Einde inhoudsopgave
Mededinging en verzekering (R&P nr. VR8) 2019/9.2
9.2 De opzet van dit onderzoek
mr. drs. G.T. Baak, datum 11-12-2019
- Datum
11-12-2019
- Auteur
mr. drs. G.T. Baak
- JCDI
JCDI:ADS183630:1
- Vakgebied(en)
Mededingingsrecht / Algemeen
Verzekeringsrecht / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Coassurantie kan op diverse manieren plaatsvinden: in ad hoc combinaties van verzekeraars, al dan niet op instigatie van een makelaar, al dan niet ter beurze, in poolverband of in verband met een aanbesteding.
Ik verwijs hierbij naar de onderzoeken door de Europese Commissie, persbericht van de Commissie van 13 juni 2005, (PbEU 2005, C144/13), gevolgd door het eindrapport in 2007, COM(2007)556 def. Het onderzoek door EY 2014 en Baarsma e.a. 2008. Zie ook het onderzoek van de ACM in het kader van de Monitor Financiële Sector in 2005 en het onderzoek door Boone e.a. 2011.
Commission decision van 13/06/2005 initiating an inquiry into the business insurance sector pursuant to article 17 of Council Regulation (EC) No 1/2003.
COM(2007) 556 definitief, mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio’s, Sectoraal onderzoek overeenkomstig artikel 17 van Verordening (EG) nr. 1/2003 naar de mededingingssituatie in de sector zakelijke verzekeringen (Eindverslag) {SEC(2007) 1231}, rn. 37.
Baarsma e.a. 2008.
NMa, Monitor Financiële Sector 2005, p. 85-96.
In dit proefschrift is onderzoek gedaan naar de toepassing van het mededingingsrecht in de zakelijke verzekeringsmarkt. Die markt omvat de verzekering van (groot) zakelijke risico’s die door tussenkomst van een makelaar vaak, maar zeker niet uitsluitend, in coassurantie worden ondergebracht bij meerdere verzekeraars. De zakelijke verzekeringsmarkt is vanuit mededingingsrechtelijk perspectief interessant, omdat deze markt wordt gekenmerkt door een grote behoefte aan samenwerking. We zien dat samenwerking zich bijvoorbeeld voordoet bij het verzekeren van grote en complexe risico’s in coassurantie en/of in pools, bij standaardisering van polisvoorwaarden, uitwisseling van (statistische) informatie ten behoeve van de berekening van risicopremietarieven en de afwikkeling van schades. Het is vooral bij de verzekering door middel van coassurantie, dat wil zeggen dat meerdere verzekeraars gezamenlijk één risico verzekeren, dat marktpartijen (verzekeraars en/of makelaars) samenwerken.1 Dat centrale element van samenwerking roept de vraag op hoe de verzekering in coassurantie zich verhoudt tot het mededingingsrecht. Het mededingingsrechtelijke uitgangspunt is immers dat iedere verzekeraar zijn marktgedrag zelfstandig moet bepalen en op het eerste gezicht staat de samenwerking bij coassurantie daarmee op gespannen voet. Wanneer kan worden geconstateerd dat samenwerking op grond van het mededingingsrecht in beginsel niet is toegestaan, maar de samenwerking wel gepaard gaat met (substantiële) voordelen voor de mededinging, is tevens de vraag relevant of deze voordelen de mededingingsbezwaren in voldoende mate compenseren. Rechtvaardigt het tegen gemeenschappelijke condities verzekeren van risico's in verzekeringspools bijvoorbeeld een vrijstelling van het kartelverbod? Het gaat hier om de vraag welke die het mededingingsrecht biedt voor de samenwerkingsvormen in de zakelijke verzekeringsmarkt.
Het bovenstaande geeft in het kort het gekozen onderzoekdomein weer. Dit proefschrift bouwt voort op de resultaten van andere onderzoeken die met name door de Europese Commissie in de afgelopen jaren zijn gedaan naar coassurantie, verzekeringspools en het mededingingsrecht.2 De aanleiding voor deze onderzoeken was het vermoeden dat in de zakelijke verzekeringsmarkt mogelijk mededingingsbeperkende gedragingen zouden plaatsvinden. Zo besloot de Europese Commissie in 2005 om een onderzoek in te stellen naar de mededinging in de zakelijke verzekeringsmarkt.3 In dit onderzoek werd geconcludeerd dat er door de Europese Commissie en de nationale mededingingsautoriteiten aandacht dient te worden besteed aan bepaalde praktijken die de aanpassing van premies tot gevolg hebben in gevallen waarin medeverzekering (ofwel: coassurantie) en herverzekering worden gekocht in een tweestapsinschrijvingsprocedure, waarbij de prijs van een marktleider door (her)verzekeraars wordt gevolgd. De tweestapsinschrijvingsprocedure ziet erop dat voor de verzekering van een bepaald risico in coassurantie door de makelaar eerst een leidende verzekeraar wordt gezocht (waarmee uitvoerig wordt onderhandeld) en daarna volgverzekeraars worden benaderd om (vaak op basis van de offerte van de leider) mee te tekenen. Tevens werd door de Europese Commissie aandacht besteed aan gevallen waarin een wijdverbreid gebruik van langetermijncontracten tot cumulatieve marktafscherming kan leiden. Ook constateerde de Europese Commissie mogelijk marktfalen op het gebied van verzekeringsbemiddeling.4
Dit onderzoek van de Europese toezichthouder had ook consequenties voor de Nederlandse zakelijke verzekeringsmarkt. Het onderzoek had tot gevolg dat in februari 2008 als reactie op het onderzoek van de Europese Commissie een rapport van economisch onderzoeksinstituut SEO verscheen, dat was opgesteld in opdracht van de VNAB: de branchevereniging van de Nederlandse zakelijke verzekeringsmarkt. In dit rapport werd geconcludeerd dat de Nederlandse zakelijke verzekeringsmarkt efficiënt en competitief zou zijn, wat met name het gevolg is van de belangrijke mededingings-bevorderende rol die de makelaar heeft.5 Ook de Nederlandse Mededingingsautoriteit (NMa, thans: ACM) heeft de mededinging op de (zakelijke) verzekeringsmarkt in het verleden onder de loep genomen. Zij kwam tot de conclusie dat in deze markt wel degelijk mededingingseconomische risico’s bestonden vanwege de vergaande samenwerking tussen verzekeraars en de intensieve contacten tussen verzekeraars en makelaars.6 Daarom was volgens de NMa blijvend mededingingstoezicht gewenst.
In het licht van de bovenvermelde gebeurtenissen heb ik ervoor gekozen om aan het onderwerp mededinging en verzekering een proefschrift te wijden. Het doel van dit onderzoek was om het spanningsveld tussen (de wijze van) verzekeren in de zakelijke verzekeringsmarkt en het mededingingsrecht grondig(er) in kaart te brengen. Daarom is de volgende onderzoeksvraag gesteld:
Hoe verhoudt de verzekering in coassurantie of via pools zich tot de inhoud van het mededingingsrecht?
Met het oog op de beantwoording van deze centrale onderzoeksvraag heb ik de volgende deelvragen geformuleerd:
Wat is de kern van het mededingingsrecht?
Welke rol spelen economische factoren bij de toepassing van het mededingingsrecht in de verzekeringssector?
Wat is coassurantie, wat is de verzekering in pools en hoe werken zij in de Nederlandse praktijk?
Op welke punten geeft de verzekering in coassurantie of via pools spanning met het mededingingsrecht?
In hoeverre bestaat er spanning met het mededingingsrecht bij het sluiten van een verzekeringsovereenkomst in coassurantie of in pools?
In hoeverre bestaat er spanning met het mededingingsrecht bij het gebruik van standaardvoorwaarden bij coassurantie of in pools?
In hoeverre bestaat er spanning met het mededingingsrecht bij de schaderegeling bij coassurantie of in pools?
Hoe kan worden omgegaan met de spanning tussen coassurantie, pools en het mededingingsrecht?
Dit boek is opgebouwd aan de hand van deze deelvragen. De opbouw van het boek geeft tegelijk ook de beperkingen weer die zijn aangebracht. Het onderzoek is beperkt tot mededingingsaspecten die een rol spelen bij de verzekering in coassurantie of in pools. Daarbij is als uitgangspunt gekozen om de toepassing van het mededingingsrechtelijke kartelverbod en verbod op misbruik van een machtspositie op de verzekeringspraktijk te onderzoeken. In de volgende paragraaf zal ik door middel van een samenvatting van de belangrijkste bevindingen per hoofdstuk een antwoord geven op de hierboven weergegeven deelvragen. Vervolgens kom ik tot de beantwoording van de centrale onderzoeksvraag. Het antwoord op deelvraag vijf is opgenomen in par. 9.5 waar ik tevens enkele aanbevelingen formuleer.