Einde inhoudsopgave
De autonomie van de leraar (SteR nr. 64) 2024/4.6
4.6 Casus: Mobiele telefoons; rol van de wetgever, het bevoegd gezag en de leraar
J.S. Buiting, datum 07-02-2024
- Datum
07-02-2024
- Auteur
J.S. Buiting
- JCDI
JCDI:ADS949318:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Voetnoten
Voetnoten
Zie bijvoorbeeld het rondetafelgesprek van 12 april 2023 in de Tweede Kamer over mobieltjes in de klas (terug te kijken via: https://www.tweedekamer.nl/debat_en_vergadering/uitgelicht/rondetafelgesprek-over-mobieltjes-de-klas [geraadpleegd op 4 mei 2023]), Kamerstukken II 2022/23, 36 200 VII, nr. 97 (motie over verbod op telefoons), NOS, ‘Wiersma gaat met scholen praten over verbieden mobieltjes’, 1 februari 2022, raadpleegbaar via: https://nos.nl/artikel/2462096-wiersma-gaat-met-scholen-pratenover-verbieden-mobieltjes [geraadpleegd op 4 mei 2023], Trouw, ‘Landelijk verbod op smartphones in de klas? ‘Als de scholen het willen, kunnen ze het ook zelf’’, 12 april 2023, raadpleegbaar via: https://www.trouw.nl/binnenland/landelijk-verbod-opsmartphones-in-de-klas-als-de-scholen-het-willen-kunnen-ze-het-ook-zelf~b69d177e/ [geraadpleegd op 4 mei 2023].
NOS, ‘Wiersma gaat met scholen praten over verbieden mobieltjes’, 1 februari 2022, raadpleegbaar via: https://nos.nl/artikel/2462096-wiersma-gaat-met-scholen-pratenover-verbieden-mobieltjes [geraadpleegd op 4 mei 2023]
Kamerstukken II 2022/23, 36 200 VII, nr. 250.
Kamerstukken II 2022/23, 36 200 VII, nr. 250, p. 2.
Sinds eind 2022 is er in de media en de politiek discussie over de vraag of mobiele telefoons in de klas wettelijk verboden moeten worden.1 In deze paragraaf wordt aan de hand van de vorige paragrafen ter illustratie beschreven welke rol de wetgever, het bevoegd gezag, de leerlingen en de leraar spelen bij een dergelijk verbod.
Voor een verbod op mobiele telefoons in de school wordt gepleit omdat telefoons leerlingen te veel afleiden; met slechtere onderwijsprestaties en een minder gezellige sfeer tot gevolg. Ook zou een landelijk verbod bijdragen aan eenvoudige handhaving. Nu wordt er soms per klas of les besloten telefoons te verbieden, wat leidt tot discussies tussen leraren en leerlingen. Het pleidooi voor een verbod op mobiele telefoons kan in verband worden gebracht met het recht van de leerling op goed onderwijs. Tegenstanders van het landelijk verbod op mobiele telefoons pleiten voor de mogelijkheid voor scholen en leraren om maatwerk toe te passen. Zo kan het gebruik van telefoons juist bijdragen aan bepaalde lessen; ook zouden leerlingen in de klas moeten leren hoe ze moeten omgaan met een telefoon en de bijbehorende afleiding. Daarnaast wijzen zij erop dat het reeds mogelijk is voor scholen om een verbod in te stellen. Dit is ook bij verschillende scholen gebeurd. Het is dan ook de vraag in hoeverre een landelijk verbod past in de vrijheid van inrichting die aan scholen toekomt.
Bij het beantwoorden van de vraag of mobiele telefoons verboden moeten worden, is het krachtenveld tussen de wetgever, het bevoegd gezag en de leraar van belang. De wetgever stelt landelijke regels die de deugdelijkheidseisen vormen waar het onderwijs minimaal aan moet voldoen. Bij het stellen van deze regels dient de wetgever de vrijheid van onderwijs van het bevoegd gezag te respecteren. In casu is voornamelijk de vrijheid van inrichting van belang die aan het bevoegd gezag toekomt (zie uitgebreider § 3.3.2 e.v.). Hieruit vloeit voort dat het bevoegd gezag de vrijheid heeft om de onderwijskundige inrichting van de school te bepalen, waaronder de te hanteren onderwijsmethode. De keuze om mobiele telefoons binnen de school al dan niet toe te staan is dan ook in principe aan het bevoegd gezag. Een landelijk verbod op mobiele telefoons zou immers de vrijheid van onderwijs, zoals vastgelegd in artikel 23 van de Grondwet, beperken, een dergelijk verbod raakt in het bijzonder aan de vrijheid van inrichting en de pedagogische autonomie die toekomt aan het bevoegd gezag. Ook kan dit verbod raken aan de vrije keuze van leermiddelen als telefoons worden gebruikt in het onderwijs. Het bevoegd gezag kan er evenwel zelf voor kiezen mobiele telefoons te verbieden, maar kan ze ook juist toestaan als dit past binnen de gekozen onderwijsmethode. Hierover kan het bevoegd gezag regels maken of beleid vaststellen. Het is immers aan het bevoegd gezag om de inrichting van de school vorm te geven. Bij het maken van deze regels of dit beleid dient de leraar betrokken te worden. Hij moet immers voldoende zeggenschap hebben over onder meer de middelen die in de les gebruikt worden.2 Het bevoegd gezag en de leraar kunnen hier afspraken over maken in het professioneel statuut. Vervolgens is het evenwel aan de leraar om de regels of het beleid over het gebruik van mobiele telefoons uit te voeren. Ontbreken deze regels of bieden zij ruimte, dan kan de leraar met zijn autonomie hier een eigen (nadere) invulling aan geven.
Van een wettelijk verbod op mobiele telefoons kan pas sprake zijn als dit voldoet aan de beginselen van proportionaliteit en subsidiariteit. Vast moet dan staan dat mobiele telefoons in de weg staan aan deugdelijk onderwijs en dat scholen niet zelf het gebruik van telefoons kunnen reguleren. Alleen dan kan het noodzakelijk worden geacht om de vrijheid van inrichting van scholen in te perken om de deugdelijkheid van het onderwijs te garanderen. In dat geval is immers het recht van de leerling op goed onderwijs in geding. Of het noodzakelijk is om een dergelijke deugdelijkheidseis te stellen is in de praktijk afhankelijk van een juridische, maar ook een politieke afweging tussen de belangen van de leerling bij regulering van mobiele telefoons en de vrijheid van het bevoegd gezag om hier zelf een invulling aan te geven.
Daarbij is van belang dat een dergelijk verbod vermoedelijk regeldruk voor scholen met zich zal brengen. Hoewel een landelijke norm duidelijkheid biedt, zullen er immers ook uitzonderingen moeten komen voor scholen die telefoons juist onderdeel uit laten maken van de lessen. Denk hierbij bijvoorbeeld aan een klassikale quiz waarbij de leerlingen antwoord geven op hun telefoon en waarvan de uitslag verschijnt op het scherm of scholen waarbij de lesstof via tablets of telefoons wordt aangeboden. Die uitzonderingen zullen in de praktijk uitgelegd en toegepast moeten worden en door de Inspectie in haar toezicht moeten worden betrokken, met regeldruk tot gevolg.
De minister stelde zich op dit punt in eerste instantie afzijdig op en wilde enkel in gesprek met scholen over een eventueel verbod.3 Inmiddels heeft de minister met de vertegenwoordigers van leraren, leerlingen en schoolbesturen afgesproken dat scholen zelf een telefoonverbod gaan invoeren per 1 januari 2024.4 Hoe zij dit precies gaan doen, wordt aan de scholen overgelaten. De minister heeft reeds aangekondigd met wetgeving te komen als de gemaakte afspraken onvoldoende effect sorteren.5