De grenzen van het recht op nakoming
Einde inhoudsopgave
De grenzen van het recht op nakoming (R&P nr. 167) 2008/4.1:4.1 Inleiding
De grenzen van het recht op nakoming (R&P nr. 167) 2008/4.1
4.1 Inleiding
Documentgegevens:
mr. D. Haas, datum 02-12-2008
- Datum
02-12-2008
- Auteur
mr. D. Haas
- JCDI
JCDI:ADS376341:1
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In het vierde tot en met het zevende hoofdstuk beantwoord ik de derde onderzoeksvraag: met welke stellingen kan een schuldenaar zich tegen een vordering tot nakoming verweren? In dit hoofdstuk bespreek ik het verweermiddel dat het persoonlijke karakter van de verbintenis zich tegen een veroordeling tot nakoming verzet. In alle onderzochte stelsels is het recht op nakoming op enigerlei wijze beperkt bij de verbintenis tot persoonlijke dienstverlening. De vraag die centraal staat in dit hoofdstuk is welk effect het persoonlijke karakter van de verbintenis moet hebben op het recht op nakoming van de schuldeiser. Wat zijn de argumenten die ten grondslag liggen aan het verweermiddel van de verbintenis tot (hoogst)persoonlijke dienstverlening en rechtvaardigen die argumenten de beperking van het recht op nakoming bij dit type verbintenissen?
In par. 4.2 beschrijf ik verschillende typen verbintenissen en ga ik in op het onderscheid tussen persoonlijke en hoogstpersoonlijke verbintenissen. In par. 4.3 bespreek ik de vraag of de schuldeiser een veroordeling tot nakoming moet kunnen verkrijgen van een verbintenis tot hoogstpersoonlijke dienstverlening en, zo ja, of hij deze veroordeling ook ten uitvoer moet kunnen leggen. In par. 4.4 behandel ik dezelfde thema's voor de 'gewone' verbintenis tot persoonlijke dienstverlening. In par. 4.5 bespreek ik een Duitse bepaling waarmee een schuldenaar van een verbintenis tot (hoogst)persoonlijke dienstverlening zich tegen een vordering tot nakoming kan verweren. In par. 4.6 vat ik mijn bevindingen samen.