Impassezaken en verantwoordelijkheden binnen het enquêterecht
Einde inhoudsopgave
Impassezaken en verantwoordelijkheden binnen het enquêterecht (IVOR nr. 69) 2010/2.2.3:2.2.3 Het enquêterecht
Impassezaken en verantwoordelijkheden binnen het enquêterecht (IVOR nr. 69) 2010/2.2.3
2.2.3 Het enquêterecht
Documentgegevens:
mr. F. Veenstra, datum 28-10-2010
- Datum
28-10-2010
- Auteur
mr. F. Veenstra
- JCDI
JCDI:ADS464350:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Algemeen
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
10. Aparte vermelding verdient dat het wetsontwerp uit 1910 reeds een recht van enquête bevat (art. 52d-52g). Hoewel de enquêteregeling niet als zodanig is behandeld, kan men stellen dat ook zij onderdeel uitmaakt van de vierde hoeksteen van het wetsontwerp (de bescherming van de belangen van minderheidsaandeelhouders). De belangrijkste kenmerken zijn:
Het verzoek om een onderzoek kan worden gedaan door een of meer aandeelhouders, ten minste een tiende deel van het geplaatste kapitaal vertegenwoordigend, of een ‘zooveel geringer bedrag als bij de akte van oprichting zal zijn bepaald’ (art. 52d).
De bevoegdheid tot het indienen van een verzoek kan in de akte van oprichting of bij overeenkomst worden toegekend aan anderen dan de aandeelhouders (art. 52e).
Wijst de rechtbank het verzoek toe, dan benoemt zij een of meer personen, ‘aandeelhouders of anderen, mits niet bestuurder of commissaris der vennoot-schap zijnde’, tot het instellen van een onderzoek naar het beleid en de gang van zaken van de vennootschap, hetzij in haar gehele omvang, hetzij met betrekking tot een gedeelte daarvan of tot een bepaald tijdvak (art. 52d).
Het verzoek wordt met redenen omkleed. Daarbij moet blijken dat door verzoeker of verzoekers tevergeefs een dergelijk verzoek tot het bestuur en de commissarissen, zo die er zijn, en tot de AVA is gericht (art. 52d).
De kosten van het onderzoek komen ten laste van verzoeker(s), tenzij de rechtbank na kennisgeving van het verslag bepaalt dat zij zullen worden gedragen door de NV, door een of meer van haar bestuurders of commissarissen persoonlijk, of door een of meer andere personen in haar dienst (art. 52g).
Tegen de beschikking van de rechtbank is geen voorziening toegelaten. Slechts de procureur-generaal bij de Hoge Raad kan, alleen in het belang van de wet, van de beschikking in cassatie gaan (art. 52d).
11. De invoering van het enquêterecht behoeft, zo blijkt uit de memorie van toelichting, weinig uitleg. Blijkens de toelichting op art. 52d strekt dit artikel ‘om in ons recht op te nemen eene instelling (...) waardoor, zonder dat van eenig besluit der algemeene vergadering sprake is, aan de houders van een zeker bedrag aan aandeelen de bevoegdheid wordt toegekend om een onderzoek naar den gang van zaken in de maatschappij en naar het beleid van het bestuur aan te vragen.’1 De minister merkt even verder op: ‘Het nut dezer instelling, vooral de krachtige preventieve werking, die uit deze bevoegdheid van aandeelhouders voortkomt, ligt zoozeer voor de hand, dat nadere toelichting van hare strekking en beteekenis overbodig schijnt. Zelfs wanneer wordt aangetoond, dat van deze bevoegdheid zelden of nimmer gebruik gemaakt wordt, heeft men geen woord te haren nadeele gerept. Het nut van de schildwachtpost kan niet worden afgemeten naar het aantal malen dat de bewaker een aanval afslaat: het feit reeds dat men de plaats bewaakt weet, is vaak voldoende bescherming.’2