Procesrecht in arbeidszaken
Einde inhoudsopgave
Procesrecht in arbeidszaken (MSR nr. 88) 2024/5.1:5.1 Inleiding
Procesrecht in arbeidszaken (MSR nr. 88) 2024/5.1
5.1 Inleiding
Documentgegevens:
Naomi Dempsey, datum 30-04-2024
- Datum
30-04-2024
- Auteur
Naomi Dempsey
- JCDI
JCDI:ADS982023:1
- Vakgebied(en)
Arbeidsrecht (V)
Burgerlijk procesrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Het arbeidsrecht kent in art. 7:686a lid 4 BW een aantal – bijzonder korte – termijnen waarbinnen de werkgever of de werknemer een verzoekschrift moet indienen. Omdat deze termijnen vervaltermijnen zijn en geen verjaringstermijnen, kunnen deze niet worden gestuit. Art. 7:686a lid 4 BW legt dan ook de nodige tijdsdruk op partijen om tot een schikking te komen, dan wel, als dat (nog) niet mogelijk blijkt, een procedure te starten. In de praktijk zal die druk vooral aan werknemerszijde worden gevoeld. Met uitzondering van de mogelijkheid voor de werkgever om betaling te verzoeken van de wettelijke schadeloosstelling bij ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.