Het beheerplan voor Natura 2000-gebieden
Einde inhoudsopgave
Het beheerplan voor Natura 2000-gebieden (SteR nr. 17) 2014/2.2.4:2.2.4 Het Verdrag van Bonn
Het beheerplan voor Natura 2000-gebieden (SteR nr. 17) 2014/2.2.4
2.2.4 Het Verdrag van Bonn
Documentgegevens:
mr. drs. S.D.P. Kole, datum 31-01-2014
- Datum
31-01-2014
- Auteur
mr. drs. S.D.P. Kole
- JCDI
JCDI:ADS449844:1
- Vakgebied(en)
Natuurbeschermingsrecht / Algemeen
Natuurbeschermingsrecht / Gebiedsbescherming
Natuurbeschermingsrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Convention on the Conservation of Migratory Species of Wild Animals. De tekst van het verdrag is te vinden op www.cms.int/documents/index.htm. Het Verdrag van Bonn is op 20 juni 1980 ondertekend door Nederland. De ratificatie door de Staten-Generaal heeft plaatsgevonden op 10 april 1981. Zie Trb. 1980, 145 en Trb. 1983, 151.
Backes e.a. 2004a, p. 35.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Het Verdrag inzake de bescherming van trekkende wilde diersoorten is tot stand gekomen in 1979, en is in 1983 in werking getreden (hierna: het Verdrag van Bonn).1 Het verdrag van Bonn bevat gebieds- en soortbeschermende maatregelen.
Het verdrag onderscheidt twee categorieën van trekkende diersoorten: diersoorten die in het gehele verspreidingsgebied of een deel daarvan met uitsterven worden bedreigd (opgenomen op Bijlage I), en niet met uitsterven bedreigde diersoorten (opgenomen op Bijlage II). Verdragspartijen moeten aangeven voor welke diersoorten hun territoir van belang is, en daaraan gekoppeld gebiedsbeschermende maatregelen nemen. De gebiedsbeschermende bepalingen bevatten veel ruimte voor interpretatie en afweging. Dit onderdeel van het verdrag is voor de praktijk slechts van beperkte betekenis.
De soortbeschermende voorschriften bevatten minder discretionaire ruimte. Ingevolge het verdrag moeten partijen de jacht op en/of het opzettelijk doden van de in de bijlagen genoemde diersoorten verbieden. Alleen onder bijzondere omstandigheden mag hiervan worden afgeweken.
Naast het beschermen van gebieden en soorten zet het verdrag in op het bevorderen van de internationale samenwerking. Hiertoe bevat het verdrag richtlijnen voor het sluiten van overeenkomsten tussen partijen en niet-partijen. De gedachte hierachter is dat de effectiviteit van de bescherming van diersoorten afhangt van de zwakste schakel in het geheel. Nederland is verdragspartij bij een aantal overeenkomsten voor de bescherming van specifieke diersoorten. Daarbij gaat het ondermeer om de bescherming van zeehonden in de Waddenzee, vleermuizen in Europa en kleine walvisachtigen in de Noordzee en de Oostzee.2