Foutenleer
Einde inhoudsopgave
Foutenleer (FM nr. 95) 2000/13.5.2:13.5.2 Het herstel van fundamentele en niet-fundamentele fouten
Foutenleer (FM nr. 95) 2000/13.5.2
13.5.2 Het herstel van fundamentele en niet-fundamentele fouten
Documentgegevens:
dr. A.O. Lubbers, datum 01-07-2000
- Datum
01-07-2000
- Auteur
dr. A.O. Lubbers
- JCDI
JCDI:ADS419302:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal procesrecht / Algemeen
Fiscaal bestuursrecht / Algemeen
Fiscaal bestuursrecht / Aanslag
Inkomstenbelasting / Algemeen
Inkomstenbelasting / Winst
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Richtlijnen voor de jaarverslaggeving, hoofdstuk 150, alinea 101.
Richtlijnen voor de jaarverslaggeving, hoofdstuk 150, alinea 102.
De Richtlijnen voor de jaarverslaggeving maken een onderscheid tussen stellige uitspraken (vetgedrukt) en aanbevelingen. Aan de in vetgedrukte tekst weergegeven stellige uitspraken is extra gewicht toe te kennen.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In IAS 8 wordt geconstateerd dat in de jaarrekening fouten kunnen optreden als gevolg van:
mathematical mistakes, mistakes in applying accounting policies, misinterpretation of facts, fraud or oversights.
Met het oog op het herstel van deze fouten kan een onderscheid worden gemaakt tussen niet-fundamentele fouten en fundamentele fouten (‘fundamental errors’). In IAS 8, paragraaf 6, wordt onder ‘fundamental errors’ verstaan:
errors discovered in the current period that are of such significance that the financial statements of one or more prior periods can no longer be considered to have been reliable at the date of their issue.
In de Richtlijnen voor de jaarverslaggeving wordt onder een ‘fundamentele fout’ verstaan1:
een zodanige onjuistheid in een jaarrekening – geconstateerd na het vaststellen of goedkeuren van die jaarrekening door de leden of aandeelhouders – dat de jaarrekening in het geven van het in artikel 2:362 lid 1 BW bedoelde inzicht in ernstige mate te kort schiet.
Van een fundamentele fout kan sprake zijn bij onjuiste toepassing van waarderingsen resultaatbepalingsgrondslagen met negatieve of positieve invloed, bij onjuiste rubricering dan wel bij onjuiste of onvolledige informatieverstrekking2.
Ten aanzien van het herstel van niet-fundamentele fouten, die hebben geleid tot een onjuiste vaststelling van het eigen vermogen in de eindbalans van het laatstvastgestelde jaar, is in IAS 8, paragraaf 31, opgenomen:
The correction of these errors is normally included in the determination of net profit or loss for the current period.
Eenzelfde benaderingswijze wordt gevolgd in de Richtlijnen voor de jaarverslaggeving. In hoofdstuk 150, alinea 107, wordt voor het herstel van niet-fundamentele fouten verwezen naar de algemene, in hoofdstuk 270, alinea 105, opgenomen regel dat winsten en verliezen uit voorgaande jaren dienen te worden verantwoord in het eerste jaar waarover op het moment van constateren van deze resultaten de jaarrekening nog moet worden opgemaakt. Deze fouten worden aldus hetzelfde behandeld als de in hoofdstuk 4, paragraaf 4.2.2.1 en 4.2.2.3, beschreven ‘volgens goed koopmansgebruik verantwoorde’ fouten.
Met betrekking tot het herstel van fundamentele fouten is in hoofdstuk 150 van de Richtlijnen voor de jaarverslaggeving bepaald3:
105. Een fundamentele fout dient te worden vermeld in het boekjaar waarvan de jaarrekening nog niet is vastgesteld of goedgekeurd en dat zo dicht mogelijk ligt bij het boekjaar waarin de fundamentele fout is gemaakt.
Het herstel van een fundamentele fout dient te worden verwerkt in het boekjaar waarin de vermelding plaatsvindt.
In de toelichting dienen de aard en voor zover toepasbaar de omvang en de wijze van herstel van de fundamentele fout te worden vermeld.
106. Indien herrekening van het eigen vermogen aan het einde van het boekjaar waarin de fundamentele fout is gemaakt leidt tot een verschil met het oorspronkelijk gerapporteerde eigen vermogen, dient dit verschil te worden verwerkt hetzij als een rechtstreekse mutatie van het eigen vermogen aan het begin van het boekjaar waarin het herstel plaatsvindt, hetzij als een buitengewone bate of last in de winst- en verliesrekening van dat boekjaar. Eerstgenoemde methode heeft de voorkeur.
(...)
IAS 8 schrijft als herstelmethode voor fundamentele fouten voor:
34. The amount of the correction of a fundamental error that relates to prior periods should be reported by adjusting the opening balance of retained earnings. (...)
Als alternatieve wijze van het herstel van de fundamentele fout (‘Allowed Alternative Treatment’) geeft IAS 8:
38. The amount of the correction of a fundamental error should be included in the determination of net profit or loss for the current period. (...)
Beckman e.a. (paragraaf 4.3.5, aantekening 33l) zijn van mening dat de methode waarbij het effect van het foutenherstel wordt verwerkt als buitengewoon resultaat in de laatst niet-vastgestelde jaarrekening de voorkeur verdient, omdat deze methode het meest logisch is en het beste aansluit op het wettelijk systeem.