Einde inhoudsopgave
Pandrecht op aandelen (O&R nr. 140) 2023/3.4.1
3.4.1 Algemeen
mr. T. Hutten, datum 01-05-2023
- Datum
01-05-2023
- Auteur
mr. T. Hutten
- JCDI
JCDI:ADS706268:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht (V)
Insolventierecht (V)
Goederenrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Zie voor een overzicht Wolf 2013, p. 263-266. Zie over de invulling en toepassing van deze zeggenschapsrechten bij een pandhouder in allerlei gevallen Visser 2004/11 e.v. In 2020 heeft het Gerechtshof Amsterdam geoordeeld dat de geschillenregeling ook openstaat voor certificaathouders, zie Gerechtshof Amsterdam 24 september 2019, ECLI:NL:GHAMS:2019:3555 (Cox/Widdershoven). Trekt men deze lijn door, dan zou de geschillenregeling ook openstaan voor een stemgerechtigd pandhouder. Zie in dat kader Hamers 1996, p. 213, die bepleit dat een pandhouder (met of zonder stemrecht) dezelfde rechten zou moeten krijgen als een aandeelhouder in het kader van de geschillenregeling.
Zie wat betreft vergaderrechten in gelijke zin Nowak 2005, p. 525. Uit de parlementaire geschiedenis blijkt dat men heeft overwogen de pandhouder steeds het recht te geven voorgelicht en gehoord te worden omtrent de zaken van de vennootschap, zie Kamerstukken II 1973/74, 12 897, nr. 3, p. 5 (MvT). Dit is geen wet geworden.
102. Na de verpanding van bv-aandelen verkrijgt een pandhouder zonder stemrecht niet de rechten van een houder van een certificaat waaraan vergaderrecht is verbonden. Dat is slechts anders indien de statuten dit bepalen en de pandgever en de pandhouder daarvan bij de vestiging of overgang van het pandrecht niet afwijken (art. 2:198 lid 4 BW). Bij de verpanding van nv-aandelen is dat precies andersom en verkrijgt een pandhouder zonder stemrecht zulke rechten in beginsel wel, tenzij deze hem bij de vestiging of de overgang van het pandrecht of bij de statuten worden onthouden (art. 2:89 lid 4 BW). Ik hanteer in dit boek gemakshalve steeds de term certificaathoudersrechten.
Certificaathoudersrechten zijn het recht opgeroepen te worden voor de algemene vergadering (art. 2:113/223 lid 1 en 2 BW), het agenderingsrecht (art. 2:114/224a lid 2 jo. lid 1 BW), het recht de algemene vergadering bij te wonen en daarin het woord te voeren (art. 2:117/227 lid 1 BW), het recht op het verkrijgen van inlichtingen tijdens de algemene vergadering (art. 2:117/217 lid 2 BW), het recht de opgemaakte rekening, het jaarverslag en de in artikel 2:392 lid 1 BW genoemde gegevens te kunnen inzien en het recht op een kosteloos afschrift van deze stukken (art. 2:102/212 BW), het recht een vordering tot vernietiging van besluiten in te stellen van een orgaan van de vennootschap (art. 2:15 BW), het recht een enquêteverzoek in te dienen (art. 2:346 lid 1 BW), en het recht op inzage in de boeken, bescheiden en andere gegevensdragers van de vennootschap na haar ontbinding (art. 2:24 lid 4 BW).1
103. Gaat het stemrecht eenmaal over op een pandhouder, dan verkrijgt hij certificaathoudersrechten voor zover hij deze nog niet had (art. 2:89/198 lid 4 BW). De pandhouder heeft pas te gelden als ‘de pandhouder die stemrecht heeft’ in de zin van het artikel indien de overgang van het stemrecht daadwerkelijk heeft plaatsgevonden – en dus pas na de vervulling van eventuele opschortende voorwaarden.2 Voor de pandhouder gaan het stemrecht en de certificaathoudersrechten dus steeds hand in hand. Voor de pandgever is dat anders. Deze behoudt steeds de rechten van een certificaathouder, of het nou gaat om bv- of nv-aandelen, en ongeacht of hij het stemrecht verliest (art. 2:89/198 lid 4 BW).