Einde inhoudsopgave
Milieuaansprakelijkheid van leidinggevenden 2021/III.8.4.2
III.8.4.2 Functioneel plegen en feitelijk leidinggeven
mr. T.R. Bleeker LLM, datum 01-11-2021
- Datum
01-11-2021
- Auteur
mr. T.R. Bleeker LLM
- JCDI
JCDI:ADS460250:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Voetnoten
Voetnoten
Zie par. II.3, II.5.4 en II.6.3.1. Zie ook Hornman & Bleeker 2019, par. III en V. Zie voorts Hornman 2016a, p. 77-78; De Valk 2009, p. 502.
Wladimiroff noemt feitelijk leidinggeven ‘bij uitstek’ een voorbeeld van functioneel daderschap. Wladimiroff 2009, par. 6. Vergelijkbaar: Wingens 2017, par. 3.3 duidt de aansprakelijkheidsfiguren uit het Slavenburg-arrest van de Hoge Raad en de Edelchemie-uitspraak van de ABRvS als functioneel daderschap. Het komt ook voor dat criteria voor de twee leerstukken worden verward, zoals bijvoorbeeld gebeurt in Lieverse & Schoonbeek 2011, p. 185-195, p. 190. In de bestuursrechtelijke handboeken worden de aansprakelijkheidsfiguren ook niet altijd even scherp van elkaar onderscheiden. Zie bijvoorbeeld Michiels, Blomberg & Jurgens 2016, p. 168, waarin auteurs feitelijk leidinggeven bespreken in de paragraaf over ‘functioneel daderschap’, al wordt daar wel opgemerkt dat het een aparte daderschapsvorm betreft. Ook kritisch over de gelijkschakeling van plegen en deelnemen: Nuyten & Keupink 2014, onder verwijzing naar een veelheid van jurisprudentie; en Hornman 2016a, p. 77-78; De Valk 2009, p. 502, 514 e.v.
Zie par. III.4.3.3 en uitvoerig par. II.3.4.
Hierbij plaats ik de kanttekening dat de Slavenburg-toets wordt gebruikt als ondergrens, dus voor indirect feitelijk leidinggeven. Over het onderscheid tussen direct en indirect feitelijk leidinggeven, zie par. III.4.4.3.
Het onderscheid tussen functioneel plegen en feitelijk leidinggeven komt ook aan bod in het strafrechtelijke hoofdstuk.1 Maar omdat het zo’n belangrijk onderscheid is en omdat de daderschapsvormen vaak worden verward,2 zet ik de belangrijkste verschillen op een rij.
De functionele pleger is, zoals de naam doet vermoeden, een type pleger. Dat betekent dat de betrokkene zelf de overtreding begaat, en (dus ook) zelfstandig alle bestanddelen van de verbodsbepaling vervult (inclusief het kwalitatieve bestanddeel). De verboden gedraging kan de functionele pleger wel worden toegerekend op grond van de IJzerdraad-criteria. Het kan worden toegegeven dat het beschikkingscriterium veel overlap vertoont met het bevoegdheidscriterium dat wordt gehanteerd in het kader van feitelijk leidinggevenden. Maar het aanvaardingscriterium heeft duidelijk een ander karakter. Indien een verboden gedraging aan de functionele pleger wordt toegerekend, dan moet hij deze specifieke gedraging aanvaarden. Anders dan bij feitelijk leidinggeven is geen (voorwaardelijk) opzet vereist: het niet betrachten van de zorg die in redelijkheid gevergd kon worden ter voorkoming van de gedraging voldoet.3
De feitelijk leidinggever is geen pleger maar een deelnemer. Dat betekent dat de feitelijk leidinggever – anders dan de functionele pleger – niet zelf alle bestanddelen van het geschonden voorschrift vervult, en dus ook niet zelf de overtreding pleegt. Dogmatisch gezien begaat de rechtspersoon de overtreding, en de aansprakelijkheid van de feitelijk leidinggever is een uitbreiding op (en dus ook afhankelijk van) het overtrederschap van de rechtspersoon (‘accessoriteitsvereiste’). Als het geschonden voorschrift een kwalitatief bestanddeel heeft, dan hoeft de feitelijk leidinggever daarom ook niet zelf normadressaat te zijn voor overtrederschap. Of iemand kan worden aangemerkt als feitelijk leidinggever, wordt niet vastgesteld aan de hand van de IJzerdraad-criteria, maar met de Slavenburg-toets.4 Daarin is ook vereist dat de feitelijk leidinggever ten minste (voorwaardelijk) opzet heeft op de verboden gedraging of vergelijkbare gedragingen.
Kortom, de functionele pleger en de feitelijk leidinggever komen uit verschillende daderschapsfamilies, en deze aansprakelijkheidsfiguren hebben een verschillend karakter en verschillende vereisten.