De kosten van de enquêteprocedure
Einde inhoudsopgave
De kosten van de enquêteprocedure (VDHI nr. 177) 2022/6.3.3:6.3.3 Financiering door het concern
De kosten van de enquêteprocedure (VDHI nr. 177) 2022/6.3.3
6.3.3 Financiering door het concern
Documentgegevens:
mr. P.H.M. Broere, datum 12-05-2022
- Datum
12-05-2022
- Auteur
mr. P.H.M. Broere
- JCDI
JCDI:ADS652496:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht (V)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie bijv. OK 11 september 2015, ARO 2015/191 (RTC); OK 26 juli 2018, JOR 2018/275, m.nt. S.M. Bartman (SNS); OK 21 september 2020, ARO 2020/173 (Flevo Berry).
OK 17 maart 2014, ARO 2014/61 (Fuhler Beheer).
Zie ook Hermans 2017, p. 172.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Het komt ook voor dat de Ondernemingskamer de kosten van het onderzoek niet verdeelt over verschillende concernvennootschappen. De Ondernemingskamer laat geregeld in het midden welke concernvennootschappen de kosten van het onderzoek in welke verhouding moeten financieren.1 Zo werd in Fuhler Beheer een concernenquête bevolen naar een concern van tien vennootschappen, waartoe ook dochtervennootschappen en kleindochtervennootschappen behoorden. Dit concern werd in de beschikking steeds aangeduid als ‘Fuhler Beheer c.s.’; de kosten van het onderzoek werden ten laste gebracht van Fuhler Beheer c.s. Een hoofdelijke verplichting werd niet in het leven geroepen en de Ondernemingskamer liet na duidelijk te maken welke concernvennootschappen (welk deel van) de kosten van het onderzoek moesten financieren.2
Eenzelfde prestatie – de verplichting tot financiering van de kosten van het onderzoek – is hier door twee of meer schuldenaren verschuldigd. Conform het wettelijk uitgangspunt van art. 6:6 lid 1 BW zijn de concernvennootschappen dan ieder voor een gelijk deel verbonden. Uit wet, gewoonte of rechtshandeling vloeit mijns inziens geen uitzondering op dit uitgangspunt voort.3 Een dergelijke verdeling van de kosten van het onderzoek is voor de onderzoeker minder praktisch. Hij zal de kosten van het onderzoek op verschillende rechtspersonen moeten verhalen voor gelijke delen. De Ondernemingskamer kan een en ander voor de onderzoeker vereenvoudigen door een hoofdelijke verplichting in het leven te roepen, waarover par. 6.3.4, zodat de onderzoeker niet bij iedere concernvennootschap afzonderlijk verhaal hoeft te zoeken.
Ook in de hierboven beschreven gevallen kan de moedervennootschap overigens met behulp van uitkeringen uit een dochtervennootschap haar betalingsverplichting compenseren. De dochtervennootschap treedt dan op als indirecte financier. De inzet van voorzieningen kan dit voorkomen (par. 6.3.2).