Einde inhoudsopgave
Overheidsaansprakelijkheid voor het verstrekken van onjuiste informatie (SteR nr. 45) 2019/4.3.1
4.3.1 Artikel 117 Kadasterwet
S.A.L. van de Sande, datum 01-02-2019
- Datum
01-02-2019
- Auteur
S.A.L. van de Sande
- JCDI
JCDI:ADS506115:1
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht / Aansprakelijkheid
Voetnoten
Voetnoten
Ingevolge artikel 2 lid 1 Organisatiewet Kadaster is er een Dienst voor het kadaster en de openbare registers. In dit boek wordt deze Dienst conform normaal spraakgebruik aangeduid als ‘het Kadaster’.
Vgl. Kamerstukken II 1981/82, 17496, 5, p. 142 e.v.
Artikel 3 Kadasterwet en artikel 99-107 Kadasterwet.
Kamerstukken II 1981/82, 17496, 5, p. 139.
Vgl. Parl. Gesch. Boek 3 BW, p. 153-155.
Vgl. Hof Amsterdam 20 oktober 2015, ECLI:NL:GHAMS:2015:4329 (Chranita/Kadaster), Hof Arnhem 11 november 2008, ECLI:NL:GHARN:2008:BH6005 (Doorhaling executoriaal beslag I), Hof Arnhem 27 oktober 2009, ECLI:NL:GHARN:2009:BH7378 (Doorhaling executoriaal beslag II) en Hof Arnhem 4 november 2000, ECLI:NL:GHARN:2000:AA8853 (Overschrijving conservatoir beslag). Vgl. HR 14 juni 2013, ECLI:NL:HR:2013:BZ5723 (Kadaster/SBC), Gem. Hof 24 juli 2018, ECLI:NL:OGHACMB:2018:142 (NHKK/Kadaster), Gem. Hof 24 juli 2018, ECLI:NL:OGHACMB:2018:143 (Fralexia/Kadaster) en in eerste aanleg GEA Sint-Maarten 3 november 2015, ECLI:NL:OGEAM:2015:25 (Fralexia/Kadaster). Zie ook Van Oostrom-Streep & Ploeger 2011, p. 165-166.
Kamerstukken II 2001/02, 28218, 3, p. 40-41, 44, Kamerstukken II 2001/02, 28218, A, p. 3-4 en Kamerstukken I 2003/04, 28218, A, p. 12. Zie ook Hof Amsterdam 20 oktober 2015, ECLI:NL:GHAMS:2015:4329, r.o. 3.4 (Chranita/Kadaster).
Asser/Bartels & Van Mierlo 3-IV 2013/535. Vgl. Hof Arnhem 11 november 2008, ECLI:NL:GHARN:2008:BH6005, r.o. 4.7 (Doorhaling executoriaal beslag I).
Hof ‘s-Hertogenbosch 25 juli 2002, NJ 2003/397, r.o. 4.7.1 (Kadaster/Hendriks) en Rb. ‘s-Gravenhage 6 juni 2012, ECLI:NL:RBSGR:2012:BX1772, r.o. 5.16 (Sloot en waterleiding).
Kamerstukken II 1981/82, 17496, 5, p. 139 en Kamerstukken II 2003/04, 28443, 6, p. 27.
Zie hierover Kamerstukken II 2005/06, 30475, 3, p. 41, Kamerstukken II 2006/07, 30608, 7, p. 6 en Kamerstukken II 2008/09, 31726, 3, p. 15-16.
Kamerstukken II 2008/09, 31726, 3, p. 16, Kamerstukken II 2012/13, 33462, 3, p. 18 en Kamerstukken II 2012/13, 33527, 3, p. 35. Met het gebruik van de term ‘gerede twijfel’ lijkt te zijn aangesloten bij de terugmeldregeling die is opgenomen in onder meer artikel 7m e.v. Kadasterwet en artikel 37-38 Wet bag.
Het Kadaster1 wordt beschouwd als de bron bij uitstek voor het verkrijgen van informatie over de (rechts)toestand van registergoederen.2 Het Kadaster houdt zich bezig met (onder meer) het houden van de openbare registers, het houden en bijwerken van de basisregistraties kadaster, topografie, grootschalige topografie en het beheren van de landelijke voorzieningen in de zin van de Wkpb, de Wet bag en de Wet woz (zie artikel 3 lid 1 Kadasterwet). Het Kadaster, althans zijn bewaarder, heeft ook tot taak het verstrekken van inlichtingen omtrent de gegevens die het Kadaster heeft verkregen in het kader van de uitoefening van zijn taken.3 Voor fouten van het Kadaster bij het houden en bijwerken van de verschillende registraties en het verstrekken van inlichtingen daaruit geldt een bijzondere aansprakelijkheidsregeling, die is neergelegd in artikel 117 Kadasterwet. De oorspronkelijke redactie van artikel 117 Kadasterwet splitste de aansprakelijkheid van het Kadaster in die voor misslagen begaan bij de bijwerking en die voor misslagen begaan bij de verstrekking van inlichtingen.4 In het vigerende artikel is die tweedeling losgelaten. In het huidige artikel 117 Kadasterwet is onder meer bepaald dat het Kadaster jegens betrokkenen aansprakelijk is voor alle vergissingen, verzuimen, vertragingen of andere onregelmatigheden (van zijn ambtenaren) bij:
het opmaken of afgeven van afschriften, uittreksels en getuigschriften uit de openbare registers (lid 2),
het verstrekken van inlichtingen (in papieren vorm en elektronische vorm) uit de basisregistratie kadaster en de registraties voor schepen en luchtvaartuigen (lid 4),
het verstrekken van inlichtingen (in papieren vorm en elektronische vorm) omtrent geografische gegevens (lid 5, aanhef en onder b),
de verstrekking van enige gegevens als bedoeld in de Wibon (lid 6),
het verlenen van inzage in de gegevens uit de landelijke voorziening als bedoeld in de Wkpb (lid 7) en
het verlenen van inzage in of het verstrekken van gegevens uit de landelijke voorziening als bedoeld in de Wet bag (lid 8), de Wet woz (lid 9) en, tot slot, de Wet bgt (lid 10).
Bij het verstrekken van inlichtingen door het Kadaster gaat weleens iets mis. Uit de tekst van artikel 117 lid 2 e.v. Kadasterwet volgt dat het Kadaster reeds aansprakelijk is jegens betrokkenen zodra sprake is van schade die is veroorzaakt door een vergissing, verzuim, vertraging of andere onregelmatigheid aan zijn zijde. Uit de wet en de geschiedenis van de totstandkoming van het artikel volgt niet wat hieronder moet worden verstaan.5 Uit de rechtspraak waarin artikel 117 Kadasterwet toepassing vindt, kan dit evenmin eenduidig worden opgemaakt.6 Het ligt evenwel voor de hand dat de bedoelde vergissingen, verzuimen, vertragingen en andere onregelmatigheden betrekking dienen te hebben op een verplichting van het Kadaster op grond van de Kadasterwet of op grond van een bijzondere wet. Dit kan worden afgeleid uit de geschiedenis van de totstandkoming van de artikelen 13 en 17 Wkpb (paragraaf 4.3.2), waarvoor artikel 117 Kadasterwet model heeft gestaan.7 In die zin moet aansprakelijkheid op grond van artikel 117 Kadasterwet kunnen worden teruggevoerd op een foutief handelen of nalaten van het Kadaster bij de uitvoering van zijn wettelijke taak, dat een schending van een wettelijke plicht oplevert.
Met het artikel lijkt derhalve geen uitbreiding van aansprakelijkheid van het Kadaster te zijn bewerkstelligd of beoogd ten opzichte van de ‘gewone’ regels van de onrechtmatige daad. Een handelen of nalaten in strijd met de wet is immers (ook) op grond van artikel 6:162 lid 2 BW onrechtmatig. De toegevoegde waarde van het artikel lijkt dan ook beperkt te zijn. Deze conclusie vindt steun in de omstandigheid dat de wetgever geen aanleiding heeft gezien om een (vergelijkbare) aansprakelijkheidsbepaling op te nemen met betrekking tot de overige informatieregistraties (paragraaf 4.5.3). Kennelijk werd de regeling van artikel 6:162 BW daar voldoende bevonden. In lijn hiermee stelt Ploeger dat met artikel 117 Kadasterwet slechts is beoogd om onzekerheid omtrent aansprakelijkheid voor het niet of op onjuiste wijze nakomen van wettelijke verplichtingen te voorkomen.8 Dit leidt hij af uit de totstandkomingsgeschiedenis van de Wkpb. Onduidelijk is echter waarin deze onzekerheid volgens Ploeger zou bestaan en hoe artikel 117 Kadasterwet die wegneemt.
In de rechtspraak is aangenomen dat de regeling van de aansprakelijkheid van het Kadaster exclusieve werking heeft, in de zin dat geen plaats (meer) is voor aansprakelijkheid op de voet van het bepaalde in artikel 6:162 BW indien artikel 117 Kadasterwet van toepassing is.9 In zoverre functioneert artikel 117 Kadasterwet – hoewel het geen uitbreiding of beperking van aansprakelijkheid meebrengt – als een lex specialis ten opzichte van artikel 6:162 BW. Aan de bewoordingen van het bepaalde in artikel 117 lid 4 en 5 Kadasterwet valt echter op dat de bepaling slechts ziet op misslagen bij het verlenen van inzage en het verstrekken van inlichtingen in papieren of elektronische vorm (zoals afschriften, uittreksels en verklaringen). Indien schade ontstaat doordat misslagen worden begaan bij het mondeling verstrekken van inlichtingen, bijvoorbeeld per telefoon, bieden deze artikelleden dus geen soelaas.10 De gebrekkig geïnformeerde burger is in dat geval niettegenstaande de exclusieve werking van artikel 117 Kadasterwet aangewezen op het instellen van een vordering op grond van onrechtmatige daad. De beperking tot het verstrekken van inlichtingen in papieren of elektronische vorm is echter niet aangebracht in de leden van de bepaling die betrekking hebben op de Wibon, de Wkpb, de Wet bag, de Wet woz en de Wet bgt. In deze artikelleden wordt gesproken van de ‘verstrekking van gegevens’ respectievelijk het ‘verstrekken van gegevens’. Nu de wettekst noch de geschiedenis van de totstandkoming er – anders dan geldt voor het vierde en vijfde artikellid – op wijzen dat is beoogd om mondelinge informatieverstrekking uit te sluiten, ligt voor de hand dat mondelinge informatieverstrekking wél tot aansprakelijkheid op grond van het zesde tot en met tiende lid van artikel 117 Kadasterwet kan leiden.
Opmerking verdient ten slotte dat in artikel 117 Kadasterwet expliciet is bepaald dat het Kadaster – bij zijn taakuitoefening in het kader van de Wibon, de Wkpb, de Wet bag, de Wet woz en de Wet bgt – niet aansprakelijk is voor schade die voortvloeit uit het verstrekken van gegevens die afkomstig zijn van derden en inhoudelijk onjuist blijken te zijn, of het niet tijdig ontvangen of kunnen verstrekken van gegevens die afkomstig zijn van derden door handelen of nalaten van derden. Deze uitsluiting van aansprakelijkheid is er historisch gezien door ingegeven dat de betreffende gegevens in hoofdzaak afkomstig zijn van individuele gemeenten. Het Kadaster is dus niet aansprakelijk voor schade die is ontstaan indien en doordat een gemeente haar verplichtingen krachtens de wet met betrekking tot het toezenden van gegevens aan het Kadaster niet of in onvoldoende mate heeft nageleefd.11 De regering meende dat dit niet zonder meer betekent dat de betreffende gemeente wél aansprakelijk is.12 Dit zou afhangen van het antwoord op de vraag of de ontstane onjuistheden in de gegevens bij de afnemers behoefden te leiden tot gerede twijfel omtrent de juistheid van die gegevens. Hieruit volgt dat, bij gebreke van een specifieke wettelijke aansprakelijkheidsregeling, het handelen van de betreffende gemeente zal worden getoetst aan het bepaalde in artikel 6:162 BW, meer in het bijzonder aan het ongeschreven recht (zie hierover nader paragraaf 4.7).