Achtergestelde vorderingen (O&R)
Einde inhoudsopgave
Achtergestelde vorderingen (O&R nr. 114) 2019/5.5.8:5.5.8 Conclusie
Achtergestelde vorderingen (O&R nr. 114) 2019/5.5.8
5.5.8 Conclusie
Documentgegevens:
mr. drs. N.B. Pannevis, datum 01-04-2019
- Datum
01-04-2019
- Auteur
mr. drs. N.B. Pannevis
- JCDI
JCDI:ADS186594:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Algemeen
Ondernemingsrecht / Algemeen
Vermogensrecht / Rechtsvorderingen
Verbintenissenrecht / Algemeen
Verbintenissenrecht / Overeenkomst
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
294. De aard van de rangorde werkt via de voorgestelde kwalificatie van de eigenlijke achterstelling door in de eigenlijke achterstelling.
De aard van de rangorde als aangelegenheid tussen de schuldeisers onderling leidt ertoe dat de schuldeisers ook onderling een eigenlijke achterstelling overeen kunnen komen. Omdat rangorde een zaak is van de schuldeisers onderling heeft een dergelijke achterstelling dezelfde gevolgen als een eigenlijke achterstelling waarbij de schuldenaar wel is betrokken.
Verder beperkt de aard van rangorde de gevolgen van de eigenlijke achterstelling tot de verdeling van een executie-opbrengst. Voor het overige worden de rechten van de juniorschuldeiser niet aangetast. Daarom staat een eigenlijke achterstelling niet in de weg aan vrijwillige nakoming van de juniorvordering of verrekening daarvan. De juniorschuldeiser kan bovendien, net als iedere andere schuldeiser, beslag leggen en overgaan tot executie.
De werking van de eigenlijke achterstelling bij de verdeling van de executie-opbrengst kan wel zijn schaduw vooruitwerpen doordat de eigenlijke achterstelling het beslag van de junior tot een leeg beslag maakt.
Dat kan ertoe leiden dat de junior door handhaving van het beslag zijn bevoegdheden misbruikt.
Omdat de eigenlijke achterstelling het verhaalsrecht van de junior wijzigt blijft de eigenlijke achterstelling in stand bij een overgang van de junior- of de seniorvordering. Die overgang verandert immers niets aan het juniorverhaalsrecht. De vraag of een achterstelling ook in stand blijft bij schuldoverneming is echter een geheel andere. Die kan niet worden beantwoord door dogmatische duiding van de eigenlijke achterstelling, maar hangt in veel gevallen af van de uitleg van de overeengekomen achterstelling.
De kwalificatie van de eigenlijke achterstelling als aanpassing van het verhaalsrecht laat veel ruimte om de eigenlijke achterstelling te beperken. In de mogelijkheid de rang van het verhaalsrecht van de junior te verlagen ligt de mogelijkheid besloten die rang slechts in bepaalde opzichten te verlagen. De junior kan bijvoorbeeld de rang van zijn vordering slechts verlagen ten opzichte van de seniorvordering voor zover die onder een maximum blijft of slechts de rang verlagen van één van de vorderingen op hoofdelijk verbonden schuldenaren. Bovendien kan een eenmaal overeengekomen eigenlijke achterstelling later alsnog worden beëindigd.
De gevolgen van een eigenlijke achterstelling zijn dus zeer beperkt en kunnen zelfs nog verder worden beperkt. In veel gevallen moeten partijen daarom een eigenlijke achterstelling combineren met een oneigenlijke achterstelling om alle door hun gewenste rechtsgevolgen te bereiken.