Verbod en evenredigheid in het intellectuele-eigendomsrecht
Einde inhoudsopgave
Verbod en evenredigheid in het intellectuele-eigendomsrecht (O&R nr. 150) 2024/5.2.2:5.2.2 Evenredigheid in de Handhavingsrichtlijn
Verbod en evenredigheid in het intellectuele-eigendomsrecht (O&R nr. 150) 2024/5.2.2
5.2.2 Evenredigheid in de Handhavingsrichtlijn
Documentgegevens:
mr. P. Teunissen, datum 01-02-2024
- Datum
01-02-2024
- Auteur
mr. P. Teunissen
- JCDI
JCDI:ADS955500:1
- Vakgebied(en)
Intellectuele-eigendomsrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De Handhavingsrichtlijn erkent op verschillende manieren het belang van het evenredigheidsbeginsel. Zij doet dit impliciet door in overweging 5 te bepalen dat de richtlijn geen afbreuk mag doen aan de verplichtingen die voortvloeien uit de TRIPs-overeenkomst.1 De considerans refereert daarnaast herhaaldelijk expliciet aan het beginsel. Zo is in overweging 22 opgenomen dat moet worden toegezien op de evenredigheid van de voorlopige maatregelen naar gelang van het specifieke karakter van de desbetreffende zaak en dat de noodzakelijke waarborgen moeten worden geboden om de kosten en de schade te dekken die de verweerder door een ongerechtvaardigd verzoek heeft geleden. Overweging 25 bepaalt verder dat lidstaten de keuze moeten hebben om, voor het geval dat een inbreuk onopzettelijk en zonder nalatigheid is gepleegd en de bij deze richtlijn ingestelde corrigerende maatregelen of rechterlijke bevelen onevenredig zouden zijn, zo nodig als alternatieve maatregel te voorzien in de mogelijkheid van het toekennen van een geldelijke compensatie aan de benadeelde partij.2 Ten slotte volgt uit overweging 32 dat de richtlijn de grondrechten eerbiedigt en de beginselen in acht neemt zoals erkend door het Handvest. De overweging benadrukt daarbij dat de richtlijn ‘meer bepaald’ beoogt te waarborgen dat de intellectuele eigendom volledig wordt geëerbiedigd overeenkomstig art. 17 lid 2 Handvest.
5.2.2.1 Artikel 3 Handhavingsrichtlijn5.2.2.2 Individuele beoordeling