Einde inhoudsopgave
Misleidende beursberichten (IVOR nr. 124) 2022/6.4.2
6.4.2 De relevante schadebegrotingsmaatstaven
mr. drs. A.C.W. Pijls, datum 01-07-2022
- Datum
01-07-2022
- Auteur
mr. drs. A.C.W. Pijls
- JCDI
JCDI:ADS655882:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Zie in dit verband § 3.4.2, § 3.4.3.5, § 3.4.4.5 en § 3.5.6.
In geval van misleiding bij publiek verhandelde effecten (fraud-on-the-market) is dit de maatstaf die standaard wordt toegepast.
Bij aansprakelijkheid op grond van Section 11 Securities Act gaat het reeds opgemerkt om de aansprakelijkheid wegens het aanbieden van effecten onder een misleidend registration statement.
Zie § 3.4.3.5.
Ik benadruk dat het hier steeds gaat om de rechtens vergoedbare schade per gekocht effect.
Volledigheidshalve merk ik op dat het feit dat bij schadevaststelling op grond van Section 11(e) Securities Act de uitgifteprijs als plafond heeft te gelden, onder meer betekent dat wanneer de eisende belegger de litigieuze effecten na de uitgifte in de secundaire markt heeft gekocht tegen een koers die hoger lag dan de uitgifteprijs (in de after market was dus sprake van een koersstijging), de rechtens vergoedbare schade gelijk is aan het verschil tussen de uitgifteprijs en de waarde van het effect ten tijde van de date of suit.
Ik verwijs naar mijn opmerking in de vorige voetnoot over de werking van de uitgifteprijs als plafond.
Idem.
Bij aansprakelijkheid op grond van Section 12(a)(1) Securities Act gaat het zoals reeds opgemerkt om de aansprakelijkheid wegens het overtreden van de prospectusvoorschriften van de Securities Act.
Zie § 3.4.2.
Zie over de PSLRA § 3.4.
Zie § 3.4.4.5.
Bij aansprakelijkheid op grond van Section 12(a)(2) Securities Act gaat het zoals reeds opgemerkt om de aansprakelijkheid wegens het aanbieden en/of verkopen van effecten met behulp van een misleidend prospectus.
Zie § 3.5.6.
Zoals besproken in hoofdstuk 3, is in het Amerikaanse recht de wijze van schadevaststelling afhankelijk van de grondslag van aansprakelijkheid.1 Is de aansprakelijkheid gebaseerd op Section 11 of Section 12 Securities Act, dan gelden de desbetreffende (wettelijke) schadebegrotingsmaatstaven van de Securities Act. Is de aansprakelijkheid gebaseerd op SEC-regel 10b-5, dan geldt in beginsel de in de rechtspraak ontwikkelde out-of-pocket-maatstaf.2
a. De schadebegrotingsmaatstaf van Section 11(e) Securities Act
Bij aansprakelijkheid op grond van Section 11 Securities Act3 is de hoogte van de rechtens vergoedbare schade mede afhankelijk van het antwoord op de vraag of de eisende belegger de litigieuze effecten al dan niet heeft verkocht en, zo ja, op welk moment:4,5
1. De effecten zijn op de datum uitspraak nog niet verkocht. De rechtens vergoedbare schade is gelijk aan het verschil tussen de koopprijs (met als plafond de uitgifteprijs) en de waarde van het effect toen de vordering werd ingesteld (de ‘date of suit’).6
2. De effecten zijn verkocht voordat de vordering werd ingesteld. De rechtens vergoedbare schade is gelijk aan het verschil tussen de koopprijs (met als plafond de uitgifteprijs)7 en de verkoopprijs.
3. De effecten zijn verkocht in de periode gelegen tussen het tijdstip van het instellen van de vordering en de datum uitspraak. De rechtens vergoedbare schade is gelijk aan het verschil tussen de koopprijs (met als plafond de uitgifteprijs)8 en de verkoopprijs, met dien verstande dat de schade wordt geacht niet hoger te zijn dan deze geweest zou zijn wanneer de belegger de effecten op de datum uitspraak nog niet zou hebben verkocht (zie het zojuist genoemde onderscheidingsgeval 1). Deze laatste regel impliceert dat koersdalingen ten opzichte van het koersniveau ten tijde van de date of suit niet voor vergoeding in aanmerking komen, terwijl koersstijgingen ten opzichte van het koersniveau ten tijde van de date of suit wél op de schadevergoeding in mindering worden gebracht.
b. De schadebegrotingsmaatstaf van Section 12(a) Securities Act
Bij aansprakelijkheid op grond van Section 12(a)(1) Securities Act9 heeft de belegger recht op ontbinding (‘rescission’) van de litigieuze transactie wanneer hij op de datum uitspraak zijn effecten nog niet heeft verkocht.10 Heeft de belegger zijn effecten inmiddels wel verkocht, dan heeft hij recht op schadevergoeding ten bedrage van de koopprijs verminderd met de verkoopprijs (en eventueel ontvangen uitkeringen). De remedie van Section 12(a)(1) kent uitdrukkelijk geen causaliteitseis.
De remedie bij aansprakelijkheid op grond van Section 12(a)(2) Securities Act11 is in beginsel dezelfde als de remedie van Section 12(a)(1) Securities Act, met dien verstande dat sinds de invoering van de Private Securities Litigation Reform Act (‘PSLRA’)12 in 1995 de gedaagde de mogelijkheid heeft een causaliteitsverweer te voeren (de zogenoemde ‘loss causation defense’).13 Dit verweer is wettelijk vastgelegd in Section 12(b) Securities Act.
c. De ‘out-of-pocket’-maatstaf bij aansprakelijkheid op grond van SEC- regel 10b-5
Bij aansprakelijkheid op grond van SEC-regel 10b-5 wordt in fraud-on- the-market-zaken standaard de out-of-pocket-maatstaf toegepast. Volgens deze maatstaf wordt de schade vastgesteld op het verschil tussen de prijs die de belegger voor de litigieuze effecten heeft betaald en de werkelijke waarde (‘fair value’) van deze effecten toen hij de litigieuze transactie aanging.14