Einde inhoudsopgave
Verbod en evenredigheid in het intellectuele-eigendomsrecht (O&R nr. 150) 2024/5.2.1.1
5.2.1.1 Doelstelling en algemene beginselen
mr. P. Teunissen, datum 01-02-2024
- Datum
01-02-2024
- Auteur
mr. P. Teunissen
- JCDI
JCDI:ADS955562:1
- Vakgebied(en)
Intellectuele-eigendomsrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Zie preambule TRIPs-overeenkomst, aanhef en sub c. Zie ook concl. A-G G. Pitruzzella, ECLI:EU:C:2019:324, bij HvJ EU 12 september 2019, C-688/17 (Bayer/Richter), pt. 31.
Correa 2020, p. 88-93.
Zie Gervais 2008, nr. 2.85-2.87; Correa 2020, p. 83-86. Zie ook Communication from the European Communities and their member states, ‘The relationship between the provisions of the TRIPS Agreement and access to medicines’, 12 juni 2001, IP/C/W/280: “The view of the EC and their member States is that the absence of any explicit reference to public health in Article 31 does not prevent WTO Members from invoking public health concerns. Article 7 (‘Objectives’) refers to ‘social and economic welfare’ as an objective of the Agreement while Article 8 (‘Principles’) allows Members to take measures necessary to protect public health, provided such measures are consistent with the provisions of the Agreement. Although Articles 7 and 8 were not drafted as general exception clauses, they are important for interpreting other provisions of the Agreement, including where measures are taken by Members to meet health objectives”.
Verklaring van Doha over de TRIPS-overeenkomst en volksgezondheid, 14 november 2001, 2001 WT/MIN (01)/dec/1, par. 17.
Verklaring van Doha over de TRIPS-overeenkomst en volksgezondheid, 14 november 2001, 2001 WT/MIN (01)/dec/2, par. 4 en 5(a). Aan dit voornemen is uitvoering gegeven in het Besluit van de Algemene Raad van de WTO van 30 augustus 2003 betreffende de tenuitvoerlegging van art. 6 van de Verklaring inzake de TRIPs-overeenkomst en volksgezondheid (WT/L/540), dat in art. 31bis TRIPs een uitzondering maakt op de krachtens art. 31 sub f TRIPS geldende regel dat een dwanglicentie enkel mogelijk is wanneer dat voornamelijk voor de voorziening van de binnenlandse markt. Aldus ontstond voor Lidstaten de mogelijkheid dwanglicenties te verlenen voor de productie en verkoop van geoctrooieerde farmaceutische producten die zijn bestemd voor uitvoer naar derdelanden met onvoldoende productiecapaciteit in de farmaceutische sector. Zie ook Rietjens, IER 2005/33, afl. 3, p. 149-154.
Zie Correa 2020, p. 93-95.
Uit de preambule van de TRIPs-overeenkomst volgt dat zij streeft naar de vaststelling van adequate normen en beginselen betreffende het bestaan, de reikwijdte en de gebruikmaking van met de handel verband houdende rechten uit hoofde van de intellectuele eigendom. Daarnaast voorziet de overeenkomst in doeltreffende en passende middelen om de met handel verband houdende rechten uit hoofde van de intellectuele eigendom te handhaven, rekening houdend met verschillen in nationale rechtsstelsels. Over het algemeen moet worden voorkomen dat toepassing van deze middelen leidt tot belemmeringen voor legitiem handelsverkeer.1
Art. 7 en 8 TRIPs bouwen voort op de bovengenoemde doelstellingen. Art. 7 is ontstaan uit een compromis tussen westerse landen die ijverden voor een sterke bescherming ter stimulering van innovatie en ontwikkelingslanden die bezorgd waren over beperkte toegang tot belangrijke technologieën.2 Om aan deze zorgen tegemoet te komen, bepaalt het artikel dat de bescherming en handhaving van intellectuele-eigendomsrechten dient bij te dragen aan de bevordering van technologische vernieuwing en aan de overdracht en verspreiding van technologie, tot wederzijds voordeel van producenten en gebruikers van technologische kennis en op een wijze die bevorderlijk is voor het sociaal en economisch welzijn, en aan een evenwicht tussen rechten en verplichtingen.
Art. 7 TRIPs moet in samenhang worden gelezen met art. 8 TRIPs. Het eerste lid van die bepaling verleent verdragsluitende staten de bevoegdheid om maatregelen te nemen die nodig zijn ter bescherming van de volksgezondheid en de voeding en ter bevordering van het algemeen belang in sectoren die van vitaal belang zijn voor de sociaaleconomische en technologische ontwikkeling van de betrokken staat. Het tweede lid bepaalt vervolgens dat passende maatregelen nodig kunnen zijn ter voorkoming van misbruik van intellectuele-eigendomsrechten of gedragingen die het handelsverkeer op onredelijke wijze beperken of de internationale overdracht van technologie nadelig beïnvloeden.3
Verklaring van Doha. De Verklaring van Doha, op 14 november 2001 aangenomen door de WTO-ministerconferentie, benadrukt de interpretatieve rol van art. 7 en 8 TRIPs.4 Volgens deze verklaring moet de TRIPs-overeenkomst worden uitgevoerd en geïnterpreteerd op een manier die het recht van de WTO-leden ondersteunt om de volksgezondheid te beschermen en, in het bijzonder, om de toegang tot medicijnen voor iedereen te bevorderen.5 Vervolgens is in een afzonderlijke verklaring bevestigd dat WTO-leden het recht hebben ten volle gebruik te maken van bepalingen in de TRIPs-overeenkomst die flexibiliteit bieden. Hierbij wordt benadrukt dat de overeenkomst moet worden uitgelegd in het licht van haar voorwerp en doel, zoals met name uitgedrukt in de doelstellingen en beginselen ervan.6 Dit toont aan dat de TRIPs-overeenkomst niet alleen is gericht op een doeltreffende bescherming van intellectuele-eigendomsrechten, maar ook beoogt doelstellingen van algemeen belang te realiseren en een evenwicht te waarborgen tussen verschillende rechten en verplichtingen.7