Einde inhoudsopgave
Kavelruil (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel Recht) 2014/1.II.A.3.b
b. CLC, CBL, DBL, DLG…
mr. J.W.A. Rheinfeld, datum 31-01-2014
- Datum
31-01-2014
- Auteur
mr. J.W.A. Rheinfeld
- JCDI
JCDI:ADS472443:1
- Vakgebied(en)
Ruimtelijk bestuursrecht / Grondexploitatie
Voetnoten
Voetnoten
Zie tevens onderdeel D.3 van het vorige hoofdstuk.
Aldus H. Buiter, J. Korsten, Land in aanleg, p. 124.
Deze commissie (hierna: CBL), in 1981 ingesteld, hield toezicht op de taken van BBL en fungeerde als adviseur van de minister van LNV, aldus H. Buiter, J. Korsten, Land in aanleg, p. 102. Overigens kreeg iedere provincie een eigen commissie, naast de landelijke commissie. De rol van de CBL was vergelijkbaar met die van de CLC
J.A. Zevenbergen, H.E. van Rij, ‘Het ontwerp Wet inrichting landelijk gebied (Wilg), een eerste verkenning’ spreekt in dit kader van het de facto opheffen van de CLC, aangezien de opheffing en de interne mandatering van bevoegdheden lange tijd niet goed wettelijk geregeld zijn. Bij de Rechtbank Groningen (Rb Groningen 11 februari 2003, ECLI:NL:RBGRO:2003:AF5310), inzake de ruilverkaveling Sauwerd kwam dit pijnlijk aan het licht. Vervolgens is het juridisch vacuüm door middel van een reparatiewet (wet van 22 april 2004 tot wijziging van de Landinrichtingswet met enige andere inrichtingswetten, Stb. 223) gevuld. Zie tevens H.W. Mojet, ‘Landinrichting in de WILG en het overgangsrecht bij projecten’, in: Agrarisch recht 2007/7-8, nt. 21, alsmede Kamerstukken II 2002/2003, 28967, nr. 4, alsmede D.W. Bruil, ‘De Reconstructiewet concentratiegebieden - een verbeterde Landinrichtingswet en een voorbeeld voor de Wilg?’, p. 950.
Aldus H. Buiter, J. Korsten, Land in aanleg, p. 120.
Zie H. Buiter, J. Korsten, Land in aanleg, p. 115 en 124. Zie tevens het organigram van de DLG opgenomen op p. 126 van dat boek.
Aldus J.A. Zevenbergen, H.E. van Rij, ‘Het ontwerp Wet inrichting landelijk gebied (Wilg), een eerste verkenning’.
De decentralisatie vormde een breuk met het sinds 19351 bestaande systeem waarbij de Centrale Landinrichtingscommissie en de Dienst Landinrichting en Beheer Landbouwgronden landelijk de landinrichting stuurden en het beleid bepaalden.2 Een ingrijpend reorganisatieproces vond daarom plaats: de centrale organen CLC en de Commissie Beheer Landbouwgronden3 verdwenen in 1996.4 De taken van deze commissies waren inmiddels overgenomen door voornoemde nieuwe overlegorganen.5
Ook vond er in de jaren negentig een reorganisatie van het Ministerie van LNV plaats. Gevolg van deze reorganisatie is dat de Landinrichtingsdienst verschillende taken op het terrein van bos, natuur en landschap van het ministerie overnam, in 1995 werd de Dienst Beheer Landbouwgronden, die in 1976 was afgesplitst, weer samengevoegd met de Landinrichtingsdienst. Ter gelegenheid van deze samenvoeging kreeg de Landinrichtingsdienst de tijdelijke naam ‘dienst Landinrichting en Beheer Landbouwgronden’. In 1997 werd deze tijdelijke naam gewijzigd in de huidige naam: ‘Dienst Landelijk Gebied’.6 Daarmee kwam er een einde aan de discussie over de verzelfstandiging van deze uitvoeringsdienst.7