Einde inhoudsopgave
De kosten van de enquêteprocedure (VDHI nr. 177) 2022/4.10.4
4.10.4 Ruimere rekening en verantwoording ten aanzien van de beloning van OK-functionarissen
mr. P.H.M. Broere, datum 12-05-2022
- Datum
12-05-2022
- Auteur
mr. P.H.M. Broere
- JCDI
JCDI:ADS652494:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht (V)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Zie ook HR 21 maart 1958, NJ 1961/167, m.nt. D.J. Veegens (Pels/De Kempenaer); HR 2 december 1994 (r.o. 3.4.2), NJ 1995/548, m.nt. W.M. Kleijn (Rekening en verantwoording); HR 8 december 1995 (r.o. 3.5), NJ 1996/274; HR 9 mei 2014 (r.o. 3.6), NJ 2014/251 (Velázquez/Blaauw q.q.); HR 10 december 2021 (r.o. 3.2), NJ 2022/2; JOR 2022/139, m.nt. C.M. Harmsen (Stichting ADP/Stichting Chuminisian).
Zo ook Josephus Jitta 2016, p. 465; Duynstee 2018, p. 132-133; Salemink 2018b, p. 442-443; Duynstee & Drenth 2021, p. 245; Josephus Jitta 2022, p. 853. Zie ook Borrius 2018, p. 436. Voorkomen moet overigens wel worden dat de OK-functionaris met een regelmatige verslaggevingsverplichting verwordt tot een soort onderzoeker, zie Geerts (onder 7) in zijn annotatie bij OK 26 februari 1998, TVVS 1998, p. 241 (Houdstermaatschappij Griendtsveen). Instemmend Croiset van Uchelen 2008, p. 213, voetnoot 58. In die richting gaat bijv. OK 23 juni 2021 (r.o. 2.2-2.3), JOR 2021/271, m.nt. M.H.C. Sinninghe Damsté (Esperaza).
Nu ik voor de Ondernemingskamer een taak zie erop toe te zien dat de beloning van OK-functionarissen binnen redelijke grenzen blijft (par. 4.7.4), zouden OK-functionarissen wat mij betreft ook tussentijds rekening en verantwoording moeten afleggen van de reeds gemaakte en nog te maken kosten. Alleen op die manier kan de Ondernemingskamer behoorlijk toezicht houden op het verloop van de beloning van OK-functionarissen. Deze op OK-functionarissen rustende verplichting tot het afleggen van rekening en verantwoording vloeit voort uit de rechtsverhouding tussen hen, de Ondernemingskamer en bij de enquêteprocedure betrokken partijen, op grond waarvan OK-functionarissen zich omtrent de behoorlijkheid van enig vermogensrechtelijk beleid hebben te verantwoorden.1 Ik zou in dit kader een ruimer gebruik van art. 2:357 lid 5 BW (par. 4.10.2) willen bepleiten.
De Praktijktips bieden OK-functionarissen nu reeds ruimte om rekening en verantwoording af te leggen van hun beloning aan de rechtspersoon (par. 4.10.3.1), maar zijn wat vrijblijvend en adresseren slechts de situatie waarin de geënquêteerde rechtspersoon de beloning van OK-functionarissen financiert. Zij leggen bovendien geen verplichting op de OK-functionaris tot het afleggen van rekening en verantwoording van hun beloning aan de Ondernemingskamer. De Ondernemingskamer zou er goed aan doen steeds van OK-functionarissen te verlangen haar in ieder geval iedere drie maanden op de hoogte te stellen van de voortgang van hun werkzaamheden, onder toevoeging van een overzicht van gemaakte en nog te maken kosten. Zou de Ondernemingskamer een zekergesteld bedrag beheren voor de beloning van OK-functionarissen, dat bij wijze van voorschot in depot bij de griffie van het Hof Amsterdam wordt gestort (par. 4.7.4), dan kan de Ondernemingskamer nadat een OK-functionaris periodiek verantwoording heeft afgelegd de tot dan toe gemaakte kosten als vergoeding van de OK-functionaris voorlopig, althans deels vaststellen en kan de OK-functionaris worden voldaan (par. 4.8.4).
Het ligt hierbij voor de hand niet alleen de Ondernemingskamer, maar ook andere bij de enquêteprocedure betrokken partijen inzicht te bieden in het verloop van de beloning van de OK-functionaris – ook aan hen is een OK-functionaris mijns inziens rekening en verantwoording verschuldigd. Een periodieke rekening- en verantwoordingsverplichting zorgt ook voor inzicht en mogelijk meer begrip bij procespartijen.2 De Ondernemingskamer kan in haar beschikking waarin zij een periodieke rekening- en verantwoordingsverplichting oplegt ook tot uitdrukking brengen dat deze verplichting eveneens geldt jegens procespartijen. De rechtspersoon, een eventuele directe financier en andere bij de enquêteprocedure betrokken partijen moeten daarin wat mij betreft op gelijke wijze als de Ondernemingskamer worden geïnformeerd.
Procespartijen moeten bij de Ondernemingskamer desgewenst kunnen opkomen tegen het voortgangsrapport van een OK-functionaris. De Ondernemingskamer kan indien nodig dan bijsturen. Daarbij kan ook discussie plaatsvinden over de beantwoording van de vraag of een minder kostbare wijze van uitoefening van de werkzaamheden mogelijk is. Eventuele fouten in de administratie van de OK-functionaris kunnen in een voorkomend geval bovendien eenvoudiger worden opgemerkt en hersteld. Op deze manier wordt voorzien in een beter toezicht op de beloning van OK-functionarissen. Zie ook par. 4.11.