Onmiddellijke voorzieningen en hun externe werking
Einde inhoudsopgave
Onmiddellijke voorzieningen en hun externe werking (IVOR nr. 118) 2020/6.5.1:6.5.1 Slotsom
Onmiddellijke voorzieningen en hun externe werking (IVOR nr. 118) 2020/6.5.1
6.5.1 Slotsom
Documentgegevens:
mr. A.C. Faber, datum 16-03-2020
- Datum
16-03-2020
- Auteur
mr. A.C. Faber
- JCDI
JCDI:ADS196868:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie nr. 9. Het eerste scenario: de onmiddellijke voorziening heeft geen effect; het tweede scenario: de onmiddellijke voorziening prevaleert.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
[211] De gewone burgerlijke rechter is bevoegd kennis te nemen van vorderingen, voortvloeiend uit contractuele verplichtingen. Hij en de Ondernemingskamer hebben verschillende toetsingskaders. De afstemmingsregel is niet toepasselijk op beslissingen over onmiddellijke voorzieningen die conflicteren met contractuele verplichtingen. Een rangorde tussen de onmiddellijke voorziening en de contractuele verplichting kan daarom niet uit de afstemmingsregel worden afgeleid. In dit hoofdstuk zijn geen aanknopingspunten gevonden voor de conclusie dat hetzij het eerste scenario, hetzij het twee scenario als geldend recht kan worden beschouwd.1
De afstemmingsregel legt de enquêterechter geen beperkingen op bij de beslissing over een onmiddellijke voorziening.
De rechtspersoon heeft er belang bij dat de Ondernemingskamer geïnformeerd is over het oordeel van de bevoegde rechter, als dat oordeel inzicht kan verschaffen in de rechtspositie van zijn wederpartij en daarmee licht kan werpen op te verwachten nadeel van de onmiddellijke voorziening voor de rechtspersoon.
Toepasselijkheid van vreemd recht op de contractuele verhouding van de rechtspersoon, kan een belemmerende factor zijn bij het verwerven door de Ondernemingskamer van inzicht in de positie van de wederpartij. Extra behoedzaamheid bij het treffen van een conflicterende onmiddellijke voorziening is dan geboden.