De (onmiddellijke) voorzieningen van de enquêteprocedure
Einde inhoudsopgave
De (onmiddellijke) voorzieningen van de enquêteprocedure (IVOR nr. 105) 2017/9.3.1:9.3.1 Inleiding: de verhouding met eindvoorzieningen
De (onmiddellijke) voorzieningen van de enquêteprocedure (IVOR nr. 105) 2017/9.3.1
9.3.1 Inleiding: de verhouding met eindvoorzieningen
Documentgegevens:
F. Eikelboom, datum 01-06-2017
- Datum
01-06-2017
- Auteur
F. Eikelboom
- JCDI
JCDI:ADS370895:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Algemeen
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie par. 8.4.3.2. Daarin kwam aan de orde dat de ondernemingskamer slechts onmiddellijke voorzieningen mag treffen die (i) kunnen worden gezien als maatregel van reorganisatorische aard binnen de onderneming van de betrokken rechtspersoon die worden getroffen om een eind te maken aan wanbeleid of om de gevolgen van het wanbeleid tegen te gaan, of die (ii) erop gericht zijn om te voorkomen dat een eindvoorziening moet worden getroffen.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Onmiddellijke voorzieningen worden getroffen in afwachting van het moment dat eindvoorzieningen kunnen worden getroffen en hebben een zelfde karakter.1 Het ligt daarom voor de hand dat de factoren die van belang zijn voor de beoordeling van de proportionaliteit van eindvoorzieningen eveneens moeten worden meegenomen bij de beoordeling van de proportionaliteit van onmiddellijke voorzieningen.
Er zijn echter ook verschillen tussen eindvoorzieningen en onmiddellijke voorzieningen die hun weerslag (kunnen) hebben op de proportionaliteit. Het belangrijkste verschil is dat het gedurende de eerste drie fases van de enquêteprocedure niet duidelijk is of er wel aanleiding is voor het treffen van eindvoorzieningen en dat daarmee eveneens nog niet (definitief) vaststaat of er eigenlijk wel aanleiding is voor het treffen van onmiddellijke voorzieningen. In de par. 9.3.2 en 9.3.3 worden enige gevolgen daarvan besproken.
In par. 9.3.4 wordt onderzocht of de mogelijkheid van een procedure voor de gewone civiele rechter zijn weerslag zou moeten hebben op de proportionaliteit van onmiddellijke voorzieningen.