ook geldt ten aanzien van andersoortige zaken waarin geen criminal charge heeft bestaan, zoals bepaalde tuchtrechtelijke zaken.2