Onwaardigheid
Einde inhoudsopgave
Onwaardigheid (AN nr. 182) 2023/3.2.6:3.2.6 Praktische implicaties
Onwaardigheid (AN nr. 182) 2023/3.2.6
3.2.6 Praktische implicaties
1
Documentgegevens:
mr. M. de Vries, datum 01-09-2023
- Datum
01-09-2023
- Auteur
mr. M. de Vries
- JCDI
JCDI:ADS859110:1
- Vakgebied(en)
Erfrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
In relatie tot het leerstuk van de onwaardige executeur en bewindvoerder wordt daarbij reeds kort aandacht besteed aan derdenbeschermende bepalingen. In par. 3.4 en 3.5 komen deze bepalingen nader aan de orde, echter dan niet specifiek gelieerd aan de executeur en bewindvoerder
Commissie Erfrecht van de KNB, WPNR 2010/6866, p. 880.
Vgl. hierover ook Parl. Gesch. Inv. Boek 4 2003, p. 1167. Zie ook par. 3.3.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De commissie erfrecht merkt op dat de visie inhoudende dat het begrip ‘voordeel trekken uit een nalatenschap’ ook het zijn van executeur omvat, verstrekkende gevolgen heeft voor diens beschikkingsbevoegdheid en daarmee voor de rechtsgeldigheid van door de executeur namens de erfgenamen verrichte handelingen.2 Hetzelfde kan worden gezegd voor de (afwikkelings)bewindvoerder. De executeur of (afwikkelings)bewindvoerder is ten onrechte als zodanig opgetreden. Hieraan kan nog worden toegevoegd dat deze problematiek niet is beperkt tot een onbevoegd opgetreden executeur of bewindvoerder, maar zij speelt tevens een rol bij een erfgenaam of legataris die naar later blijkt onwaardig te zijn. Heeft de erfgenaam of legataris reeds handelingen verricht met betrekking tot de nalatenschap c.q. de daaruit verkregen goederen dan komt de bevoegdheid daaraan te ontvallen.3