Parallelle procedures en misbruik van procesrecht onder de EEX-Verordening II
Einde inhoudsopgave
Parallelle procedures en misbruik van procesrecht onder de EEX-Verordening II (BPP nr. XVI) 2015/33:33 Terughoudendheid
Parallelle procedures en misbruik van procesrecht onder de EEX-Verordening II (BPP nr. XVI) 2015/33
33 Terughoudendheid
Documentgegevens:
mr. J.F. Vlek, datum 30-10-2014
- Datum
30-10-2014
- Auteur
mr. J.F. Vlek
- JCDI
JCDI:ADS505219:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht / Europees burgerlijk procesrecht
Internationaal privaatrecht / Internationaal bevoegdheidsrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie voor een voorbeeld Rechtbank Utrecht 3 oktober 2001, ECLI:NL:RBUTR:2001:AD4056.
Zie Rechtbank Zwolle 12 september 2006, 12 september 2006, ECLI:NL:RBZLY:2006:AZ6518, r.o. 4.8.
Zie Hof Amsterdam 14 september 2006, BIE 2007, 128, r.o. 2.15.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Het opnieuw aanhangig maken van een kort geding in dezelfde zaak is dus niet snel aan te merken als misbruik van procesrecht. Het vormt zeker geen misbruik van procesrecht indien het opnieuw vorderen van de voorziening geschiedt op basis van nadere feiten en omstandigheden, die tot een ander oordeel over de gevraagde voorziening aanleiding kunnen geven.1 Ook als er geen ‘novum’ ten opzichte van de eerdere procedure is aan te wijzen zal niet snel sprake zijn van misbruik van procesrecht. Zelfs al staat vast dat geen hoger beroep tegen het eerste vonnis in kort geding is ingesteld en dat eiser geen nieuwe feiten heeft aangevoerd, dan nog is niet automatisch sprake van misbruik van procesrecht; degene die zich beroept op misbruik van procesrecht zal aanvullende feiten en omstandigheden moeten stellen om een inhoudelijke behandeling achterwege te laten om redenen van misbruik van procesrecht.2 Deze aanvullende omstandigheden zouden kunnen worden gevonden in het feit dat het kort geding puur als pressiemiddel wordt ingesteld.
Bijvoorbeeld door het instellen ervan op een grondslag die in een eerder kort geding bewust is achtergehouden, terwijl de stellingen van eiser ook aan de orde komen in het door hem ingestelde hoger beroep van het eerdere kort geding vonnis.3