Einde inhoudsopgave
RvdW 2019/952
Verordening Brussel IIbis. Bevoegdheid inzake ouderlijke verantwoordelijkheid. Verwijzing van de zaak naar een gerecht van een andere lidstaat (art. 15); uitzondering op algemene bevoegdheidsregel van art. 8; geen verplichting tot verwijzing; factoren op grond waarvan kan worden bepaald welk gerecht beter in staat is; belang van het kind.
HvJ EU 10-07-2019, ECLI:EU:C:2019:583 (EP/FO)
- Instantie
Hof van Justitie van de Europese Unie
- Datum
10 juli 2019
- Magistraten
F. Biltgen, C.G. Fernlund, L.S. Rossi
- Zaaknummer
C-530/18
- Roepnaam
EP/FO
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Internationaal privaatrecht / Internationaal bevoegdheidsrecht
- Brondocumenten
ECLI:EU:C:2019:583, Uitspraak, Hof van Justitie van de Europese Unie, 10‑07‑2019
- Wetingang
Art. 15 Brussel II-bis
Essentie
EP tegen FO.
Verzoek om een prejudiciële beslissing krachtens art. 267 VWEU, ingediend door de Tribunal Ilfov (rechter in tweede aanleg Ilfov, Roemenië) bij beslissing van 20 juni 2018.
Verordening Brussel IIbis. Bevoegdheid inzake ouderlijke verantwoordelijkheid. Verwijzing van de zaak naar een gerecht van een andere lidstaat (art. 15); uitzondering op algemene bevoegdheidsregel van art. 8; geen verplichting tot verwijzing; factoren op grond waarvan kan worden bepaald welk gerecht beter in staat is; belang van het kind.
1. Art. 15 Verordening Brussel IIbis moet aldus worden uitgelegd dat het een uitzondering ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.