Einde inhoudsopgave
Financiering en vermogensonttrekking door aandeelhouders (VDHI nr. 120) 2014/3.2.2
3.2.2 Regulering van externaliteiten
mr. J. Barneveld, datum 18-09-2013
- Datum
18-09-2013
- Auteur
mr. J. Barneveld
- JCDI
JCDI:ADS405739:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Kraakman e.a. 2009, p. 2.
Van een externaliteit is volgens de economische literatuur sprake als een transactie of productieproces kosten meebrengt die ten laste komen van een derde partij die niet bij de transactie of productie betrokken is of daarmee heeft ingestemd, zonder dat deze kosten door middel van het prijsmechanisme aan de betreffende derde worden vergoed. Het concept van de externaliteit is al in 1932 ontwikkeld door Arthur Cecil Pigou in The Economics of Welfare. Armour verwoordt het als volgt: “At its simplest, the idea of an ‘externality’ encompasses any welfare effect felt by one party as a result of another actor’s production or consumption decisions that is not mediated via the price system” (Armour 2000, p. 363).
Stiglitz overweegt: “When there are important agency problems and externalities, markets typically fail to produce efficient outcomes – contrary to the widespread belief in the efficiency of markets” (Stiglitz 2010, p. 17).
Naast het verminderen van transactiekosten heeft het ondernemingsrecht in de contractuele visie tevens tot doel om opportunistisch handelen van de bij de vennootschap betrokken personen te voorkomen, voor zover dit handelen een waarde-vernietigend effect heeft.1 Hiervan kan sprake zijn als het handelen van bij de vennootschap betrokken partijen gevolgen voor derden meebrengt, zonder dat die derden daarmee hebben ingestemd of daarvoor worden gecompenseerd. In de economische literatuur wordt dit aangeduid met de term ‘externaliteit’.2 Door externaliteiten worden de werkelijke kosten van de onderneming niet volledig gedragen – geïnternaliseerd – door de daarbij betrokken partijen. Nu de geëxternaliseerde kosten geen invloed hebben op de afwegingen van een in economische zin rationeel handelend individu, kan dit individu geen efficiënte afwegingen maken. Externaliteiten zijn daarom niet alleen onrechtvaardig, maar ook inefficiënt.3