Ongerechtvaardigde verrijking en onverschuldigde betaling als bronnen van verbintenissen
Einde inhoudsopgave
Ongerechtvaardigde verrijking en onverschuldigde betaling als bronnen van verbintenissen (O&R nr. 80) 2014/4.4.4:4.4.4 Causaal verband
Ongerechtvaardigde verrijking en onverschuldigde betaling als bronnen van verbintenissen (O&R nr. 80) 2014/4.4.4
4.4.4 Causaal verband
Documentgegevens:
mr. S.R. Damminga, datum 07-11-2013
- Datum
07-11-2013
- Auteur
mr. S.R. Damminga
- JCDI
JCDI:ADS497564:1
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht / Overige verbintenissen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Vgl. ook Bloembergen 1965, p. 14-15, die een vergelijkbare opmerking maakt over het begrip schade.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Wat is het verband tussen de hierboven besproken begrippen ‘verrijking’ en ‘verarming’?
Hierboven bleek reeds dat ‘verrijking’ een causaal begrip is; in de term verrijking ligt besloten dat zij het gevolg is van een gebeurtenis. Een verrijking is niet te omschrijven zonder uitdrukkelijk of stilzwijgend in de omschrijving op te nemen dat zij door een bepaalde gebeurtenis is veroorzaakt. Een verrijking is altijd het gevolg van een zekere gebeurtenis. Het is een – positieve – verandering, die er zonder invloed van die gebeurtenis niet zou zijn geweest.1 Deze verrijking moet worden begroot.
Ook ‘verarming’ is een gevolg van een feit. Echter, het causale verband tussen de verarming en het feit dat de verarming heeft veroorzaakt is van een andere orde dan het verband tussen de verrijking en het verrijkingsfeit. Wij zagen dat het vereiste van de verarming ertoe dient om de persoon aan te wijzen die de vordering uit ongerechtvaardigde verrijking kan instellen. Het feit dat de verarming heeft veroorzaakt hoeft niet een concreet nadeel te hebben toegebracht aan de verarmde, dat moet worden begroot, terwijl ook een abstracte begroting van het nadeel zinloos is.
We kunnen nu de volgende gevolgtrekking maken. Het verrijkingsfeit moet een bepaalde verrijking veroorzaken, die op een bepaald bedrag kan worden begroot. Het verrijkingsfeit zorgt er bovendien voor dat de verrijking voortvloeit uit het vermogen van de verarmde, wat het geval is indien het door de verrijkte genoten voordeel oorspronkelijk toekwam aan de verarmde. Concrete schade hoeft niet door de verarmde te zijn geleden.
Deze gevolgtrekkingen zijn enigszins abstract. Is het ook mogelijk om op een meer concrete wijze aan te geven wat verrijkingsfeiten zijn? Ik meen dat in dat kader een uitstap naar het Duitse recht verhelderend is. In de volgende subparagraaf wordt – geïnspireerd door de Duits doctrine – een tweetal categorieën feiten onderscheiden die voldoen aan deze criteria.