Het vertrouwensbeginsel bij de interstatelijke samenwerking in strafzaken
Einde inhoudsopgave
Het vertrouwensbeginsel bij de interstatelijke samenwerking in strafzaken (SteR nr. 31) 2016/19.2.3.4:19.2.3.4 Aanbevelingen voor EU-netwerken en overige EU-instanties
Het vertrouwensbeginsel bij de interstatelijke samenwerking in strafzaken (SteR nr. 31) 2016/19.2.3.4
19.2.3.4 Aanbevelingen voor EU-netwerken en overige EU-instanties
Documentgegevens:
Thomas Kraniotis, datum 01-08-2016
- Datum
01-08-2016
- Auteur
Thomas Kraniotis
- JCDI
JCDI:ADS454604:1
- Vakgebied(en)
Bestuursprocesrecht / Algemeen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In het verlengde van hetgeen in de vorige paragraaf is opgemerkt, is het van belang werkelijk onderling vertrouwen tussen de autoriteiten van de lidstaten te kweken. Dat zorgt ervoor dat de samenwerking over de hele linie soepeler verloopt. Voor die gevallen waarin de toegang tot de rechter als vangnet fungeert, is vooral vertrouwen in de rechter en de rechterlijke macht van de andere lidstaat cruciaal. Hoe dat vertrouwen te kweken is en blijft lastig. Aan de ene kant moet dat vertrouwen gaandeweg in de praktijk ontstaan, doordat de rechterlijke autoriteiten in de lidstaten de rechtsstaat hooghouden, zich onafhankelijk en kritisch opstellen en blijk geven van een Europese judiciële cultuur, en dat ook uitdragen naar de collega’s in de andere lidstaten. Dat is door de Europese instellingen moeilijk te beïnvloeden. Wel kunnen laagdrempelige samenwerking in EU-netwerken en informele contacten aan dergelijk vertrouwen bijdragen. Daarbij is de aanname dat de rechterlijke autoriteiten in de lidstaten zich magistratelijk opstellen en hechten aan rechtsstatelijke en EU-rechtelijke beginselen. Is daarvan sprake, dan zal dat – meer dan in het kader van min of meer formele strafrechtelijke samenwerking – bij dergelijke contacten blijken. Het is nu eenmaal zo dat onbekend vaak onbemind maakt. Uiteraard kan dit ook de andere kant op werken. Uit dergelijke contacten kan ook een schrikbarend beeld oprijzen. Als dat het geval is, werkt dat negatief uit op het onderling vertrouwen, maar dat is dan wellicht ook terecht. Het gaat er om dat het beeld realistisch is: het moet duidelijk zijn wat in de verschillende lidstaten goed gaat, maar ook wat niet goed gaat.