Achtergestelde vorderingen (O&R)
Einde inhoudsopgave
Achtergestelde vorderingen (O&R nr. 114) 2019/2.2.2:2.2.2 Eigenlijke achterstelling
Achtergestelde vorderingen (O&R nr. 114) 2019/2.2.2
2.2.2 Eigenlijke achterstelling
Documentgegevens:
mr. drs. N.B. Pannevis, datum 01-04-2019
- Datum
01-04-2019
- Auteur
mr. drs. N.B. Pannevis
- JCDI
JCDI:ADS186572:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Algemeen
Ondernemingsrecht / Algemeen
Vermogensrecht / Rechtsvorderingen
Verbintenissenrecht / Algemeen
Verbintenissenrecht / Overeenkomst
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie artt. 4:7 lid 2 en 4:120 lid 1 BW en daarover MvT, Parl. Gesch. BW Inv. Boek 4, p. 2007 en Nota II, Parl. Gesch. BW Inv. Boek 4, p. 1189, 1193 en p. 2011: “Het laagst in rang zijn de schulden uit hoofde van een legaat, zoals tot uiting is gebracht in artikel 4.4.2.4 [art. 4:120, NP].”
Zie de bronnen genoemd in de vorige voetnoot.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
36. De wettelijke achterstelling van legaten, quasilegaten en lasten is ten eerste een eigenlijke achterstelling. De wet bepaalt dat niet expliciet, maar uit de wetsgeschiedenis blijkt wel dat de achterstelling zo is bedoeld.1 Legaten, quasilegaten en lasten hebben de laagste rang van de vorderingen die uit de nalatenschap moeten worden voldaan.2
De lage rang komt tot uiting als de nalatenschap wordt vereffend conform afdeling 4.6.3 BW. De vereffenaar vereffent de nalatenschap en stelt een uitdelingslijst op. Daarbij zijn de bepalingen uit de Faillissementswet in beginsel van overeenkomstige toepassing.3 De legataris, quasilegataris, of lastbezwaarde ontvangt conform zijn rang slechts een uitkering als alle andere schulden van de nalatenschap volledig kunnen worden voldaan.