Einde inhoudsopgave
Forumkeuze in het Nederlandse IPR (R&P nr. 159) 2008/16.5.2.3
16.5.2.3 Uitleg Hof van Justitie van artikel 22 EEX-V°/16 EEX
mr. P.H.L.M. Kuypers, datum 29-02-2008
- Datum
29-02-2008
- Auteur
mr. P.H.L.M. Kuypers
- JCDI
JCDI:ADS415652:1
- Vakgebied(en)
Internationaal privaatrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Zie ook par. 16.5.2.1.
HvJ EG 14 december 1977, zaak 73/77, Sanders/van der Putte, Jur. 1977, p. 2383, NJ 1978, 654, r.o. 17 en 18; HvJ EG 10 januari 1990, zaak C-115/88, Reichert I, Jur. 1990, p. 1-27, NJ 1991, 572, r.o. 9; HvJ EG 12 februari 1992, zaak C-280/90, Hacker/Euro-Relais, Jur. 1992, p. I-1111, NJ 1994, 238; HvJ EG 26 maart 1992, zaak C-261/90, Reichert II, Jur. 1992, p.1-2149, NJ 1996, 315, r.o. 25; HvJ EG 27 januari 2000, zaak C-8/98, Dansommer/G5tz, Jur. 2000, p 1-393, NJ 2002, 445, r.o. 21; HvJ EG 13 oktober 2005, zaak C-73/04, Klein/Rhodos Management, Jur. 2005, p. 1-8667, NJ 2006, 285, r.o. 15 en 26 en AG Geelhoed voor HvJ EG 13 juli 2006, zaak C-4/03, GAT/LuK, Jur. 2006, p. 1-6509, par. 24. In de Nederlandse rechtspraak zie bijv. Hof 's Hertogenbosch 9 augustus 2005, NIPR 2006, 46.
HvJ EG 14 december 1977, zaak 73/77, Sanders/van der Putte, Jur. 1977, p. 2383, NJ 1978, 654; HvJ EG 15 november 1983, zaak 288/82, Duijnstee/Goderbauer, Jur. 1983, p. 3663, NJ 1984, 695; HvJ EG 6 juli 1988, zaak 158/87, Scherrens/Maenhout, Jur. 1988, p. 3791, NJ 1989, 360; HvJ EG 26 februari 1992, zaak C-280/90, Hacker/Euro-Relais, Jur. 1992, p. I-1111, NJ 1994, 238; HvJ EG 26 maart 1992, zaak C-261/90, Reichert II, Jur. 1992, p. 1-2149, NJ 1996, 315; HvJ EG 17 mei 1994, zaak C-294/92, Webb/Webb, Jur. 1994, p. 1-1717, NJ 1994, 648; HvJ EG 9 juni 1994, zaak C-292/93, Lieber/G5bel, Jur. 1994, p. 1-2535, NJ 1994, 649;. HvJ EG 5 april 2001, zaak C-518/99, Gaillard/Chikili, Jur. 2001, p. 1-2771, NJ 2002, 418; uitzondering: HvJ EG 15 januari 1985, zaak 241/83, Reisler/Rottwinkel, zaak 241/83, Jur. 1985, p. 99, NJ 1986, 208 over `vakantieverhuur' en HvJ EG 13 juli 2006, zaak C-4/03, GAT/LuK, Jur. 2006, p. 1-6509, over rechten van intellectueel eigendom.
HvJ EG 14 december 1977, zaak 73/77, Sanders/Van der Putte, Jur. 1997, p. 2383, NJ 1978, 654, r.o. 18.
Later vaak herhaald; zie ook HvJ EG 27 januari 2000, zaak C-8/98, Dansommer/G5tz, Jur. 2000, p. I-393, NJ 2002, 445, r.o. 21; HvJ EG 13 oktober 2005, zaak C-73/04, Klein/Rhodos Management, Jur. 2005, p. 1-8667, NJ 2006, 285, r.o. 15.
HvJ EG 10 januari 1990, zaak C-115/88, Reichert I, Jur. 1990, p. 1-27, NJ 1991, 572, r.o. 9; HvJ EG 26 maart 1992, zaak C-261/90, Reichert II, Jur. 1992, p. 1-2149, NJ 1996, 315, r.o. 25.
HvJ EG 9 juni 1994, zaak C-292/93, Lieber/G5bel, Jur. 1994, p. 1-2535, NJ 1994, 649; Kropholler, EZPR, p. 244.
HvJ EG 15 november 1983, zaak 288/82, Duijnstee/Goderbauer, Jur. 1983, p. 3663, NJ 1984, 695, r.o. 23.
HvJ EG 4 juli 1985, zaak 220/84, Autoteile/Malhe, Jur. 1985, p. 2267, NJ 1986, 509, r.o. 16; HvJ EG 26 maart 1992, zaak C-261/90, Reichert 11, Jur. 1992, p. 1-2149, NJ 1996, 315, r.o. 24; HvJ EG 13 oktober 2005, zaak C-73/04, Klein/Rhodos Management, Jur. 2005, p. 1-8667, NJ 2006, 285, r.o. 16; HvJ EG 13 juli 2006, zaak C-4/03, GAT/LuK, Jur. 2006, p. 1-6509, r.o. 22.
HvJ EG 13 juli 2006, zaak C-4/03, GAT/LuK, Jur. 2006, p. 1-6509, r.o. 23.
HvJ EG 15 november 1983, zaak 288/82, Duijnstee/Goderbauer, Jur. 1983, p. 3663, NJ 1984, 695, r.o. 17; HvJ EG 22 februari 1979, zaak 133/78, Gourdain/Nadler, Jur. 1979, p. 743, r.o. 3; AG Geelhoed voor HvJ EG 13 juli 2006, zaak C-4/03, GAT/LuK, Jur. 2006, p. 1-6509, par. 22.
HvJ EG 10 januari 1990, zaak C-115/88, Reichert I, Jur. 1990, p. 1-27, NJ 1991, 572, r.o. 8; AG Darmon voor HvJ EG 17 mei 1994, zaak C-294/92, Webb/Webb, Jur. 1994, p. 1-1717, NJ 1994, 648, par. 17; AG Geelhoed voor HvJ EG 13 oktober 2005, zaak C-73/04, Klein/Rhodos Management, Jur. 2005, p. 1-8667, NJ 2006, 285, par. 23.
HvJ EG 5 april 2001, zaak C-518/99, Gaillard/Chikili, Jur. 2001, p. 1-2771, NJ 2002, 418, r.o. 13.
HvJ EG 15 januari 1985, zaak 241/83, Reisler/Rottwinkel, Jur. 1985, p. 99, NJ 1986, 208.
HvJ EG 6 juli 1988, zaak 158/87, Scherrens/Maenhout, Jur. 1988, p. 3791, NJ 1989, 360.
HvJ EG 26 februari 1992, zaak C-280/90, Hacker/Euro-Relais, Jur. 1992, p. I-1111, NJ 1994, 238; zie ook uitdrukkelijk de Commissie in het verslag voor de zitting, par. 17.
HvJ EG 15 november 1983, zaak 288/82, Duijnstee/Goderbauer, Jur. 1983, p. 3663, NJ 1984, 695, r.o. 19.
HvJ EG 13 juli 2006, zaak C-4/03, GAT/LuK, Jur. 2006, p. 1-6509, r.o. 14.
Gothot/Holleaux, La Convention, p. 85; Kropholler, EZPR, p. 244; AG Geelhoed voor HvJ EG 13 oktober 2005, zaak C-73/04, Klein/Rhodos Management, Jur. 2005, p. 1-8667, NJ 2006, 285, par. 23.
Het toepassingsbereik van art. 22 EEX-V°/16 Verdrag is belangrijk voor forumkeuze, omdat binnen het toepassingsbereik van Afdeling 6 respectievelijk 5 geen forumkeuze mogelijk is.1 Afdeling 6 respectievelijk 5 bakent daarmee in negatieve zin het toepassingsbereik van Afdeling 7 respectievelijk 6 af. Het Hof van Justitie heeft enige algemene richtsnoeren gegeven voor de uitleg van art. 22 EEX-V°/16 Verdrag. De belangrijkste richtsnoeren zijn: strikte uitleg en autonome interpretatie. Gelet op het belang voor de afbakening ga ik op deze regels kort in.
i) Strikte uitleg
In het algemeen neigt het Hof van Justitie (vermoedelijk ook in de toekomst) naar een strikte - restrictieve - uitleg van art. 22 EEX-V°/16 Verdrag, mede omdat een forumkeuze ten aanzien van deze onderwerpen voor partijen niet mogelijk is.2 Dat kan reeds worden afgeleid uit de uitkomst van de procedures, die tot nu toe bijna steeds leidden tot het oordeel dat art. 16 EEX niet toepasselijk was.3 In het eerste arrest over art. 16 EEX, arrest SandersNan der Putte,4 overwoog het Hof van Justitie reeds dat aan art. 16 EEX geen ruimere uitleg dient te worden gegeven dan voor het doel van de bepaling nodig is.5 Deze overweging had betrekking op de huur van onroerend goed, maar was daartoe gelet op de algemene bewoordingen niet beperkt. Hetzelfde heeft het Hof van Justitie in algemene bewoordingen voor het gehele artikel herhaald in de arresten Reichert I (art. 16 sub 1 EEX) en Reichert II (art. 16 sub 5 EEX).6 Hoewel daaruit niet kan worden afgeleid dat art. 22 EEX-V°/ 16 Verdrag altijd strikt dient te worden uitgelegd, is een ruime(re) uitleg in ieder geval niet gewenst.7 Voor art. 16 sub 4 EEX heeft het Hof van Justitie in het arrest Duijnstee/Goderbauer8 uitdrukkelijk overwogen dat een restrictieve uitleg van art. 16 sub 4 EEX aangewezen is gelet op de doelstellingen en het systeem van het EEX alsmede de toelichting in het Rapport Jenard.9
Later heeft het Hof van Justitie overwogen dat het exclusieve karakter van art. 16 EEX wordt bepaald door de aard van de onderwerpen en hun bijzondere band met het grondgebied van een andere staat dan die van art. 2 EEX wegens de ligging van het onroerend goed, plaats van vestiging van de vennootschap of rechtspersoon, inschrijving in het openbaar register, deponering of registratie van een recht van intellectueel eigendom of plaats van gerechtelijke tenuitvoerlegging.10 Bij de uitleg van art. 22 EEX-V°/16 Verdrag dient deze achtergrond - met name de bijzondere band - steeds te worden betrokken. Bovendien is in een aantal gevallen de nationale overheid betrokken bij de verlening of registratie van de rechten waarop art. 22 EEX-V°/16 verdrag betrekking heeft.11 De in deze gevallen aangewezen gerechten zijn het beste geplaatst om van de genoemde geschillen kennis te nemen. De strikte interpretatie van art. 22 EEX-V°/16 Verdrag mag echter niet zover gaan dat afbreuk wordt gedaan aan het dwingende karakter van de bevoegdheidsregels in deze bepaling. .12
ii) Autonome uitleg
Het Hof van Justitie lijkt voor de interpretatie van art. 22 EEX-V°/16 Verdrag in het algemeen een autonome benadering te kiezen.13 Dat blijkt met name uit de arresten c.q. beschikkingen van het Hof van Justitie in de zaken Reichert 14 en Gaillard/ Chekili15 (over zakelijke rechten op onroerend goed), Rosler/Rottwinkel,16 Scherrens/Maenhout,17 Hacker/Euro-Relais18 (over huur- en pachtovereenkomsten van onroerend goed), Duijnstee/Goderbauer19 en GAT/LuK20 (rechten van intellectueel eigendom). De literatuur onderschrijft dat de begrippen in art. 22 EEX-V°/16 Verdrag autonoom moeten worden uitgelegd.21