Einde inhoudsopgave
Verzekering verzekerd? (R&P nr. FR13) 2015/2.6.1
2.6.1 Kapitaalopbouwsysteem versus omslagstelsel
mr. N. Lavrijssen, datum 15-01-2015
- Datum
15-01-2015
- Auteur
mr. N. Lavrijssen
- JCDI
JCDI:ADS616282:1
- Vakgebied(en)
Financieel recht / Financieel toezicht (juridisch)
Verzekeringsrecht / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Boshuizen 2007, p. 282.
Wansink, Van Tiggele-Van der Velde & Salomons 2012, p. 567.
Boshuizen & Jager 2010, p. 92.
Wansink, Van Tiggele-Van der Velde & Salomons 2012, p. 256.
Overigens is het Verbond van Verzekeraars begonnen met het ombouwen van de en-bloc clausule naar een calamiteitenclausule, met het doel aan verzekerden duidelijk te maken onder welke omstandigheden de verzekeraar een beroep kan doen op zo’n clausule. Verbond van Verzekeraars 2010, p. 11.
Verbond van Verzekeraars 2010a, art. 7.2 van de gedragscode.
Zie art. 2.1 van de gedragscode.
Verbond van Verzekeraars 2011, art. 7.2 van de gedragscode.
Een uitzondering op dit uitgangspunt is mogelijk, maar vereist wel een uitdrukkelijke bevestiging van de verzekeringnemer door het zetten van een extra handtekening. Zie art. 2.2 van de gedragscode.
Wansink, Van Tiggele-Van der Velde & Salomons 2012, nr. 282.
Boston Consulting Group, 2009, p. 22.
Het levensverzekeringsbedrijf kent doorgaans een kapitaalopbouwsysteem waarbij de binnen de specifieke levensverzekeringsovereenkomst gestorte gelden in beginsel weer voor die verzekerde zijn bestemd, terwijl het schadeverzekeringsbedrijf vooral werkt op basis van een omslagstelsel waarbij het accent ligt op kanssolidariteit.1 De gestorte gelden zijn in dat geval niet bestemd voor de verzekerde van die specifieke schadeverzekeringsovereenkomst, maar voor het collectief van verzekerden van de schadeverzekeraar in kwestie. Bij een omslagstelsel worden in wezen nauwelijks reserveringen voor de lange termijn gedaan, terwijl dit juist inherent is aan een kapitaalopbouwsysteem. Men zou een kapitaalopbouwsysteem ook wel kunnen omschrijven als een vorm van fondsvorming.
Er wordt gezegd dat de structuur van de verzekeringsverplichtingen bij een levensverzekeraar gericht is op de lange termijn en bij een schadeverzekeraar op de korte termijn. In het kader van een levensverzekeringsovereenkomst bepalen de verzekeraar en verzekeringnemer samen de looptijd van de polis. Het kan hierbij gaan om een levenslange dekking, maar noodzakelijk is dit niet. Wel worden de meeste levensverzekeringen voor langere tijd aangegaan. Dit hangt samen met het spaarelement c.q. kapitaalopbouwsysteem. Gedurende de looptijd kan de levensverzekeringsovereenkomst op grond van art. 7:977 lid 1 BW niet tussentijds worden beëindigd door de verzekeraar. Zou dit wel mogelijk zijn, dan zou dit de zekerheid die de levensverzekering juist beoogt te verschaffen, tenietdoen.2 Ook kan een levensverzekeraar de premies en verzekeringsvoorwaarden niet aanpassen, tenzij een zogenaamde en bloc clausule – ook wel herzieningsclausule genoemd – in de polisvoorwaarden is opgenomen. Een herzieningsclausule geeft een verzekeraar de mogelijkheid om de polisvoorwaarden eenzijdig aan te passen, mits deze aanpassing geldt voor alle verzekeringnemers die tot een bepaalde categorie behoren.3 In de praktijk komt de herzieningsclausule vaak voor in de polisvoorwaarden van schadeverzekeringen, afgesloten door consumenten.4,5Doet een verzekeraar een beroep op de herzieningsclausule, dan heeft de verzekeringnemer op grond van art. 7:940 lid 4 BW het recht de verzekeringsovereenkomst op te zeggen wanneer de verzekeraar de polisvoorwaarden in zijn nadeel of in het nadeel van de verzekerde wijzigt.
Ook bij schadeverzekeringen bepalen de verzekeraar en de verzekeringnemer samen de looptijd van de polis, maar de looptijd is door zelfregulering gelimiteerd. Op 1 januari 2010 is de ‘Gedragscode geïnformeerde verlenging en contractstermijnen particuliere schade- en inkomensverzekeringen’ van het Verbond van Verzekeraars in werking getreden.6 Het uitgangspunt van deze gedragscode is dat schadeverzekeringen ten behoeve van consumenten in beginsel worden aangegaan voor de duur van maximaal één jaar.7 Voor zakelijke schadeen inkomensverzekeringen is op 1 juli 2011 een vergelijkbare gedragscode (‘Gedragscode geïnformeerde verlenging en contractstermijnen zakelijke schadeen inkomensverzekeringen’) in werking getreden.8 Op grond van art. 3 lid 1 van deze gedragscode worden zakelijke schadeverzekeringen in beginsel aangegaan voor de duur van maximaal drie jaar.9 De looptijd van schadeverzekeringsovereenkomsten is om die reden relatief kort. Deze gedragscodes zijn opgesteld om een einde te maken aan het systeem van de stilzwijgende verlenging. Men vond het onredelijk dat een verzekering die was gesloten voor een lange termijn, automatisch voor een zelfde lange termijn werd verlengd.10
Het feit dat de structuur van de verzekeringsverplichtingen bij een levensverzekeraar gericht is op de lange termijn heeft er mede toe bijgedragen dat de kredietcrisis de levensverzekeraars structureel harder treft dan schadeverzekeraars; levensverzekeraars hebben – in tegenstelling tot schadeverzekeraars – maar beperkt de mogelijkheid om premies te verhogen om zodoende hun reserves te vergroten.11 Zij zijn dus afhankelijk van betere beleggingsresultaten in de toekomst om de verliezen die zij hebben geleden in de crisistijd te compenseren.