Einde inhoudsopgave
De (onmiddellijke) voorzieningen van de enquêteprocedure (IVOR nr. 105) 2017/17.8.6.4
17.8.6.4 Beheeropdracht, proportionaliteit en redelijkheid verdeling
F. Eikelboom, datum 01-06-2017
- Datum
01-06-2017
- Auteur
F. Eikelboom
- JCDI
JCDI:ADS364899:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Algemeen
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Dit beginsel is uiteengezet in par. 11.3.7.
Zie par. 17.8.6.1.
Zie par. 17.6.3.2 en 17.6.3.4.
Ter verduidelijking zij opgemerkt dat ik meen de tijdelijke bestuurder al een aanvang kan maken met het voorstel tot een ruziesplitsing vóórdat wanbeleid is vastgesteld. De daadwerkelijke splitsing past echter pas in de taak van de tijdelijke beheerder als wanbeleid is vastgesteld.
Zie par. 17.7.3.1.
Par. 13.5.9.
Par. 17.8.5.2.
Art. 2:356 sub f BW.
In gelijke zin Van Solinge, p. 80.
Hof Amsterdam (OK) 3 oktober 2011, JOR 2012/9, m.nt. Olden bij JOR 2012/10 (Middle Europe Investments). Zie par. 17.8.5.4.
Hof Amsterdam (OK) 27 oktober 2015, JOR 2016/60 m.nt. Van Thiel (Cunico).
Een verdere vraag is of het nemen van een ruziesplitsingsbesluit past bij de taak van de tijdelijke beheerder. Het concordantiebeginsel1 zou kunnen pleiten er voor het mogelijk achten van een dergelijke rechtsontwikkeling.2 Anderzijds zou ook betoogd kunnen worden dat de rechtsstelsels op dit punt welbewust uit elkaar lopen, nu de Nederlandse wetgever bij de herziening van het enquêterecht in 2013 niet de ruziesplitsing als eindvoorziening heeft ingevoerd. Hoe dan ook, de omstandigheden kunnen mijns inziens meebrengen dat het tot de taak van de tijdelijke beheerder hoort dat hij een dergelijk splitsingsbesluit neemt.3 Indien de omstandigheden zo zijn als beschreven in par. 17.8.5.1 meen ik dat het doorvoeren van een ruziesplitsing past binnen de taak van de tijdelijke beheerder.4 In andere gevallen is mijns inziens een dergelijke ruziesplitsing niet opportuun.
Eén van deze omstandigheden is dat de (oorspronkelijke) aandeelhouders een reële prijs voor hun aandelen krijgen. Dit vereiste is mede ingegeven door art. 1 EP.5Art. 2:334cc BW bevat dienaangaande een waarborg in de zin dat een accountant moet verklaren dat voorgestelde verdeling, mede gelet op de bij het splitsingsvoorstel gevoegde stukken, redelijk is. Die waarborg is mijns inziens minder solide, dan analoge toepassing van de geschillenregeling, die aan de orde is bij de tijdelijke statutaire geschillenregeling6 en verkoop van de beheerde aandelen door de tijdelijke beheerder.7 Aldus bezien, zou de ruziesplitsing minder snel proportioneel zijn.
Het door middel van (onmiddellijke) voorziening faciliteren van een ruzie-splitsing sluit aan bij het feit dat de ondernemingskamer, indien het wanbeleid niet anderszins te verhelpen is, bevoegd is om de vennootschap te ontbinden.8 De splitsing van de vennootschap is aldus bezien een minder vergaand alternatief.9
Uit de Middle Europe Investments-beschikking10 zou echter kunnen worden afgeleid dat de ondernemingskamer een reorganisatie op het niveau van de vennootschap minder ver vindt gaan dan de verkoop van aandelen van de getroffen aandeelhouders.
Het door middel van (onmiddellijke) voorziening faciliteren van een ruzie-splitsing past voorts bij het feit dat de ondernemingskamer het heeft toegestaan dat tijdelijk door haar aangestelde functionarissen een biedingsproces organiseerden met betrekking tot nieuw uit te geven aandelen, waardoor één van de aandeelhouders sterk zou verwateren.11 De ruziesplitsing heeft voor de getroffen aandeelhouders voorts het voordeel dat er niet een van de ruziënde aandeelhouders in de weinig benijdenswaardige positie van (beknelde) minderheidsaandeelhouders komt te verkeren.