Vastgoedtransacties in de Europese btw
Einde inhoudsopgave
Vastgoedtransacties in de Europese btw (FM nr. 169) 2021/9.2.3:9.2.3 Aftrek voorbelasting
Vastgoedtransacties in de Europese btw (FM nr. 169) 2021/9.2.3
9.2.3 Aftrek voorbelasting
Documentgegevens:
mr. dr. M.D.J. van der Wulp, datum 01-07-2021
- Datum
01-07-2021
- Auteur
mr. dr. M.D.J. van der Wulp
- JCDI
JCDI:ADS291636:1
- Vakgebied(en)
Toeslagen (V)
Omzetbelasting / Aftrek en teruggaaf
Omzetbelasting / Belastingplichtige en -schuldige
Europees belastingrecht / Belastingen EU
Omzetbelasting / Levering van goederen en diensten
Omzetbelasting / Vrijstelling
Europees belastingrecht / Algemeen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Een belastingplichtige heeft recht op aftrek voor zover hij de afgenomen goederen en diensten gebruikt voor zijn belaste handelingen. Is de toegepaste aftrek van de belastingplichtige die de vastgoedtransactie verricht hoger of lager dan hij gerechtigd was toe te passen, dan moet hij zijn aftrek herzien.
Voor investeringsgoederen moet de aftrek jaarlijks worden herzien gedurende een periode van vijf jaar, het jaar van verwerving of vervaardiging daaronder begrepen of vijf volle jaren vanaf het moment van ingebruikneming. Voor onroerende investeringsgoederen mag de herzieningsperiode worden verlengd tot maximaal 20 jaar teneinde deze periode beter te laten aansluiten bij de economische levensduur (en dus het daadwerkelijke gebruik) van deze goederen. Naar mijn mening is die verlengde herzieningsperiode voor onroerende investeringsgoederen wenselijk, omdat de mate van aftrek hierdoor beter aansluit bij het daadwerkelijke gebruik. De omvang van de jaarlijkse herziening voor onroerende investeringsgoederen hangt af van de herzieningsperiode en bedraagt maximaal 1/5e (herzieningsperiode van vijf) en minimaal 1/20e (herzieningsperiode van 20 jaar) van de btw op het onroerend investeringsgoed. Wordt een onroerend investeringsgoed gedurende de herzieningsperiode geleverd, dan moet de btw op het onroerende investeringsgoed ineens worden herzien voor de resterende herzieningsperiode. Lidstaten mogen investeringsdiensten, zoals kostbare verbouwingen, voor de toepassing van de herzieningsregels hetzelfde behandelen als onroerende investeringsgoederen. Naar mijn mening is dat ook wenselijk, omdat de mate van aftrek ter zake van deze investeringsdiensten hierdoor beter aansluit bij het daadwerkelijke gebruik.
De belastingplichtige die een vrijgestelde vastgoedtransactie verricht, heeft geen recht op aftrek van de btw op de hieraan toerekenbare goederen of diensten. Daarnaast kan deze vrijgestelde vastgoedtransactie leiden tot een beperking van het recht op aftrek van de btw op de algemene kosten alsmede tot een herziening (ineens) van de toegepaste aftrek van de btw op het onroerend (investerings)goed zelf of goederen en diensten met betrekking tot dit onroerend (investerings)goed (bijv. een verbouwing). Zolang de vrijstellingen voor vastgoedtransacties bestaan, zal de inwendige neutraliteit daarom geweld aangedaan worden en lig het gevaar op de loer dat eindverbruik (deels) onbelast blijft. Om die reden dient er voor de vrijstellingen voor vastgoedtransactie een (afdoende) rechtvaardiging te bestaan.