Einde inhoudsopgave
De civielrechtelijke zorgplicht van de beleggingsdienstverlener (O&R nr. 101) 2017/2.2.3
2.2.3 Soft law
I.P.M.J. Janssen, datum 01-03-2017
- Datum
01-03-2017
- Auteur
I.P.M.J. Janssen
- JCDI
JCDI:ADS366667:1
- Vakgebied(en)
Financieel recht / Bank- en effectenrecht
Financieel recht / Financieel toezicht (juridisch)
Voetnoten
Voetnoten
Ik beperk mij tot publiekrechtelijke soft law. Privaatrechtelijke soft law, oftewel zelfregulering, over de MiFID-loyaliteitsverplichting komt in paragraaf 3.3.2.4 nader aan bod.
Bröring & Geertjes 2013, p. 74.
Dat richtsnoeren een vorm van Europese soft law zijn blijkt uit: Van Dam 2013, p. 2.
Artikel 16 Verordening (EU) 1095/2010.
In paragraaf 4.2.1.3 ga ik nader in op de argumenten waarom de beleggingsdienstverlener ondanks het ontbreken van bindende werking praktisch gezien zich toch zal houden aan de richtsnoeren.
Artikel 25 lid 9 en 10 MiFID II. Deze uitzondering licht ik in paragraaf 2.4.2 toe.
Beleidsregel Informatieverstrekking; Regeling beleggen, lenen en derivaten OCW 2016; Beleidsregels gebruik financiële derivaten door toegelaten instellingen volkshuisvesting. Ik betwijfel of de twee laatstgenoemde beleidsregels inhoudelijk wel van bindende aard zijn. Die beleidsregels hebben weliswaar een geldige grondslag aangezien de minister bevoegd is om beleidsregels op te stellen, maar de inhoud van de beleidsregels druist in tegen het systeem van cliëntclassificatie zoals dat volgt uit MiFID. Zie paragraaf 2.3.
Uit artikel 4:84 Awb blijkt de bindende werking en uit artikel 1:3 lid 4 Awb volgt dat zij berust op een besluit.
Artikel 1:3 lid 4 Awb.
De AFM baseert haar bevoegdheid op artikel 4:81 lid 1 Awb.
Bröring & Geertjes 2013, p. 78-79.
Wetgeving is bijvoorbeeld vaak een langdurig proces terwijl de toezichthouder door middel van een leidraad snel kan anticiperen op actuele marktontwikkelingen. Maatman & Azahaf 2010, p. 297-298.
Zie ook Maatman & Azahaf 2010, p. 300.
Loonen & Schotsman 2016, p. 209-210.
Leidraden van de AFM, www.afm.nl.
Leidraad zorgvuldig adviseren over vermogensopbouw 2009; Leidraad informatie over risicoprofielen 2016; Leidraad actief en passief beleggen in het belang van de klant 2011; Leidraad de klant in beeld 2011.
Broekhuizen & Du Perron 2012, p. 168.
Zie Leidraad zorgvuldig adviseren over vermogensopbouw 2009, p. 38-39. In paragraaf 2.4.2 beargumenteer ik dat de MiFID-loyaliteitsverplichting mijns inziens wel zo vergaand lijkt te strekken.
Zie ook Loonen & Schotsman 2016, p. 210.
Zie voor een bespreking van deze waarborgen paragraaf 4.2.3.2.
Inmiddels is duidelijk dat de MiFID-loyaliteitsverplichting, om zich op eerlijke, billijke en professionele wijze in te zetten voor de belangen van de cliënt, nader is uitgewerkt in deelverplichtingen die op haar beurt weer zijn geconcretiseerd in de uitvoeringsrichtlijn. Daar blijft het niet bij. Er is ook soft law die de MiFID-loyaliteitsverplichting op enige wijze inkleurt. In deze paragraaf bespreek ik de status van deze soft law.1 De specifieke inhoud van die soft law komt in paragraaf 2.4 en 2.5 aan bod bij de deelverplichting waarop zij ziet.
Onder soft law versta ik niet-wettelijke beslisregels.2 Dat betekent dat zowel de Europeesrechtelijke richtsnoeren als de nationaalrechtelijke beleidsregels en leidraden tot soft law behoren.3 Niet al deze soorten soft law zijn in dezelfde mate bindend. Op Europees niveau heeft de Europese wetgever weliswaar aan ESMA de bevoegdheid gedelegeerd om richtsnoeren op te stellen, maar de richtsnoeren zelf zijn niet bindend van aard.4 Dat betekent echter niet dat er geen gezag uitgaat van de richtsnoeren. ESMA hanteert bijvoorbeeld het comply or explain-principe waardoor de beleggingsdienstverlener minder snel zal afwijken van de richtsnoeren.5 Onder MiFID zijn de richtsnoeren die zien op de MiFID-loyaliteitsverplichting beperkt gebleven tot de Richtsnoeren MiFID-geschiktheidseisen. Met de invoering van MiFID II krijgt ESMA naast de huidige algemene bevoegdheid om richtsnoeren op te stellen, de taak om over specifieke verplichtingen richtsnoeren op te stellen. Naast richtsnoeren over de beoordeling van de kennis en bekwaamheid van de cliënt, moet zij bijvoorbeeld ook richtsnoeren opstellen over financiële instrumenten die aan de uitzondering op de passendheidstoets onttrokken moeten worden.6 Met de invoering van MiFID II zullen richtsnoeren dus een grotere betekenis gaan spelen bij de invulling van de MiFID-loyaliteitsverplichting. Het probleem dat zij theoretisch niet bindend zijn, lijkt verder afgezwakt te worden nu MiFID II ESMA in een aantal gevallen formeel verzoekt om specifieke richtsnoeren op te stellen.
Op nationaal niveau is meer soft law aanwezig ter invulling van de MiFID-loyaliteitsverplichting dan op Europees niveau. Niet al deze nationaalrechtelijke soft law heeft dezelfde status. Allereerst zijn op dit moment drie beleidsregels van kracht die toezien op de MiFID-loyaliteitsverplichting.7 Zij binden de AFM om conform deze regels te handelen en berusten op een rechtshandeling.8 Het zijn besluiten die toezien op een afweging van belangen, de vaststelling van feiten of de uitleg van wettelijke voorschriften.9 Bij de beleidsregel Informatieverstrekking legt de AFM bijvoorbeeld enkele wettelijke termen uit die onderdeel zijn van de MiFID-loyaliteitsverplichting.10 De AFM heeft hiertoe een bevoegdheid in juridische zin. Daardoor is de gebondenheid sterk, in ieder geval sterker dan bij andere soft law.11
De tweede vorm van soft law die op nationaal niveau over de MiFID-loyaliteitsverplichting aanwezig is, is de leidraad. De AFM heeft enkele leidraden opgesteld die in tegenstelling tot de beleidsregels geen juridische grondslag hebben. Dat hoeft niet altijd problematisch te zijn. Onder omstandigheden kan een leidraad effectiever zijn om onwenselijk gedrag te bestrijden en goed gedrag te bevorderen dan juridisch instrumentarium.12 De afwezigheid van een juridische grondslag hoeft net zoals bij de richtsnoeren niet te betekenen dat een beleggingsdienstverlener niet gebonden is aan een leidraad.13 Sterker nog, de rechter neemt soms leidraden expliciet mee in zijn overwegingen.14
De reden dat de AFM leidraden uitgeeft over onderdelen van de MiFID-loyaliteitsverplichting is om de marktpartijen, waaronder dus de beleggingsdienstverlener, richting en duidelijkheid te geven.15 In tegenstelling tot de beleidsregels zien deze leidraden meestal niet op de uitwerking van een wettelijke verplichting. De AFM probeert met de leidraden beleggingsdienstverleners ertoe te bewegen om cliënten meer inzicht te geven en daarnaast wil zij ook het interne adviesproces en de randvoorwaarden stroomlijnen. De bestaande leidraden hebben als gemene deler dat zij zien op het centraal stellen van het klantbelang in de relatie tussen de beleggingsdienstverlener en consument.16 Dat houdt in dat de belangen van de cliënt voor de beleggingsdienstverlener het ijkpunt zijn voor de zorgplicht.17
Mijns inziens is er niets op tegen dat de AFM bepaalde aspecten van de MiFID-loyaliteitsverplichting probeert te verduidelijken door deze in leidraden naar een praktische toepassing te vertalen. Zij geeft daarbij zelf aan soms verder te gaan dan de verplichtingen die uit de MiFID-loyaliteitsverplichting voortvloeien.18 Dat is niet de bedoeling. Het is goed voorstelbaar dat beleggingsdienstverleners zich gezien de positie van de AFM als toezichthouder toch genoodzaakt voelen om de strengere lijn van een leidraad te volgen, terwijl bepaalde verplichtingen niet uit de MiFID-loyaliteitsverplichting volgen. Er is niets op tegen als een beleggingsdienstverlener uit eigen beweging voor zichzelf strengere normen hanteert dan voortvloeien uit de MiFID-loyaliteitsverplichting, maar het is niet aan de toezichthouder om een leidraad aan te grijpen om strengere normen op te leggen. Helemaal niet als voor deze strengere norm geen grondslag bestaat.19 Daarmee ontbreken ook de nodige waarborgen om de MiFID-loyaliteitsverplichting gerechtvaardigd te kunnen aanvullen.20 Mijns inziens moet de AFM zich in haar leidraden dan ook beperken tot het oorspronkelijke doel van de leidraden, namelijk het geven van richting en duidelijkheid.
Uit de bespreking van de verschillende soorten soft law in het kader van de MiFID-loyaliteitsverplichting blijkt dat richtsnoeren en beleidsregels van grotere betekenis zijn voor de beleggingsdienstverlener dan leidraden. Niet alleen hebben zij een stevigere juridische basis, ook geven zij een concrete invulling aan vooral principle based normen uit de MiFID-loyaliteitsverplichting.