Einde inhoudsopgave
Publicatieverplichtingen voor beursvennootschappen (IVOR nr. 74) 2010/9.2.1
9.2.1 "Law matters": opkomst en implicaties
mr. J.B.S. Hijink, datum 16-09-2010
- Datum
16-09-2010
- Auteur
mr. J.B.S. Hijink
- JCDI
JCDI:ADS576701:1
- Vakgebied(en)
Financieel recht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Vgl. La Porta e.a. (2000). Uit het empirische onderzoek van La Porta e.a. blijkt dat landen die zij kwalificeren als behorend tot 'civil law' landen — waaronder Nederland — slechter scoren dan 'common law' landen wat betreft de juridische bescherming van investeerders. Als gevolg waarvan — zo menen La Porta e.a. — zijn de effectenmarkten in deze 'civil law' landen minder goed ontwikkeld (La Porta e.a (1997)). Zie voor uitvoerige besprekingen van de 'law-matters' these o.m. Coffee (1999), p. 641-650, Cheffins (2000), p. 3-10, Roe (2001), p. 1-9, Coffee (2002a), p. 83-86, Cheffins (2003), p. 4-7, Paredes (2004), p. 1061 e.v. en — meer recent — Cheffms (2006), p. 3-11 en Coffee (2007), p. 14-18. Zie in Nederland Kroeze (2004a), p. 146-152.
Zie voor de beschrijving van 'ontwikkelde effectenmarkten' als 'diepe' — dat wil zeggen liquide en minder volatiele — effectenmarkten, Coffee (1999), p. 647-649 en p. 673-677, met verdere verwijzingen.
Hierover Ferran (2004a), p. 11-13. La Porta e.a. (1998), p. 1152, merken op dat ontwikkelde kapitaalmarkten bijdragen aan de economische groei. In dezelfde zin: Coffee (1999), p. 677, Coffee (2001a), p. 5 (met verdere verwijzingen), Paredes (2004), p. 1067-1068 en — zeer uitgesproken — Kamar (2005), p. 31. Ook de Europese Commissie is deze mening toegedaan, waarbij goed werkende kapitaalmarkten bovendien als randvoorwaarde voor werkgelegenheidsgroei worden beschouwd. Hierover Kristen (2004), p. 162-165. Ferran meent daarentegen dat niet duidelijk is of de ontwikkeling van kapitaalmarkten leidt tot economische groei, of dat economische groei een voorwaarde is voor de ontwikkeling van de kapitaalmarkten. Wel staat vast dat er een sterk verband tussen deze twee ontwikkelingen bestaat, aldus Ferran (2004a), p. 13, met verdere verwijzingen. B. Black (2001), p. 831-832, merkt enerzijds op dat het belang van een ontwikkelde effectenmarkt niet moet worden overschat — er bestaan alternatieve instituties, waaronder bankfinanciering, die op vergelijkbare wijze kunnen bijdragen aan economische ontwikkeling — maar is anderzijds van mening dat veel van de voorwaarden die noodzakelijk zijn voor de creatie van een ontwikkelde effectenmarkt ook noodzakelijke voorwaarden zijn om in een land andersoortige kapitaalmarkten tot ontwikkeling te laten komen.
Doorgaans wordt verwezen naar Berle/Means (1932) als degenen die als eerste schreven over de scheiding tussen 'ownership and control' en de gevolgen daarvan voor het 'corporate system' (vgl. Berle/Means (1932), in het bijzonder p. 112-254). Over de huidige betekenis van het boek van Berle and Means uitgebreid: Bratton (2001). Zie over ontwikkeling van corporate govemance regimes, vanuit verschillende perspectieven, de bijdragen opgenomen in McCahery e.a. (2002).
Zie voor een beschrijving van (de opkomst van) deze discussie: Frentrop (2002), in het bijzonder p. 27-48 en Coffee (1999), p. 641-650. Zie verder Pacces (2008), p. 39 e.v.
De "law matters" these is een aanname — de aanhangers ervan menen zelfs een vastgestelde theorie — over de relatie tussen de ontwikkeling van de effectenmarkten in een land en (de inhoud van) het recht van het land waarin die markten zijn gelegen. Aanhangers van deze hypothese hebben betoogd dat alleen staten die voorzien in een rechtstelsel met voldoende bescherming voor investeerders, in het bijzonder minderheidsaandeelhouders, actieve effectenmarkten kunnen ontwikkelen.1 De achterliggende gedachte hierbij is dat naarmate (nieuwe) investeerders op de effectenmarkten een grotere mate van juridische bescherming wordt geboden, zij meer genegen zullen zijn om kapitaal te investeren in beursvennootschappen. Een toename van het aantal (nieuwe) investeerders en spreiding van het aandelenbezit leidt niet alleen tot een verlaging van de financieringskosten van individuele vennootschappen op deze effectenmarkten. Het leidt ook tot (verder) ontwikkelde — dat wil zeggen: groeiende, meer liquide en minder volatiele — effectenmarkten.2 Vanwege de nauwe samenhang tussen (beter) ontwikkelde kapitaalmarkten, waarvan de effectenmarkten onderdeel uitmaken, en economische groei is evident dat landen belang hebben bij de ontwikkeling van hun kapitaalmarkten.3 De "law-matters" these houdt verband met de vraag welke krachten bepalend zijn voor de ontwikkeling van de "corporate governance" structuur van (beurs) vennootschappen. Vanaf de jaren tachtig van de vorige eeuw is dit debat opnieuw — tot leven gekomen. In eerste instantie voornamelijk in de Amerikaanse rechtseconomische literatuur.4 Daarbij lag de nadruk op het verklaren van verschillen in de mate van spreiding van aandelenbezit, op de vraag wat de gevolgen daarvan zijn voor de ontwikkeling van corporate governance systemen alsmede op de vraag welk corporate governance systeem uiteindelijk superieur zal blijken te zijn en welke krachten daarvoor bepalend zijn.5 Een drietal uiteenlopende opvattingen kan in deze discussies worden onderscheiden.