Financiële controle in het gemeenterecht
Einde inhoudsopgave
Financiële controle in het gemeenterecht (Dissertatieserie Vakgroep Staatsrecht Groningen) 2011/5.4.3.0:5.4.3.0 Introductie
Financiële controle in het gemeenterecht (Dissertatieserie Vakgroep Staatsrecht Groningen) 2011/5.4.3.0
5.4.3.0 Introductie
Documentgegevens:
dr. W. van der Woude, datum 21-09-2011
- Datum
21-09-2011
- Auteur
dr. W. van der Woude
- Vakgebied(en)
Overheidsfinanciën (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De wetgever borduurt voort op de gedachtengang van de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, maar is in die gedachtengang aanzienlijk consequenter. Het wetsvoorstel dat voortvloeide uit de evaluatie van de dualiseringswetgeving door de commissie-Leemhuis uit 20041 — waarin overigens met geen woord werd gerept over de indemniteitsprocedure — werd aangegrepen om ook de indemniteitsprocedure op de schop te nemen. Op 3 maart 2009 is de Eerste Kamer akkoord gegaan met de volgende wijziging:
Artikel 198, tweede lid, komt te luiden:
2. Indien de raad tot het standpunt komt dat de in de jaarrekening opgenomen baten, lasten of balansmutaties, die niet rechtmatig tot stand zijn gekomen, aan de vaststelling van de jaarrekening in de weg staan, brengt hij dit terstond ter kennis van het college met vermelding van de gerezen bedenkingen.
Het kenmerkende verschil tussen deze nieuwe formulering en de hierboven besproken interpretatie van de oude formulering door de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, is dat in de nieuwe formulering de koppeling tussen het politieke oordeel van de gemeenteraad en het vaststellen van onrechtmatigheden als zodanig wordt losgelaten. In de interpretatie van de minister was het nog nodig het politieke oordeel van de raad te verpakken in zijn oordeel over de rechtmatigheid van de baten, lasten en balansmutaties. Deze nieuwe formulering laat de raad de ruimte het accountantsoordeel over de onrechtmatigheid in stand te houden, zonder daaraan in alle gevallen de — inmiddels ook in de ogen van de wetgever — politieke consequentie van het indemniteitsbesluit te verbinden. In de Memorie van Toelichting wordt hiervoor de volgende overweging gegeven:
"De indemniteitsprocedure dient alleen maar plaats te vinden wanneer de raad of provinciale staten van oordeel is respectievelijk van oordeel zijn, dat de onrechtmatigheid van dien aard is dat deze aan de vaststelling van de jaarrekening in de weg staat. De indemniteitsprocedure is niet nodig als de raad of provinciale staten van mening is of zijn, dat bijvoorbeeld het college voldoende heeft toegelicht wat de oorzaken zijn van onrechtmatigheden en welke maatregelen in dat kader worden of zijn genomen."2
Het consequente aan deze redenering is dat de rechtmatigheidscontrole door de accountant op deze manier niet hoeft te worden beïnvloed door het politieke oordeel dat de raad daarover later velt. Dit zou betekenen dat accountants — in tegenstelling tot wat de Nota van Toelichting bij het Bag daarover beweert zich bijvoorbeeld niet bezig hoeven te houden met de vraag of een begrotingsoverschrijding past binnen het door de raad geaccordeerde beleid. Het zou goed zijn als de regering of de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties dit middels een circulaire duidelijk zou maken.