Het opportuniteitsbeginsel en het recht van de Europese Unie
Einde inhoudsopgave
Het opportuniteitsbeginsel en het recht van de Europese Unie 2014/1.6.2:1.6.2 Twee betekenissen
Het opportuniteitsbeginsel en het recht van de Europese Unie 2014/1.6.2
1.6.2 Twee betekenissen
Documentgegevens:
Dr. W. Geelhoed LL.M., datum 19-09-2013
- Datum
19-09-2013
- Auteur
Dr. W. Geelhoed LL.M.
- Vakgebied(en)
Strafprocesrecht / Voorfase
Internationaal strafrecht / Europees strafrecht en strafprocesrecht
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Deze gestaag groeiende reikwijdte van het opportuniteitsbeginsel zorgt echter voor onduidelijkheid. In het licht van de vraagstelling is het noodzakelijk dat helder is op welke betekenis van het opportuniteitsbeginsel gedoeld wordt wanneer dat aan een onderzoek wordt onderworpen. Ik maak daarvoor onderscheid tussen twee betekenissen van het opportuniteitsbeginsel. De eerste betekenis betreft het opportuniteitsbeginsel waarbij het een beginselkarakter bezit, anders gezegd, wanneer daarmee een algemeen strafrechtelijk uitgangspunt wordt bedoeld. De tweede betekenis betreft de concrete regel dat de officier van justitie het algemeen belang mag betrekken bij de beslissing omtrent vervolging of verdere vervolging van een strafbaar feit. Voordat het opportuniteitsbeginsel zijn huidige reikwijdte verkreeg vielen beide betekenissen in hoge mate samen. Inmiddels is daarvan geen sprake meer, vanwege het groeiende aantal discretionaire bevoegdheden van opsporings- en vervolgingsautoriteiten. Ook andere constructies, zoals het politiesepot, worden met het opportuniteitsbeginsel in verband gebracht, en niet meer alleen de beslissing omtrent vervolging. Daarom is het beter om de mogelijkheid voor de officier van justitie om op de voet van artikel 167 Sv te seponeren niet meer aan te duiden met de term opportuniteitsbeginsel, maar die term te reserveren voor het fundamentelere, meer omvattende strafrechtelijke uitgangspunt.
Hoe verhouden zich deze twee betekenissen van het opportuniteitsbeginsel tot elkaar? De redenering dat uit de meerdere bevoegdheid, in dit geval het onvoorwaardelijk sepot, ook mindere bevoegdheden kunnen worden afgeleid, is problematisch.1 In ieder geval kan daarmee moeilijk voor de gehele reikwijdte van het opportuniteitsbeginsel een bevredigende legitimatie worden gevonden, vooral wanneer men een positieve interpretatie van het opportuniteitsbeginsel voorstaat. Bij een negatieve interpretatie is er nog iets te zeggen voor de redenering dat de bevoegdheid om onvoorwaardelijk te seponeren impliceert dat ook de bevoegdheid om voorwaardelijk te seponeren bestaat. In een positieve interpretatie is dat lastiger: dan wordt het perspectief omgedraaid, en waarom zou in dat licht de vervolgingsbevoegdheid impliceren dat buitengerechtelijk mag worden afgedaan?
Een belangrijk aandachtspunt is dus de vraag hoe deze twee betekenissen van het opportuniteitsbeginsel moeten worden onderscheiden. Het maken van onderscheid daartussen biedt ook de mogelijkheid om beide in meer detail te bestuderen. Wanneer dat onderscheid niet wordt gemaakt, bestaat het gevaar dat dieperliggende waarden, die bijvoorbeeld betrekking hebben op de terughoudendheid waarmee het strafrecht zou dienen te worden ingezet, of op de wenselijkheid van een rationeel en voorzichtig strafrechtelijk beleid, wel worden onderkend, maar dat niet goed duidelijk wordt op welke manier die zich verhouden tot het opportuniteitsbeginsel. Komen deze waarden tot uitdrukking in het sepot van artikel 167 Sv als zodanig, of liggen deze ten grondslag aan een meer in abstracte zin te begrijpen beginsel? Dat verschil heeft ook gevolgen voor de manier waarop aangekeken kan worden tegen rechtsontwikkelingen op dit punt: kan het opportuniteitsbeginsel worden beschouwd als een uitgangspunt dat, zonder daarmee een fundamentele rechtswaarde te verliezen, kan worden ingeruild voor het legaliteitsbeginsel?2 Of wordt het opportuniteitsbeginsel dan te veel gezien als een toevalligerechtsregel die onafhankelijk wordt geacht van een fundamentelere waardenrationaliteit?