Hof Den Haag, 17-03-2020, nr. 200.259.904/01
ECLI:NL:GHDHA:2020:505
- Instantie
Hof Den Haag
- Datum
17-03-2020
- Zaaknummer
200.259.904/01
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht (V)
Goederenrecht (V)
- Brondocumenten en formele relaties
ECLI:NL:GHDHA:2020:505, Uitspraak, Hof Den Haag, 17‑03‑2020; (Hoger beroep)
Einduitspraak: ECLI:NL:GHDHA:2021:1531
Einduitspraak: ECLI:NL:GHDHA:2022:983
Uitspraak 17‑03‑2020
Inhoudsindicatie
voeging van 2 zaken
GERECHTSHOF DEN HAAG
Afdeling Civiel recht
Zaaknummer : 200.259.904/01
Zaaknummer rechtbank : C/09/540873/ HA ZA 17-1049
arrest van 17 maart 2020 in het incident ex artikel 222 Rv
inzake
Gemeente Zaanstad,
zetelend te Zaanstad,
appellante in de hoofdzaak,verweerster in het incident,
hierna te noemen: de Gemeente,
advocaat: mr. M.W. Langhout te Haarlem,
tegen:
1. Belangenvereniging Erfpacht Zaanstad,
gevestigd te Zaanstad,
2. [geïntimeerde 2] en [geïntimeerde 2a],
wonende te [woonplaats],
3. [geïntimeerde 3],
wonende te [woonplaats],
4. [geïntimeerde 4]en [geïntimeerde 4a],
wonende te [woonplaats],
5. [geïntimeerde 5]en [geïntimeerde 5a], wonende te Zaandstad,
6. [geïntimeerde 6]en [geïntimeerde 6a],
wonende te [woonplaats],
geïntimeerden in de hoofdzaak,eisers in het incident,
hierna gezamenlijk te noemen: BEZ c.s. (mannelijk enkelvoud),
advocaat: mr. L.E. de Geer te Amsterdam,
Het geding
Bij exploot van 18 februari 2019 is de Gemeente in hoger beroep gekomen van het door de rechtbank Den Haag tussen partijen gewezen vonnis van 28 november 2018 (ECLI:NL:RBDHA:2018:14139) (hierna: het bestreden vonnis). Op 1 oktober 2019 heeft de Gemeente haar memorie van grieven (inclusief producties) genomen. BEZ c.s. heeft hierop een incidentele vordering ex art. 222 Rv tot voeging ingesteld. De Gemeente heeft zich bij conclusie van antwoord in dit incident gerefereerd aan het oordeel van het hof.
Vervolgens is arrest in het incident gevraagd.
Beoordeling van de incidentele vordering
BEZ c.s. legt aan zijn incidentele vordering tot voeging op de voet van artikel 222 Rv ten grondslag dat hij ook hoger beroep heeft ingesteld tegen het bestreden vonnis (geregistreerd onder zaaknummer 200.255.192/01). Het betreft hetzelfde feitencomplex, waardoor ongevoegde behandeling van beide zaken tot tegenstrijdige uitspraken kan leiden.
Het hof is van oordeel dat, nu beide hoger beroepen zich richten tegen hetzelfde bestreden vonnis, sprake is van een zodanige band dat het belang van een goede en doelmatige behandeling meebrengt dat beide zaken zoveel mogelijk gelijktijdig worden behandeld en beslist door dezelfde rechter. Het hof zal daarom de voeging van deze zaak met de zaak met zaaknummer 200.255.192/01 bevelen.
Het hof ziet aanleiding om de proceskosten in dit incident te compenseren.
Het hof zal, met instemming van de Gemeente, de hoofdzaak verwijzen naar de rol voor memorie van antwoord aan de zijde van BEZ c.s.
Dit leidt tot de volgende beslissingen.
Beslissing in het incident
Het hof:
in het incident:
- beveelt de voeging van de onderhavige zaak met de zaak met zaaknummer 200.255.192/01;
- compenseert de proceskosten in dit incident in die zin dat partijen hun eigen kosten dragen;
in de hoofdzaak:
- verwijst de zaak naar de rol van 28 april 2020 voor het nemen van een memorie van antwoord door BEZ c.s.;
- houdt verder iedere beslissing aan.
Dit arrest is gewezen door mrs. M.A.F. Tan-de Sonnaville, A.A. Muilwijk-Schaaij en R.M. Hermans en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van 17 maart 2020 in aanwezigheid van de griffier.