Einde inhoudsopgave
Privaatrechtelijke handhaving van mededingingsrecht (R&P nr. 174) 2009/8.3.3
8.3.3 Onverschuldigde betaling
mr.dr. E.J. Zippro, datum 29-09-2009
- Datum
29-09-2009
- Auteur
mr.dr. E.J. Zippro
- JCDI
JCDI:ADS578694:1
- Vakgebied(en)
Mededingingsrecht / Toezicht en handhaving
Verbintenissenrecht / Schadevergoeding
Voetnoten
Voetnoten
Iedere vordering is bijna mogelijk. Zo zijn bijvoorbeeld de vordering tot nakoming van een overeenkomst, de vorderingen tot ontbinding door de rechter van een overeenkomst en de vordering tot vernietiging van een rechtshandeling door de rechter mogelijk. Ook kan bijvoorbeeld worden gedacht aan de vordering tot nakoming van een ongedaanmakingsverbintenis (art. 6:271 BW). Zie ook Snijders, Klaassen & Meijer 2007, nr. 69.
Vgl. Hof Leeuwarden 22 oktober 1997, NJ 1998, 251(Vereniging tegen Piramidespelen/No Limits). Zie met betrekking tot de vordering uit onverschuldigde betaling de verwijzing in het arrest naar de parlementaire geschiedenis (met name de opmerkingen van de staatssecretaris van justitie), r.o. 24-25. Vgl. Pres. Rb. 's-Gravenhage 15 februari 1989, TvC 1989, p. 76 e.v. (Consumentenbond en ANBO/PTT). Zie Jongbloed (Vermogensrecht), art. 3:305a, aant. 16. TvC.
In Nederland bestaan twee verschillende acties op grond van ongegronde vermogensverschuiving die bij de privaatrechtelijke handhaving van het mededingingsrecht een rol kunnen spelen. De actie uit onverschuldigde betaling enerzijds en de actie uit ongerechtvaardigde verrijking anderzijds. Onverschuldigde betaling is verwant met ongerechtvaardigde verrijking. Beide vorderingen kunnen echter niet worden vereenzelvigd. Enerzijds is een actie uit onverschuldigde betaling mogelijk, onafhankelijk van de vraag of daardoor A ten koste van Bis verrijkt. Anderzijds is een actie uit ongerechtvaardigde verrijking toewijsbaar die niet op onverschuldigde betaling is gegrond. De vorderingen uit onverschuldigde betaling en ongerechtvaardigde verrijking verschillen niet alleen in de vereisten waaraan moet zijn voldaan, maar ook in het doel waarop zij zijn gericht. Bij onverschuldigde betaling strekt de vordering tot ongedaanmaking van de zonder rechtsgrond verrichte prestatie. Bij ongerechtvaardigde verrijking strekt de vordering tot vergoeding van schade.
Naast een rechterlijk verbod of gebod en de verklaring voor recht behoort in een collectieve actie tevens een vordering uit onverschuldigde betaling (artikel 6:203 BW e.v.) tot de mogelijkheden.1 Onverschuldigd betaalde bedragen als gevolg van een schending van het mededingingsrecht kunnen door middel van een collectieve actie worden teruggevorderd.2 Zo zal het gedeelte van de prijs boven het normale marktniveau onverschuldigd zijn betaald, ingeval de betreffende overeenkomst (gedeeltelijk) nietig is op grond van artikel 81 lid 2 EG en/of artikel 6 lid 2 Mw. Hetzelfde geldt voor de situatie waarin de overeenkomst vernietigd is op grond van een wilsgebrek in de zin van artikel 3:44 BW of artikel 6:228 Bw.3