Startinformatie in het strafproces
Einde inhoudsopgave
Startinformatie in het strafproces 2014/4.1:4.1 Inleiding
Startinformatie in het strafproces 2014/4.1
4.1 Inleiding
Documentgegevens:
mr. dr. S. Brinkhoff, datum 29-09-2014
- Datum
29-09-2014
- Auteur
mr. dr. S. Brinkhoff
- Vakgebied(en)
Strafprocesrecht / Voorfase
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie in dit verband A.F.M. Brenninkmeijer, ‘Zwarte informatie’, NJB 2009, p. 1917.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In dit hoofdstuk komen de als startinformatie gebruikte anonieme meldingen van burgers aan bod. Dergelijke meldingen komen op verschillende manieren binnen bij de politie. Gedacht kan worden aan een anonieme brief of een telefonische melding. Een dergelijke melding kan de start van een strafrechtelijk onderzoek inluiden en tot de toepassing van dwangmiddelen leiden. Het zwaartepunt in dit hoofdstuk ligt bij een geïnstitutionaliseerde vorm van anoniem melden. Gedoeld wordt op de meldingen die bij de door Stichting Meld Misdaad Anoniem (Stichting M.) geëxploiteerde meldlijn MMA binnenkomen en vervolgens worden doorgezonden naar de politie.
Beseft moet worden dat de mogelijkheid om anoniem te melden gevaren meebrengt. Deze risico’s concentreren zich rondom de onbetrouwbaarheid van dit type startinformatie. De mogelijkheid bestaat immers dat de anonieme beller (bewust) onware informatie doorgeeft. Denk in relatie hiermee aan de melder die een ander om wat voor reden dan ook een hak wil zetten en daarom valse informatie doorgeeft. Ziet een dergelijke melding op de vindplaats van vuurwapens of houdt het verband met een terroristisch misdrijf, dan zullen politie en OM zonder veel nader onderzoek snel tot strafrechtelijk ingrijpen overgaan, waardoor ingrijpen volgt dat de privacy of vrijheid van een onschuldige burger aantast. Het risico hierop is het meest aanwezig bij dit type startinformatie nu, anders dan bij de AIVD en het TCI, er geen betrouwbaarheidstoets plaatsvindt voorafgaand aan het verstrekken van de informatie aan politie en OM en binnen de strafrechtelijke keten geen enkele partij op de hoogte is van de identiteit, achtergrond en motieven van de anonieme tipgever. Dit is een specifiek kenmerk van dit soort startinformatie. De mogelijkheid om anoniem informatie door te spelen aan de politie kan daarnaast ook worden gebruikt om strafvorderlijk optreden (op oneigenlijke gronden) uit te lokken. In dit soort situaties kan de gemelde informatie zeer wel betrouwbaar zijn en daarom zit het problematisch aspect meer in de zuiverheid van politieel handelen en aspecten van integriteit. In dit verband kan ten eerste worden gedacht aan de situatie dat dit ingrijpen min of meer wordt geregisseerd door een criminele organisatie. Deze situatie doet zich voor in het geval een criminele organisatie uit concurrentieoverwegingen informatie over een andere criminele organisatie meldt om een ingrijpen van de politie uit te lokken. Ten tweede bestaat de niet geheel theoretische mogelijkheid dat de politie misbruik maakt van de mogelijkheid anoniem te melden. 1 Gedacht kan worden aan het door opsporingsambtenaren anoniem melden van informatie om een officier van justitie ertoe te bewegen een machtiging tot het toepassen van een dwangmiddel af te laten geven.
Het voorgaande dwingt hoofdzakelijk tot een scherpe toetsing van de betrouwbaarheid van dergelijke meldingen en in dit licht worden dan ook de in- en externe controlemechanismen bekeken. Onderzocht wordt of deze controle door politie en OM in alle gevallen ten volle plaatsvindt. In het verlengde hiervan wordt bezien of de rechter, als extern controleorgaan, in de nadien gevolgde strafzaak eisen stelt aan de uitgevoerde betrouwbaarheidstoets en wordt bekeken of strafvorderlijke consequenties (moeten) worden verbonden aan het eventuele uitblijven hiervan. Ten besluit worden aanbevelingen gedaan voor verbeterde controle op deze vorm van startinformatie.