25 jaar Awb in eenheid en verscheidenheid
Einde inhoudsopgave
25 jaar Awb in eenheid en verscheidenheid 2019/71.4:71.4 Digitale omgevingsbesluiten in de jurisprudentie
25 jaar Awb in eenheid en verscheidenheid 2019/71.4
71.4 Digitale omgevingsbesluiten in de jurisprudentie
Documentgegevens:
prof. mr. R. Uylenburg, datum 01-12-2018
- Datum
01-12-2018
- Auteur
prof. mr. R. Uylenburg
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
ABRvS 16 september 2015, ECLI:NL:RVS:2015:2938, r.o. 9.2. Zie ook ABRvS 7 september 2016, ECLI:NL:RVS:2016:2415.
ABRvS 17 mei 2017, ECLI:NL:RVS:2017:1259, r.o. 14.2.
ABRvS 18 juli 2018, ECLI:NL:RVS:2018:2454, r.o. 23.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De Afdeling bestuursrechtspraak heeft inmiddels verschillende malen geoordeeld over beroepsgronden over de kenbaarheid van gegevens die in een digitaal systeem waren ingevoerd.
In een zaak over een tracébesluit ‘Zuidelijke Ringweg Groningen fase 2’ was aangevoerd dat uit het geluidrapport niet was af te leiden dat de gekozen uitgangspunten voor dat onderzoek daadwerkelijk waren ingevoerd in het gehanteerde model; in dit geval het softwareprogramma Silence 3. Zonder de x ,y, z-coördinaten van de gehanteerde modellering was het voor de door appellanten ingeschakelde deskundige op grond van de verstrekte kaarten en gegevens niet mogelijk het akoestisch onderzoek te controleren en te reproduceren. In de uitspraak1 wordt eerst overwogen dat geen wettelijke verplichting bestaat om de coördinaten ter beschikking te stellen. Daarna volgt echter:
‘De minister heeft ter zitting echter erkend dat de kaarten en gegevens niet voldoende informatie bevatten om het mogelijk te maken dat een deskundige het onderzoek en de in dat verband gehanteerde geometrische gegevens kan controleren en eventueel kan reproduceren. Daarvoor zijn in het bijzonder de x, y, z-coördinaten van het betrokken model vereist. De minister stelt dat het verstrekken van deze data als bijlage bij het akoestisch rapport niet gebruikelijk is en vanwege de omvang ervan ook niet wenselijk. De minister betoogt dat appellanten althans een door hen in te schakelen deskundige, een afspraak hadden kunnen maken met Rijkswaterstaat om de in het model ingevoerde gegevens te komen bekijken of deze data bij Rijkswaterstaat hadden kunnen opvragen. Deze mogelijkheid is echter niet kenbaar gemaakt in het akoestisch rapport, in de stukken bij de bekendmaking of op enige andere wijze.
De Afdeling acht het ontoereikend dat appellanten, zonder dat deze mogelijkheid aan hen bekend was gemaakt, voor het kennis nemen van de gegevens, die nodig zijn om het akoestisch onderzoek te controleren, contact hadden moeten opnemen met Rijkswaterstaat. Daarbij neemt de Afdeling in aanmerking dat de minister eerst tijdens de zitting op deze mogelijkheid heeft gewezen. Nu op grond van de verstrekte kaarten en gegevens het akoestisch onderzoek niet kan worden gecontroleerd en gereproduceerd, en deze gegevens niet in het akoestisch rapport zijn opgenomen en evenmin is gewezen op de mogelijkheid deze gegevens op te vragen of in te zien, moet worden geoordeeld dat het bestreden besluit niet met de vereiste zorgvuldigheid is voorbereid. […] De Afdeling ziet in de omvang van de geometrische gegevens geen reden voor een ander oordeel. Indien de omvang van de gegevens in de weg staat aan het verstrekken van deze gegevens als bijlage bij het rapport, dan had de minister deze gegevens ook op een andere wijze, bijvoorbeeld digitaal, beschikbaar kunnen stellen en in het rapport kunnen verwijzen naar de digitale beschikbaarheid van deze gegevens, dan wel, indien zulks op overwegende bezwaren zou stuiten, kenbaar kunnen maken dat deze gegevens zijn in te zien. Gelet op het voorgaande slaagt het betoog […]’.
In de hiervoor al genoemde verwijzingsuitspraak van 17 mei 20172 over de PAS is door de Afdeling bestuursrechtspraak in algemene zin aangegeven dat ter voorkoming van een ongelijkwaardige procespositie op verweerders de verplichting rust om de gemaakte keuzes en de gebruikte gegevens en aannames in Aerius volledig, tijdig en uit eigen beweging openbaar te maken op een passende wijze zodat deze keuzes, gegevens en aannames voor derden toegankelijk zijn. Deze volledige, tijdige en adequate beschikbaarstelling moet het mogelijk maken de gemaakte keuzes en de gebruikte gegevens en aannames te beoordelen of te laten beoordelen en zo nodig gemotiveerd te betwisten, zodat reële rechtsbescherming tegen besluiten die op deze keuzes, gegevens en aannames zijn gebaseerd mogelijk is, waarbij de rechter aan de hand hiervan in staat is de rechtmatigheid van deze besluiten te toetsen.
In de uitspraak over het tracébesluit voor de Blankenburgverbinding van 18 juli 20183 is de algemene verplichting ten aanzien van het kenbaar maken van gegevens zoals neergelegd in de uitspraak van 17 mei 2017, nader ingevuld. Appellanten betoogden in deze zaak dat de verkeers- en weggegevens die zijn gebruikt voor de ‘Passende beoordeling stikstofdepositie’ onvoldoende kenbaar zijn. Zij voerden aan dat de minister de gegevens die zijn gebruikt als invoer in AERIUS Calculator ter beschikking had moeten stellen door deze digitaal op te nemen op een website of anderszins openbaar te maken. Zij moeten in staat zijn om aan te geven op welke punten de invoergegevens eventueel niet kloppen. In de uitspraak wordt het uitgangspunt voor het oordeel over de vereiste kenbaarheid van gegevens in het digitale systeem zoals dat al in de uitspraak van 17 mei is neergelegd herhaald:
‘Een belanghebbende die zoals in dit geval opkomt tegen een tracébesluit ter onderbouwing waarvan met toepassing van het programma AERIUS Calculator een onderzoek naar de effecten van stikstof is gedaan, moet inzage kunnen hebben in de gemaakte keuzen bij de invoer in het programma AERIUS Calculator. De minister moet in zijn (ontwerp)besluit derhalve niet alleen inzichtelijk maken wat de uitkomsten zijn van het onderzoek, maar ook op welke keuzen, dat wil zeggen welke maatwerk invoergegevens, zijn besluit is gebaseerd.’
In de uitspraak over de Blankenburgtunnel wordt ook ingegaan op de verschillende soorten gegevens die aan de orde zijn en wordt aangegeven welke verplichtingen inzake de kenbaarheid gelden voor de onderscheiden gegevens. Ik bespreek dit aspect van de uitspraak in de volgende paragraaf.