Einde inhoudsopgave
Publicatieverplichtingen voor beursvennootschappen (IVOR nr. 74) 2010/16.2.2
16.2.2 Het concept "geïnformeerdheid van de beurskoers"
mr. J.B.S. Hijink, datum 16-09-2010
- Datum
16-09-2010
- Auteur
mr. J.B.S. Hijink
- JCDI
JCDI:ADS581475:1
- Vakgebied(en)
Financieel recht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Door Fox e.a. (2003). De werking van dit concept is door hen uitvoerig beschreven op p. 23 e.v.
Een volledig geïnformeerde beurskoers van een effect wordt daarbij gezien als de meest accurate beurskoers die op dat moment mogelijk is, aldus Fox e.a. (2003), p. 23.
Vgl. Fox e.a. (2003), p. 24: 'the concept of price informedness highlights the fact that price movement can be a sign of share price accuracy rather than inaccuracy. This is because price movement may indicate at least in part an ongoing process by which new fundamental information is being reflected in price.'
In deze zin Fox e.a. (2003), p. 24.
Hierover Fox e.a. (2003), p. 25-26. Zij wijzen erop dat vooral in de situatie waarin sprake is van 'noise' zich grotere koersbewegingen zullen voordoen, maar tegelijkertijd die koersbewegingen duiden op een grotere mate van accuraatheid van die beurskoersen.
Aldus Fox e.a. (2003), p. 27.
Ook in het door de AFM verrichtte empirische onderzoek naar de invloed van de Wet Marktmisbruik, in het AFM-rapport invloed Wet Marktmisbruik (2007), wordt hiervan uitgegaan. Zo wordt op p. 3, resp. p. 4 opgemerkt dat '[Oven rationality within the fmancial markets, the effects of (...) an event will immediately be reflected in security prices' en dat uit empirisch onderzoek blijkt dat 'the effect of information on stock prices is reflected in a short period of about one hout' Over dit onderzoek: Botter (2007) en Prevoo/Ter Weel (2007).
Fox e.a. (2003), p. 28, merken op dat 'in the case of relatively short term price changes, more movement indicates greater share price accuracy.' Als maatstaf voor hun onderzoek gebruiken Fox e.a. een methode waarmee zij meten in welke mate beurskoersen van effecten van beursvennootschappen in dezelfde economie een gelijkopgaande prijsbeweging kennen. De door hen gebruikte maatstaf vormt een betrouwbare inverse afgeleide voor de hoeveelheid nieuwe (op toekomstige opbrengsten van een effect betrekking hebbende) informatie die in de beurskoers van een effect tot uitdrukking komt. Hoe lager, met andere woorden, de score met de door hen gebruikte methode is, des te meer accuraat de beurskoers van het betreffende effect.
Of het opleggen van publicatieverplichtingen aan beursvennootschappen tot een vergroting van de accuraatheid van de beurskoersen van de door hen uitgegeven effecten leidt, en heeft geleid, is onderzocht aan de hand van het concept van "geïnformeerdheid van beurskoersen."1 Daarmee wordt gedoeld op de mate waarin de beurskoers van een effect een afspiegeling vormt van alle op dat moment beschikbare informatie omtrent het betreffende effect. 2 De mate van geïnformeerdheid van de beurskoers van een effect wordt bepaald door dezelfde factoren die de mate van accuraatheid van die beurskoers bepalen. Dat wil zeggen: door de efficiëntie van de effectenmarkt en de mate van zekerheid omtrent het moment van ontbinding en vereffening van de beursvennootschap.
De meerwaarde van deze gedachte — het concept van "geïnformeerdheid van de beurskoers" — is dat een verbinding wordt gelegd tussen prijsbewegingen van de beurskoersen van effecten en de mate van accuraatheid van deze beurskoersen.3 Een tweetal, deels tegen elkaar in werkende, veronderstellingen speelt hierbij. De eerste veronderstelling houdt verband met de toenemende accuraatheid van beurskoersen van effecten naarmate de periode voorafgaand aan ontbinding en vereffening van het vermogen van een beursvennootschap korter wordt. In dat geval mag worden verwacht dat weinig prijsbewegingen (meer) zullen plaatsvinden: de beurskoers van dat effect zal immers de intrinsieke prijs van het effect benaderen. Wanneer in de praktijk slechts deze veronderstelling zou gelden, dan gaat van het relatief weinig plaatsvinden van prijsbewegingen van een effect de suggestie uit dat de beurskoers van het betreffende effect een grotere mate van accuraatheid heeft.4 Daarnaast speelt echter een tegengestelde veronderstelling. Deze houdt in dat een grotere mate van prijsbeweging van de beurskoers van een effect een grotere mate van accuraatheid van die beurskoers suggereert. Dit zal met name gelden voor het verwerken van nieuwe informatie in de beurskoers van een effect.5 In theorie zal bij de totstandkoming van beurskoersen van effecten voor beide veronderstellingen een rol zijn weggelegd.6 Empirisch onderzoek leidt echter tot de conclusie dat de als tweede genoemde veronderstelling in de praktijk7 doorgaans het zwaarste weegt.8