Einde inhoudsopgave
Betrouwbaar getuigenbewijs 2014/5.4
5.4 Verslaglegging van de getuigenverklaringen
Mr. Dr. M.J. Dubelaar, datum 01-12-2013
- Datum
01-12-2013
- Auteur
Mr. Dr. M.J. Dubelaar
- Vakgebied(en)
Strafprocesrecht / Terechtzitting en beslissingsmodel
Strafprocesrecht / Voorfase
Voetnoten
Voetnoten
Verslaglegging van getuigenverklaringen geschiedt in Nederland in de vorm van een procesverbaal. Zie uitvoeriger hoofdstuk 11.
Komter 2001, p. 31.
Komter 2011, p. 29 en Jönsson & Linell 1991, p. 436.
Jönsson & Linell 1991, p. 436.
Komter 2011, p. 29-30. Komter spreekt in dit verband van een proces van decontextualisering.
Deetman & Jackson 1998, p. 6.
Jönsson & Linell 1991, p. 436 en Haket 2007, p. 97.
Hoewel transcripties zelden een volledig letterlijke verslaglegging behelzen.
Gestelde vragen worden ook in monoloogvorm opgetekend.
Bij het zogeheten hermetisch karakter van processen-verbaal wordt in § 11.6.2 nader stilgestaan.
Uit het voorgaande is duidelijk geworden dat het verhoor meer is dan eenzijdige overdracht van informatie. De verhoorder speelt een belangrijke rol in het construeren van een strafrechtelijk relevante verklaring. In vrijwel alle gevallen resulteert het verhoor in het schriftelijk vastleggen van de verklaring die tijdens het verhoor is afgelegd. In theorie kan onderscheid worden gemaakt tussen het verhoor en de verslaglegging daarvan.1 In de praktijk lopen deze twee activiteiten vaak door elkaar en maakt de schriftelijke verslaglegging een belangrijk onderdeel uit van het proces van construeren van een strafrechtelijk relevante verklaring. Dat komt enerzijds doordat het typen tijdens het verhoor een belangrijke bijdrage levert voor het structureren van het verhoor2 en anderzijds doordat de verslaglegging meestal geen letterlijke weergave behelst van de interactie tijdens verhoor (in de vorm van een transcriptie), maar is gericht op het construeren van een product dat vatbaar is voor latere verwerking in het vervolg van de procedure.3
Uit onderzoek blijkt dat de functionaris die de verklaring optekent, een belangrijke rol heeft in het construeren van de verklaring. Hij doet veel meer dan het neutraal conserveren van de informatie die door de getuige naar voren wordt gebracht. Het opmaken van het verslag is immers niet alleen bedoeld om de daarin neergelegde verklaring te conserveren, maar ook om tegemoet te komen aan de behoeften die (worden verondersteld te) bestaan bij de toekomstige gebruikers of lezers van dat verslag.4 Men streeft naar het genereren van een op zichzelf staande tekst die ook buiten de interactionele context waarbinnen zij is opgesteld begrijpelijk en bruikbaar is, en waarop de lezer beslissingen kan baseren.5
Het optekenen van een verklaring gaat in beginsel dan ook gepaard met een veranderproces, dat in de literatuur wel wordt aangeduid als ‘normatieve transformatie’.6 Deze transformatie is allereerst gelegen in de omzetting van gesproken interactie naar een schriftelijk stuk, wat in veel gevallen gepaard gaat met een verandering van het taalgebruik. Bovendien vindt een selectie plaats in de informatie die door de getuige wordt gegeven, waarbij ten behoeve van de leesbaarheid informatie naar thema wordt gerangschikt en in chronologische volgorde wordt gezet. De consequentie is dat de verklaring een sterkere narratieve structuur krijgt en veel logischer en samenhangend lijkt dan de dialoog was waarop het verslag is gebaseerd.7
De mate waarin het proces van normatieve transformatie plaatsvindt, is vanzelfsprekend afhankelijk van de vorm waarin het verslag wordt opgemaakt. Indien wordt gekozen voor een letterlijke transcriptie aan de hand van bandopnamen, doet dit proces zich niet of nauwelijks voor.8 Het proces van normatieve transformatie komt het sterkst naar voren bij de monoloog, die op het West-Europese continent nog steeds frequent voorkomt bij verslaglegging zowel door de politie als door de rechter(-commissaris). Indien wordt gekozen voor verslaglegging in de vorm van een monoloog, dan gaat ook de inbreng van de verhorende functionaris grotendeels verloren doordat deze vorm zich maar in beperkte mate leent voor het opnemen van vragen.9 Hoe sterker het proces van normatieve transformatie, hoe groter het risico dat relevante informatie verloren gaat en dat teveel geloof wordt gehecht aan de verklaring doordat het narratief sterker is en de totstandkoming van de verklaring slechter toetsbaar is vanwege het (grotendeels) ontbreken van de gestelde vragen.10