Einde inhoudsopgave
Werkgeverschap in concernverband (MSR nr. 82) 2023/5.2.1
5.2.1 Systematiek uitzendregime in Nederland en Duitsland
Mr. M.A.N. van Schadewijk, datum 08-11-2022
- Datum
08-11-2022
- Auteur
Mr. M.A.N. van Schadewijk
- JCDI
JCDI:ADS681235:1
- Vakgebied(en)
Arbeidsrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Afd. 11 en de Waadi slaan samen een balans tussen enerzijds het faciliteren van flexibele arbeid en anderzijds het tegengaan van verdringing van arbeid in direct dienstverband door met minder waarborgen omgeklede driepartijenverhoudingen (en de daaraan verwante socialezekerheids- en belastingfraude). Het gaat met andere woorden om ordening van de arbeidsmarkt; Kamerstukken II 1996/97, 25264, 3, p. 2, 6 & 8. Het AÜG voorziet in een soortgelijke ordening, maar doet dat hoofdzakelijk vanuit het perspectief van de werknemersbescherming; BT-Drs. VI/2303, p. 9; BT-Drs. 17/4804, p. 7.
Afd. 11 van Titel 7.10 BW bevat bijzondere bepalingen voor de Nederlandse uitzendovereenkomst (art. 7:690 en 7:691 BW) en de payrollovereenkomst (art. 7:692 en 7:692a BW). De uitzendovereenkomst vormt de toegangspoort tot een aantal arbeidsrechtelijke verlichtingen, zoals het uitzendbeding. De kwalificatie als payrollovereenkomst brengt vervolgens een inperking van het gebruik van het verlichte uitzendregime met zich. Het Duitse recht kent een dergelijk systeem niet. In hoofdstuk 4 kwam reeds aan bod dat in Duitsland driehoeksverhoudingen hoofdzakelijk worden gereguleerd in het AÜG. Het AÜG roept geen verlicht uitzendregime in het leven maar voorziet, net als de Waadi in Nederland, met name in de bescherming van uitzendwerknemers.1 De relevante bepalingen uit het AÜG komen daarom gezamenlijk met die uit de Waadi aan bod in paragraaf 5.3.