Einde inhoudsopgave
Het besluit van de rechtspersoon (VDHI nr. 162) 2020/II.4.7
II.4.7 Tussenconclusie
mr. K.A.M. van Vught, datum 20-11-2019
- Datum
20-11-2019
- Auteur
mr. K.A.M. van Vught
- JCDI
JCDI:ADS178719:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Zie uitvoerig § III.2.
Het lijkt mij op dit punt om het even en de kwestie is (wat dit soort ‘besluiten’ betreft) academisch, maar de laatste zegswijze heeft de voorkeur. De eerste zegswijze duidt op non-existentie: een essentieel kenmerk van de rechtsfiguur besluit ontbreekt (een beslissing, wilsbepaling voor de rechtspersoon). Non-existentie is m. i. echter geen zinnig begrip, zoals ik in § V zal betogen. Een nietig besluit is tenslotte net zomin een besluit als een onbestaanbaar besluit of een ‘niet-besluit’, zoals ook een mislukte vlucht naar de maan geen vlucht naar de maan is. Vgl. Loth 1983, p. 277, onder verwijzing naar de ‘defeasible concepts’ van Hart 1948/49, p. 174-175.
Vgl. Asser/Sieburgh 6-III 2018/148. Overigens kunnen – anders dan Asser/ Maeijer & Kroeze 2-I* 2015/296 suggereert – op een ‘feestelijk samenzijn’ wel degelijk besluiten worden genomen, als maar (serieus) bedoeld is om te besluiten. Dat er niet regelmatig is opgeroepen noch schriftelijk is vastgelegd, staat aan de totstandkoming niet in de weg (al kan het wel tot nietigheid of vernietigbaarheid leiden). Zie § III.2.1.
Beslissingen zijn besluiten. Anders dan de heersende opvatting leert, vallen ook voorbereidende, negatieve en interne beslissingen onder het besluitbegrip. Het Duitse recht levert het dogmatische fundament hiervoor. Elk besluit komt erop neer dat een bindende beslissing wordt genomen die aan de rechtspersoon als zijn wil wordt toegerekend. Daarmee staat vast dat de rechtspersoon een rechtshandeling met een derde wil aangaan, iets wil laten of de interne verhoudingen op een bepaalde wijze wil regelen. Dat willen maakt dat elk besluit tegelijk een rechtshandeling oplevert – doordat steeds toerekening aan de rechtspersoon plaatsvindt, is er steeds een rechtsgevolg. Voor zover in de literatuur anders wordt verdedigd, verdient dat heroverweging.
Iets anders is dat wel van een beslissing sprake moet zijn. Een besluit kan vormvrij totstandkomen,1 maar dit wil niet zeggen dat allerlei feitelijke handelingen zich als (geldig) besluit laten aanmerken. Er moet een beslissing zijn genomen, dat wil zeggen dat beoogd moet zijn de wil van de rechtspersoon bindend te bepalen. Puur feitelijke handelingen missen besluitkarakter, althans zijn als besluit nietig.2 Denk aan een feestelijk samenzijn waarop de aandeelhouders – allen aanwezig – ‘besluiten’ om de bestuurder te ontslaan wanneer hij niet terstond alcoholische versnaperingen haalt. Zo’n kenbare scherts, waarvan eenieder het luchtige karakter duidelijk is, levert een nietig besluit op.3