Op zoek naar de heilige graal
Einde inhoudsopgave
Op zoek naar de heilige graal (FM nr. 174) 2022/2.3.2.3.1:2.3.2.3.1 De Grondwet en parlementaire stukken
Op zoek naar de heilige graal (FM nr. 174) 2022/2.3.2.3.1
2.3.2.3.1 De Grondwet en parlementaire stukken
Documentgegevens:
Dr. mr. M. Tydeman-Yousef, datum 01-12-2021
- Datum
01-12-2021
- Auteur
Dr. mr. M. Tydeman-Yousef
- JCDI
JCDI:ADS633509:1
- Vakgebied(en)
Inkomstenbelasting / Persoonsgebonden aftrek
Fiscaal bestuursrecht / Algemeen
Schenk- en erfbelasting / Algemeen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In artikel 6 GW is de vrijheid van godsdienst neergelegd. De Grondwet geeft echter geen definitie of omschrijving van de term godsdienst. Ook in de wetsgeschiedenis van de Grondwet ontbreekt enige omschrijving.1 De uitleg van dit begrip ligt bij de staatsorganen (bestuur, rechter en de wetgever in de parlementaire geschiedenis van een wet). Van Bijsterveld merkt op dat aan elke definitie nadelen kleven, zowel aan een te ruime als een te krappe definitie en vraagt zich af welke van deze drie benaderingen doorslaggevend is voor een juridische definitie: een theologische, een sociologische of een historische.2 Toch heeft dit besef geen belemmering gevormd voor de wetenschappelijke zoektocht naar een handzame definitie.
In de literatuur wordt het standpunt gehuldigd dat er in ieder geval sprake moet zijn van een samenstel van principes, regels of tradities, een zekere mate van structuur, historische inbedding en herkenbaarheid. Belangrijk is dat de term godsdienst ruim uitgelegd moet worden en meer moet omvatten dan de traditionele godsdiensten, zodat ook minderheidsovertuigingen daaronder vallen.3
Op het terrein van mensen- en grondrechten is ‘godsdienst’ een gebruikelijkere term dan ‘religie’. Philipsen & Vermeulen merken op dat voor een afbakening van het begrip godsdienst bewust of intuïtief gezocht zal worden in de gemeenschappelijke deler van de in Nederland “van oudsher herkenbaar aanwezige, in kerkgenootschappen georganiseerde godsdiensten” (historische inbedding en herkenbaarheid). Het gaat daarbij om het Rooms-katholicisme, de Protestantse geloofsstromingen en het Jodendom. Dat leidt volgens hen tot de volgende definitie van godsdienst: “een fundamentele, het hele leven omvattende visie op het menselijk bestaan, waarbij de verering van een Opperwezen centraal staat” en met “een zekere mate van structuur, van historische inbedding en herkenbaarheid”.4 Philipsen & Vermeulen wijzen er echter op dat het niet langer volstaat om historisch bepaalde afbakeningscriteria te hanteren die te herleiden zijn tot herkenbare religieuze gedragspatronen en oude religieuze tradities. De maatschappelijke realiteit noopt tot verruiming en subjectivering van de voor grondrechtelijke bescherming relevante begrippen. Zij doelen dan op ontwikkelingen als de multiculturalisering en religieuze pluriformisering als gevolg van de immigranteninstroom van de afgelopen vijftig jaar. Een andere ontwikkeling is de sterke individualisering van de Nederlandse samenleving.5