Startinformatie in het strafproces
Einde inhoudsopgave
Startinformatie in het strafproces 2014/4.3:4.3 De start
Startinformatie in het strafproces 2014/4.3
4.3 De start
Documentgegevens:
mr. dr. S. Brinkhoff, datum 29-09-2014
- Datum
29-09-2014
- Auteur
mr. dr. S. Brinkhoff
- Vakgebied(en)
Strafprocesrecht / Voorfase
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie voor het TCI hoofdstuk 5.
F. Kruyer, ‘Meld Misdaad Anoniem’, Algemeen Politieblad 2003-8, p. 14-15.
Zie hiervoor D. van der Bel, A.M. van Hoorn & J.J.T.M. Pieters, Informatie en Opsporing. Handboek informatieverwerving, -verwerking en -verstrekking ten behoeve van de opsporingspraktijk,Zeist: Uitgeverij Kerckebosch 2013 en de daarin aangehaalde Instructie meld misdaad anoniem van het College van procureurs-generaal d.d. 10 april 2006.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Een burger kan op velerlei wijze anoniem melding doen van daadwerkelijk of vermeend strafbaar handelen van een andere burger. Gedacht kan worden aan het simpelweg bellen van de meldkamer van de politie of het sturen van een brief. In dergelijke gevallen is de identiteit van de melder (meestentijds) niet te achterhalen. Niettemin kunnen dat soort anonieme meldingen tot de start van een opsporingsonderzoek en het toepassen van strafvorderlijke dwangmiddelen leiden. In dat geval kan slechts de betrouwbaarheid van de in de melding vervatte informatie worden geverifieerd. Idealiter wordt deze betrouwbaarheidstoets, met het oog op het risico dat (bewust) onware informatie wordt doorgegeven, ook daadwerkelijk verricht. Zeker als de anonieme melding ten grondslag wordt gelegd aan het toepassen van dwangmiddelen. Opgemerkt moet worden dat over het gebruik van en de controle op dergelijke informatie geen regelgeving bestaat. Deze anonieme meldingen dienen overigens te worden onderscheiden van het verstrekken van informatie door een informant aan het TCI.1 In een dergelijk geval is immers de identiteit van de informatieverstrekker bekend bij het TCI, maar wordt de informatie geanonimiseerd uitgegeven in een TCI-proces-verbaal.
Zoals vermeld kunnen burgers sinds enige tijd (mogelijk) strafrechtelijk relevante informatie ook anoniem aanleveren via MMA. Wie MMA belt, wordt verbonden met het callcenter van Stichting M. Dit callcenter was ondergebracht bij het Korps Landelijke Politiediensten (KLPD) in Driebergen, de huidige landelijke eenheid, maar wordt bemand door burgerpersoneel en niet door politieambtenaren.2 Hiermee wordt benadrukt dat MMA geen onderdeel uitmaakt van de politieorganisatie. De anonimiteit van de beller wordt gewaarborgd, doordat in het callcenter geen nummerweergave mogelijk is, het nummer van het meldpunt niet te zien is op de telefoonrekening van de beller en de anonieme melding door de medewerkers van het callcenter wordt verwerkt zonder vermelding van naam, adres, woonplaats en tijdsaanduiding. Voorts worden de telefoongesprekken niet op een digitale datadrager bewaard en kan een anonieme melding niet worden herleid tot een medewerker van het callcenter. Slechts in zeer uitzonderlijke omstandigheden is de officier van justitie, na verkregen toestemming van het College van procureurs-generaal, bevoegd een onderzoek naar de identiteit van de anonieme beller in te stellen, zo bepaalt de Instructie meld misdaad anoniem.3 De officier kan hiertoe de in art. 126n, 126u, 126nc Sv en 126nd Sv gegeven bevoegdheden aanwenden. Aldus kan, buiten MMA om, het telefoonnummer van de anonieme melder worden achterhaald door inlichtingen te vorderen van een of meerdere telecommunicatieaanbieders.
Als de anonieme melding voldoende concreet is, relevante gegevens over specifieke daders en/of omstandigheden bevat, kan bijdragen aan de oplossing van een misdrijf en de anonimiteit van de beller daadwerkelijk gewaarborgd lijkt, maken de medewerkers van het callcenter een zogenaamd meldingsformulier op.4 Dat formulier wordt (elektronisch) doorgestuurd naar onder meer de betreffende regionale eenheden van de politie of andere diensten zoals de Fiscale inlichtingen en opsporingsdienst (FIOD-ECD), de Sociale inlichtingen- en opsporingsdienst (SIOD), thans de Inspectie Sociale Zaken en Wekrgelegenheid (Inspectie SZW), en de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD), dan wel het fraudeloket van het Verbond van Verzekeraars.
Wanneer een medewerker van het callcenter een meldingsformulier naar de politie stuurt, wordt die informatie (doorgaans) verwerkt door de infodesk van de betreffende politieregio.5 De informatie van MMA kan vervolgens (onder meer) geverifieerd worden met informatie uit andere (politiële) gegevensbestanden. Dit wordt ook wel aangeduid als het verrijken of veredelen van informatie. Als de (al dan niet aldus verrijkte) informatie van MMA voldoende bruikbaar en betrouwbaar wordt bevonden, kan op basis hiervan een strafrechtelijk onderzoek worden gestart.